Hande(rs)lingen 16: het loopt fout af (slot)

Hij had al vrij kunnen zijn als hij zich niet op de keizer had beroepen (26 : 32)

Ineens staan we met Paulus in de rechtszaal. Hij is in Jeruzalem ten onrechte aangeklaagd. Het is echter de vraag of Paulus het allemaal zelf niet heeft uitgelokt, door met stoom en kokend water tóch naar Jeruzalem te willen. Zijn thuisgemeente was Antiochië en een overleg met de andere apostelen was ook daar mogelijk geweest. Maar nu staan we ineens in de rechtszaal. Het is ingewikkeld (dat zijn processen altijd).

Ik stribbel een beetje tegen. Wat heb ik bij de rechtbank te zoeken? Ik heb toch niks verkeerds gedaan? TV-programma’s als Bonje met de buren of de Rijdende Rechter sla ik meestal over. Daar wil je toch niet bij horen, je zou er voor je verdriet geen rol in willen spelen. Natuurlijk moeten er rechtbanken zijn, en een rechtsstaat. Maar je kunt er het beste een paar meter vandaan blijven. Maar wat als een ander bonje met jou zoekt en een rechtszaak tegen jou begint? Paulus wordt vanuit Jeruzalem aangeklaagd. Ik herinner me uit de beginjaren van de PKN ook nogal wat rechtszaken. Een groepering van conservatieve Hervormden (later de Hersteld Hervormde Kerk) beschouwde zich als (enige) voortzetting van de Nederlandse Hervormde Kerk. Zij wilden niet mee met Samen op Weg en wensten alle plaatselijke kerkelijke bezittingen. Zij spanden het ene proces aan na het andere en verloren hun zaken stelselmatig. Het kostte tonnen aan advocaatkosten, en ik mopperde er vanuit de directie van de dienstenorganisatie op: het kwam immers allemaal uit de collectezak. Maar wijzere mensen dan ik zeiden dat het anders miljoenen zou gaan kosten. Misschien wil jij de rechtbank niet, maar als een tegenstander jou als mikpunt kiest, kun je toch maar beter een goede advocaat en een dekkende rechtsbijstandsverzekering hebben…

Hoe staat het met Paulus’ kansen? In Jeruzalem loopt hij gevaar en krijgt hij geen eerlijk proces. Daarom is hij naar Caesarea, de keizerstad, overgebracht. Daar wordt hij beschuldigd en aan het lijntje gehouden. De Romeinse gezagsdrager Felix doet geen uitspraak, hoopt door Paulus omgekocht te worden, en houdt hem twee jaren onder een mild regime gevangen. De rechter doet geen recht. Felix: je kunt nog geen kattenvoer naar de man noemen.

Felix’ ambtsperiode zit er op. Zijn opvolger Festus erft het hoofdpijndossier-Paulus. Hij maakt er meteen werk van en hoopt Paulus in Jeruzalem terecht te kunnen laten staan. Paulus weigert en gaat in hoger beroep bij de keizer. Dat recht heeft iedere Romeinse staatsburger. Festus kan nu niets meer doen behalve een rapport voor de keizer schrijven. Waarschijnlijk is hij blij dat hij van de zaak af is en geen uitspraak hoeft te doen (zoals Pontius Pilatus ook rust kocht). Hoe schrijf je nu een dossier waar de keizer iets mee kan? Festus nodigt lokale gezagsdragers, koning Agrippa en koningin Bernice, uit om Paulus te (ver)horen en zo materiaal te verzamelen voor een brief van de stadhouder aan de keizer.

’t Is toch wel een toestand rondom Paulus. Iedereen is in de weer met zetten en tegenzetten. De tegenstanders zetten zelfs een advocaat in. Maar de oergemeente in Jeruzalem blijft oorverdovend stil. Konden ze niet voor Paulus opkomen, of durfden ze niet? Maar toch ook weer de vraag of Paulus het zelf niet uitgelokt heeft door naar Jeruzalem te gaan. Iedereen voor jou in de weer en voorbeden gevraagd van hier tot ginder – maar een profetische kamelenharen mantel is aan de binnenkant niet gevoerd en prikt dus nogal. Die jas moet je niet te gauw aantrekken. Pijnlijk geval, dus.

Paulus mag zichzelf verdedigen. Hij kiest niet de invalshoek van de schandalige behandeling: twee jaren onschuldig vast zitten en aan het lijntje gehouden worden, geen eerlijk proces, als een hete aardappel doorgeschoven naar Jeruzalem, slachtoffer van politieke spelletjes, vormfouten, onmiddellijke invrijheidsstelling met schadevergoeding, enzovoort, enzovoort. In plaats daarvan heeft Paulus het over de inhoud. Kernpunt is de vraag: past de opstanding van de Here Jezus bij de beloften die aan Israël zijn gedaan, ja of nee? Eerst heeft Paulus “nee” gezegd – totdat op weg naar Damascus de Here Jezus hem aansprak in het Hebreeuws, de taal van de beloften. Het paste wél. En voortaan heeft Paulus altijd in het licht gewandeld dat hem toen omstraalde en heeft hij daarvan onder de zegen van God getuigd.

Dezelfde emmer die Paulus op weg naar Damascus over zich heen kreeg, keert hij nu om boven Festus, Agrippa en Bernice. Alles moet in één preek, in één verdedigingsrede. De bedrijfsblinde apostel. Wat hem is overkomen, kan bij toch niet bij een ander herhalen? Festus reageert letterlijk dat Paulus dat manische, dan maniakale, waarmee hij de christenen eerst vervolgde, nog steeds niet kwijt is. Agrippa wordt door Paulus onder druk gezet en maakt zich er met een grapje van af. Mensen die met de “emmer-methode” tot geloof gekomen zijn hebben nogal eens de neiging om dit bij anderen te willen herhalen. Schrijft Paulus daarom in 1 Timotheüs 3 : 6 dat je iemand die pas bekeerd is geen leider van de gemeente moet maken: het jachthondeninstinct is dan nog te groot..? De “druppel-methode” is toch ook goed: kleine stappen, het ene verhaal na het andere, het ene lied na het andere; God werkt bij stukjes en beetjes.

Ik vraag me af of Paulus’ betoog in de rechtszaal past. De rechtbank gaat niet over geloof of theologie en is daartoe niet bevoegd. De rechter kan niet beoordelen of de opstanding van de Here Jezus nu wel of niet bij Gods beloften aan Israël past. Als de rechter “ja” zegt, komt niemand tot geloof. En als de rechter “nee” zegt, heb je er een gigantisch probleem bij. De rechter kan alleen maar beoordelen of er wetten overtreden zijn, of de openbare orde geschonden is, of iemand ten onrechte benadeeld is. De rechter kan zich niet uitspreken over de vraag of de Here Jezus mag opstaan of niet. Maakt Paulus geen contact met de aarde meer? Bedrijfsblindheid kan de beste van ons overkomen.

Het hele verhaal gaat als een nachtkaars uit. Het koningsechtpaar en Festus concluderen dat Paulus niets heeft gedaan wat dood of gevangenschap verdient. Hij had al vrij kunnen zijn als hij zich niet op de keizer had beroepen. Een wel erg mechanische redenering. Men had Paulus ook onmiddellijk een vrijgeleide naar Antiochië kunnen geven met het dringende advies om weer op reis te gaan. Hij had er dan zelf voor kunnen kiezen om naar Rome te gaan. Maar er is nu eenmaal op een bepaalde knop gedrukt en daar hoort een bepaalde uitkomst bij: x kan nu eenmaal geen y opleveren. Wie in een juridisch proces verzeild raakt, moet met een juridische uitkomst leven: “dit is de uitspraak en daarmee moet u het doen”.

Merkwaardige verhalen in dat Handelingenboek. Ik vertelde ze net een beetje anders. Want van vragen worden die verhalen sterker. Het geloof van Paulus betekent nog niet: geloven áls Paulus. Paulus als model en reisgids. Nee, meer een uitnodiging om zelf na te denken over de afgelegde en nog af te leggen weg. Met als motto: niet emmeren, maar druppelen…

Gepubliceerd door dsdiederik

Emeritus predikant met liefde voor geschiedenis. Muzikaal taalkunstenaar. Schrijft over Koude Oorlog.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: