Over water lopen?

Schriftlezing: Marcus 4 : 35 – 40; Marcus 6 : 30 – 52.

Zelf zit ik in Lucas. Maar de zondagse gemeente (Heemse, ik heb er als kind gewoond – of heet het daar nu Hardenberg?) zit met het project van de kindernevendienst in Marcus. En dan liefst over de storm op het meer en de vraag van de mensen: wie is Hij? Maar je moet jezelf en de mensen niet in alles hun zin geven. Dus liever over dat tweede verhaal. Niet alleen over wie Jezus is, maar ook over wie wij zelf mogen zijn.

Ik weet niet hoe het met u is – maar ik kan niet over water lopen. Niet over de Overijsselse Vecht. En zelfs niet over de Eem: ik héét wel Overeem, maar ik breng er niks van terecht. Ik kan niet over water lopen. En u, vermoed ik, ook niet. Ging het nu alleen maar om: over water lopen. Jezus, lopend over het water, over het meer. Dat maken de vertalingen ervan. Letterlijk staat er: Jezus wandelt over de zee.

Dat wandelen is een lievelingswoord van Marcus. Vier mannen laten in hoofdstuk 2 hun zieke vriend door een gat in het dak zakken. Aan Jezus’ voeten. Sta op en wandel, zegt Jezus. Maar voordat een mens dat kan (zegt het verhaal) moet eerst de verlamming weg zijn. De zonde weg, de angst voor het leven weg, de faalangst verdwenen. Sta op en wandel – maar dan moet het zo ongeveer eerst Pasen worden.

Pasen: dat wordt het voor Jaïrus en zijn dochtertje (hoofdstuk 5). “Sta op”, ook hier vertelt Marcus met de woorden van Pasen. “Sta op, meisjelief, droog je tranen af”. Ze wordt uitgenodigd en laat de dood achter zich. En ze begint heen en weer te wandelen, vertelt Marcus. Daar is wel een Godswonder voor nodig, voordat een dode wandelt over de afgrond heen.

En straks, na ons verhaal, aan de overkant van het meer, is daar een blinde (hoofdstuk 8). Die ziet de mensen als bomen wandelen. Dat is erg, als je niemand herkent, alleen maar schimmen ziet rondspoken. Zo’n blinde heeft minstens zoveel hulp nodig als de verlamde man met zijn vier vrienden. Minstens zoveel hulp als Jaïrus met zijn dochtertje. Jezus wandelt. Niet een snelle Nieuwjaarsduik maar een ommetje. Op zijn levende gemak.

Marcus schrijft ook nog dat Jezus wandelt over de zee. Marcus wil geen aardrijkskunde vertellen, maar theologie: het meer heet ineens de zee. Die eindeloze, geheimzinnige zee, onpeilbaar groot, ongrijpbaar diep. De oervloed, de chaos, uit Genesis 1. En als God even de teugels laat vieren: de zondvloed, niet tegen te houden, de aarde overspoeld. Bron van onheil, poel van verdriet. De samenvatting van alle angsten en fobieën die een mensenkind kan hebben. Daarom staat er aan het einde van de Bijbel dat de zee er niet meer is. Over water lopen is een koud kunstje vergeleken bij wat Marcus vertelt. Jezus wandelt over de zee.

En zijn leerlingen… Er is iets met die leerlingen, in hoofdstuk 6. Ze hebben om zo te zeggen een broodprobleem. Eerst niet. Ze worden uitgezonden, twee aan twee. Voor het eerst zonder moeder naar school, ik bedoel: voor het eerst zonder Jezus op pad. Ze mogen bijna niets meenemen: geen bagage, geen ballast, geen brood. Brood: dat zullen ze onderweg wel tegenkomen en krijgen. De leerlingen komen terug en vertellen alles gedaan en geleerd hebben. En je hoort ze niet tegen Jezus zeggen dat ze zo’n honger hebben gehad, zo vermagerd zijn. Dat er nu direct een wonderbare spijziging nodig is. Met het brood komt het wel goed; dat weten de leerlingen nu. Niet uit een boekje maar uit eigen ervaring.

Aan de overkant van het meer ziet Jezus de menigte: als schapen zonder herder. Iedereen op zoek, maar niemand is gevonden. Schapen zonder herder: zo zien ze er uit en zo lopen ze er bij. Tot Jezus vertelt over de Goede Herder. Er is voortaan een stal, een Vaderhuis, een bestemming. Laat je dus niet meer verlammen, doodslaan, verblinden! Leef op, sta op, word weer mens. Hoog Sammy, kijk omhoog, Sammy, er is EEN die van je houdt. De mensen smullen ervan. Ze eten en drinken Jezus’ woorden in. Je zou bijna met hen uit wandelen gaan…

Uitgerekend dan beginnen de leerlingen over brood. Jezus heeft het over schapen zonder herder – maar de leerlingen zien magen zonder brood. Die theologie en dat Bijbelverhalen spellen is wel mooi maar we moeten ook praktisch blijven. Er is een acuut broodprobleem. Alsof een mens zich bij deze Herder daarover zorgen moet maken. Dat weten ze toch, teruggekomen van hun uitzending: brood was geen probleem? Maar de leerlingen beginnen te emmeren over brood. En Jezus doet een extra toegift: de wonderbare spijziging.

Blijven er twaalf manden vol brood over. Niet om dóór te komen, zoveel brood. Eén mand vol brood per leerling. Veel en veel meer dan ze bij zich hadden toen ze door Jezus werden uitgezonden. Ze kunnen het nooit op, ze tillen zich een breuk, één mand per persoon… Als een beschamend teken: brood is het probleem niet, maar geloof is het probleem. Zeur en mekker nou niet meer over brood. Laat je niet verlammen, doodslaan of verblinden door de angst dat je tekort komt. Een overvloed van brood. Dat kunnen ze niet weggooien of aan de eendjes voeren. Dat moet mee naar de overkant, voor straks. Twaalf manden vol brood in de roeiboot. Dat roeit niet handig, denk ik, vermoed ik (Bijbellezen werkt niet zonder een handvol fantasie).

Je zou denken dat de leerlingen nu wel weer op pad durven. Ze zijn al een keer zelfstandig op stap geweest, twee aan twee. Dan is het toch niet zo erg om even met zijn twaalven naar de overkant te varen? Ze zijn nota bene vissers. Ze hebben de storm op het meer overleefd De wind moest gaan liggen en zich koest houden, zoals een lastige hond weer in zijn mand moet. Maar waarom moet Jezus nu hen gelasten, opdragen, dwingen om te gaan varen? Als Hij nu gezegd had dat ze moesten gaan wandelen over de zee… Maar ze mogen gewoon met de boot!

Ik denk dat de storing bij de leerlingen in het broodprobleem zit. Ze zien niet dat bij Jezus het brood het teken is van zijn herder-zijn. Herder-zijn: dan ga je meedoen met Jezus. Dan ga je kijken met zijn ogen, of aan de overkant in Betsaïda al een blinde staat te wachten. Dan ga je luisteren met de oren van Jezus, werken met de handen van Jezus. Brood is daar een teken van. Het brood dat ze paarsgewijs onderweg kregen. Het brood van de wonderbare spijziging. Brood als teken van een nieuw begin, een nieuwe taak.

Maar brood, voorgebakken, kant-en-klaar, gesneden en belegd… Dat is veel lekkerder dan herder-zijn. Brood hoef je alleen maar te consumeren, en smullen maar. Alleen maar eten en doorgeven van wat Jezus voor ons heeft klaargemaakt. Wat zijn wonderbare spijzigingen toch kostelijk lekker. We lusten er wel páp van. Wat fijn als Jezus ons knuffelt en verwent en koestert. En niet zélf iets gaan klaarmaken, in Betsaïda een blinde zoeken. Maar niet in die boot, niet naar de overkant. Laat Jezus ons maar weer mee uit eten nemen, weer trakteren… Jezus dwingt hen de boot in.

Daarom nu even de mensenmenigte uit beeld. Zij kunnen wel even vooruit. De leerlingen gedwongen naar de overkant te varen. Een nieuwe bladzijde in hun leerschool. Jezus gaat alleen de berg op, om te bidden. Voor wie? Voor de mensenmenigte natuurlijk. En voor de leerlingen. In dat bootje op de zee; met twaalf manden vol brood roeit het moeilijk.

Let op: het stormt niet, zoals in het eerste verhaal van Marcus. Alleen de wind is tegen. Tegenwind hoort bij het leven. Van tegenwind leer je fietsen. Er staat nergens dat je met Jezus altijd de wind in de rug zult hebben. Van driesterrenrestaurant naar driesterrenrestaurant. Tegenwind: je wordt er flink van, je leert te volharden. Ze roeien hard, de leerlingen. Maar door de tegenwind komen ze nauwelijks vooruit. Het stormt niet, gevaar is er deze keer niet bij. Behalve dat je elkaar de put in praat. Zo van: dat wordt nooit wat, het blijft in de kerk maar tobben en behelpen. Ach, bestond het hele leven maar uit wonderbare spijzigingen… Maar dit geploeter…

De nacht is haast ten einde, de morgen niet meer ver. En Jezus wandelt over de zee en wil hen vóórgaan, naar de overkant. Hij wil laten zien: er is een weg, een overkant, een goede Herder. Er is een weg voor de verlamde en zijn vrienden, voor dat dochtertje en haar vader. De peilloze afgrond van de dood moet zich aan Hem gewonnen geven. De zondvloed moet over zich laten lopen, de golven moeten knielen, de wind moet gaan liggen. Tegenwind zal niet het laatste woord hebben.

De leerlingen kennen de verhalen van Israël. Hoe was het ook al weer met Mozes? De zee vóór hen, de farao met zijn hele leger áchter hen. Ineens kwam er een weg door de zee. En later trokken ze droogvoets door de Jordaan: er was ineens een pad. Psalmen en profeten getuigen ervan. Het is niet volstrekt nieuw, wat Jezus doet.

Van het bemoedigende, troostende gebaar van Jezus maken de leerlingen een spookverhaal. Ze schreeuwen het uit van angst. Wonderbare spijzigingen zijn prima. Maar Jezus, die de weg wijst naar de overkant… Jezus, die wind en water voor Zich laat knielen – dat kan helemaal niet. Want ze hebben elkaar en zichzelf de put in gepraat. Hij komt bij hen aan boord. Dat was de bedoeling niet; Hij wilde vooruit gaan. Er staat een blinde te wachten die de mensen als bomen ziet wandelen. Maar die moet nog even in de wachtkamer, tot hoofdstuk 8. Want d’r zit me toch een stelletje blinden en doven en verlamden in dat bootje…

Het komt niet door de tegenwind. Het komt door de leerlingen, die elkaar de put in praten. De leerlingen met hun klaagzangen over kommer en kwel. Als er dan hulp komt, kunnen ze er alleen maar een spookverhaal in zien. Ze waren hardleers, zegt Marcus. Ze hebben niks van de broden geleerd. Ze werken niet mee.

Dat is het verhaal, lieve mensen in Heemse (Hardenberg?). Over de zee wandelen (of over de Vecht, of over de Eem) hoeven wij niet. Gewoon in een bootje naar de overkant. Of over de brug. Met de Bijbelverhalen als brood en met Jezus als Herder. En voor de duvel en z’n ouwe moer niet meer bang. Je niet meer laten aanpraten dat Bijbelverhalen niet kloppen en spookverhalen zijn. Gewoon in het bootje, als Jezus dat vraagt. Gewoon roeien met de riemen die je hebt – groeien met de riemen die je hebt…

Gepubliceerd door dsdiederik

Emeritus predikant met liefde voor geschiedenis. Muzikaal taalkunstenaar. Schrijft over Koude Oorlog.

Eén opmerking over 'Over water lopen?'

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: