Hiroshima en Nagasaki

De Bom en de bommen (9)

Op 6 augustus 1945, om 8.15 uur plaatselijke tijd, explodeerde Little Boy boven Hiroshima. Er was geen luchtalarm gegeven. De Japanners waren gewend aan bombardementen met honderden B 29’s tegelijk. Wat zou die enkele bommenwerper, die op grote hoogte boven de stad vloog, kunnen aanrichten? Het richtpunt van de aanval was een brug in de stad (dus niet een oorlogsfabriek met arbeiderswoningen er om heen, zoals het Target Committee had bepaald). In werkelijkheid explodeerde de bom boven een ziekenhuis op 150 meter afstand van de brug. Niet dat het iets uitmaakte. Binnen een straal van 800 meter was iedereen onmiddellijk dood. Van de 76.000 gebouwen van de stad was bijna twee derde deel totaal verwoest. De rest was zwaar beschadigd. Een klein aantal gebouwen met een betonskelet stond nog overeind. De vuurstorm die door de explosie werd veroorzaakt, doodde iedereen die zich onder de puinhopen nog in leven bevond. Mensen die een goed heenkomen zochten in waterreservoirs werden levend gekookt. Van brandbestrijding of medische zorg was geen sprake. De complete infrastructuur voor hulpverlening, ja zelfs de complete civilisatie en geschiedenis van de stad, waren uitgewist.

Buiten de stad besefte men pas uren later dat er iets verschrikkelijks moest zijn gebeurd. Alle verbindingen waren weggevallen. Hiroshima was van de aardbodem verdwenen. Niemand wist wat er precies gebeurd was. Hadden de Amerikanen magnesiumpoeder boven de stad uitgestrooid en dit tot ontploffing gebracht? Bij de overlevenden werden ziekteverschijnselen vastgesteld die nog niet eerder voorgekomen waren: onverklaarbare bloedingen en afstervend weefsel. Dit werd veroorzaakt door rechtstreekse blootstelling aan radioactieve straling. Men wist in 1941 al dat het gevaar van straling even groot zou zijn als dat van de rechtstreekse explosie. Dit raakte echter ondergesneeuwd vanwege de vele compartimenten waarin het Manhattanproject verdeeld was. Op 11 mei 1945 attendeerde Oppenheimer nog eens op het gevaar van straling – voor de bemanning van de bij de aanval betrokken vliegtuigen. Het veel grotere gevaar van fall-out (radioactieve neerslag) op grotere afstand werd pas later ontdekt bij de proeven (ground bursts) met de waterstofbom. Het totale aantal dodelijke slachtoffers over de eerste vijf jaren in Hiroshima wordt geschat op 200.000.

Na de Bom op Hiroshima gingen de conventionele bombardementen gewoon door. Tegelijkertijd wierpen Amerikaanse toestellen tienduizenden pamfletten uit boven Japanse steden. In de pamfletten werd met totale verwoesting gedreigd als Japan niet zou capituleren. Nagasaki was nog niet met pamfletten bewerkt, toen Fat Man (21 kiloton) op 9 augustus om 11.02 uur boven de stad explodeerde, kilometers naast het geplande doel maar ongeveer halverwege tussen de staalfabriek en de munitiefabriek van Mitsubishi. Een toevalstreffer: in deze munitiefabriek waren de bij de aanval op Pearl Harbor gebruikte speciale torpedo’s voor ondiep water geproduceerd. Tijdens de explosie kwamen 70.000 mensen om, gedurende de eerste vijf jaren daarna nog eens hetzelfde aantal. Op 15 augustus sprak de keizer de Japanse bevolking toe: de voorwaarden van Potsdam werden aanvaard, en verder vechten had geen zin meer. De oorlogssituatie had zich immers niet noodzakelijkerwijze in Japans voordeel ontwikkeld, en de wrede atoombommen zouden uiteindelijk het wegvagen van de Japanse natie kunnen betekenen. Op 2 september werd de capitulatieovereenkomst in de baai van Tokio op het Amerikaanse slagschip USS Missouri ondertekend (Truman was uit de staat Missouri afkomstig). Daarmee kwam er een einde aan de Tweede Wereldoorlog.

De enige die had geprobeerd de discussie over het al of niet gebruiken van de Bom aan te zwengelen, was Leo Szilard, de wetenschapper die indertijd via Einstein bij Roosevelt op het ontwikkelen van een nucleair afschrikkingsinstrument had aangedrongen. Hij probeerde eerst Roosevelt en na diens overlijden Truman rechtstreeks te spreken te krijgen met een door hem opgesteld memorandum als gespreksstof. Daarna probeerde Szilard steun te krijgen voor een door wetenschappers te ondertekenen petitie aan de president. Nu Duitsland verslagen was, was de oorspronkelijke agenda (een middel ter afschrikking van een Duitse aanval) achterhaald. Japan moest de kans krijgen om zich over te geven. Pas bij een hardnekkige weigering van Japan zou de VS zich genoodzaakt kunnen zien om de Bom te gebruiken. Men moest wél beseffen dat met het gebruik van de Bom een nieuw paradigma ontstond. Teller en Oppenheimer ondertekenden de petitie niet.

Op 31 augustus 1946 bracht het tijdschrift The New Yorker zoals gewoonlijk een nummer met advertenties uit voor kappers, nylons, sinaasappeljam en jeeps. De omslag bestond uit een vrolijke tekening van mensen die in een park van de zon genoten. Maar de redactionele inhoud was bijzonder: het hele nummer bestond uit een reportage van de schrijver Hersey met gesprekken en ooggetuigenverslagen van overlevenden van Hiroshima. De editors wilden het Amerikaanse volk de onvoorstelbare en verwoestende kracht van de atoombom laten zien, en wat deze had aangericht. Het nummer maakte diepe indruk en was binnen enkele uren uitverkocht. Einstein bestelde duizend exemplaren. Meer dan vijftig kranten in de VS verkregen de rechten om het verhaal af te drukken. Ook werd er een radioserie van gemaakt. In november 1946 kwam het verhaal in boekvorm uit bij Penguin. In een Publishers’s Note werd gezegd dat de overlevenden tot nu toe hadden ontbroken in alle verhalen over de stralende toekomst van atoomenergie. Zij kwamen ook niet aan bod in het ethische debat of de Bom wel gebruikt had mogen worden en of een demonstratie boven onbewoond gebied toch niet beter was geweest. Het boek wilde in deze leemte voorzien. In Japan hielden de Amerikaanse bezettingsautoriteiten de publicatie van het boek tegen tot in 1949.

Het ethische debat was er tijdens de oorlog niet, maar na de oorlog wel. Oppenheimer, die zich na de Bom op Hiroshima zo triomfantelijk had gedragen en zeer bekend geworden was, droeg nu overal uit dat de wetenschappers zich bezondigd hadden en dat zij bloed aan hun handen hadden. Truman wilde er niets van weten, en veel van de collega-wetenschappers ook niet: aan huilebalken had de president geen behoefte, en dat berouw ná de zonde komt, is al vervelend genoeg; men moet er ook niet nog eens een keer beroemd mee willen worden. Oppenheimer bleef immers in het Amerikaanse kernonderzoek een vooraanstaande plaats innemen. Veel wetenschappers deden hetzelfde, vanwege de grote geldstromen die er door de Koude Oorlog beschikbaar kwamen voor onderzoek. Theoretische natuurkundigen waren lange tijd als nutteloze wetenschappers beschouwd; na Hiroshima kregen zij een sterrenstatus en de sleutel van de schatkist.

Szilard was consistenter. In 1949 publiceerde hij een fictief verhaal in The University of Chicago Law Review over zijn proces als oorlogsmisdadiger. Amerika heeft zich – aldus het verhaal – na de derde wereldoorlog aan de Sovjet-Unie overgegeven, en Szilard wordt door de Russische bezettingsautoriteiten op beschuldiging van oorlogsmisdaden gearresteerd. Hij wijst in zijn verdediging op zijn protesten en petities tegen het gebruik van de Bom. Ook Truman en Stimson staan terecht vanwege Hiroshima. Alle argumenten pro of contra het gebruik van de Bom passeren de revue. Het verhaal eindigt met een Deus ex machina: de inenting van de Sovjets tegen de door hen zelf gebruikte biologische wapens werkt niet meer, en zij moeten de Amerikanen om hulp vragen. In een nieuwe vredesregeling worden alle aanklachten vanwege oorlogsmisdaden ingetrokken. Op een subtiele manier stelde Szilard aan de orde dat de maatstaven van het tribunaal van Neurenberg ook voor de VS-prominenten golden. Of wordt de jurisprudentie op dit gebied altijd door de overwinnaars ingevuld?

Voor spijt was wel reden. Naar aanleiding van een bedrijfsongeval met plutonium diende in 1945 uitgezocht te worden hoe snel plutonium na een besmetting het lichaam weer zou verlaten. Er werd met medeweten van Oppenheimer een onderzoek opgezet. Achttien (soms ernstig zieke) patiënten werden zonder hun toestemming, zonder dat dit met hun geneeskundige behandeling te maken had en zonder dat zij daarover geïnformeerd waren, met plutonium ingespoten. Zo wilde men uitzoeken wat de Maximum Permissible Body Burden van plutonium was, zodat geleerden en technici op een veilige manier met kernwapens zouden kunnen werken. Er zijn honderden van soortgelijke experimenten uitgevoerd, om de effecten van straling te meten. Duizenden militairen werden rechtstreeks aan kernexplosies blootgesteld en kampen nu als atomic veterans met de gevolgen daarvan. Alles viel onder strenge geheimhouding, niet vanwege de nationale veiligheid maar vanwege de negatieve effecten voor de publiciteit en voor de wettelijke aansprakelijkheid van de regering. Pas in oktober 1995 maakte president Clinton schoon schip met een uitvoerig rapport van 925 bladzijden over wat zich achter de schermen had afgespeeld.

Gepubliceerd door dsdiederik

Emeritus predikant met liefde voor geschiedenis. Muzikaal taalkunstenaar. Schrijft over Koude Oorlog.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: