Een fatsoenlijk mens. Bij het vertrek van Henk Staghouwer als minister

Het eerste politieke slachtoffer in de stikstofcrisis is gevallen. Hij is naar eigen zeggen niet de juiste persoon om leiding te geven aan de grote opgaven die er zijn op zijn departement. De Kamer verweet hem een gebrek aan visie. Hij slaagde er niet in een wenkend toekomstperspectief voor de agrarische sector op tafel te leggen, waarmee Den Haag sier zou kunnen maken tegenover de boze boeren. Staghouwer gaf daar ook geen voorrang aan. Voorrang kregen de gesprekken met de agrarische sector en andere spelers op het veld: gesprekken onder leiding van bemiddelaar Johan Remkes.

Maar eerst waren de vooraf duidelijk afgesproken stikstofdoelen onderuit gehaald. Bij de opdracht aan Remkes werd langzaam maar zeker duidelijk dat de toekomst open zou zijn. Anders hadden bemiddelingsgesprekken geen zin. Het vraaggesprek met minister van buitenlandse zaken Hoekstra moest toen nog komen. Wopke begaf zich daarmee niet alleen ongevraagd op het beleidsterrein van zijn collega’s, maar haalde ook de eenheid van het kabinet onderuit: het kabinet sprak in één keer met dubbele tong. Premier Rutte probeerde nog te sussen: Wopke had niet als bewindspersoon gesproken maar als leider van het CDA. Je moet bijna Jezuïetisch geschoold zijn om dat te snappen. Staghouwer stond onder grote druk van de Kamer om vóór Prinsjesdag met een wenkend toekomstperspectief te komen. Hij legde dat uiteraard niet op tafel; in dat geval zou hij zich buiten spel begeven bij de Remkes-ronde. Eerst afwachten wat daar uit komt en dan kijken hoe we de voor het toekomstperspectief al gereserveerde gelden daadwerkelijk kunnen gaan inzetten op een manier die het conflict te boven gaat. Maar zoveel geduld had de Kamer niet. Die wilde geen stikstof maar bloed zien. En CU-fractieleider Gert-Jan Segers ging niet vierkant voor en achter zijn minister staan. Dan rest alleen de zijdeur.

Tot overmaat van ramp kwam daar de afschaffing van de “derogatie” bij: de extra mest, die de boeren boven de bestaande Europese richtlijn mochten uitrijden. Dat moet nu binnen een paar jaren afgelopen zijn. Het geduld van Brussel raakt op. Het experiment van de pulsvisserij als uitzondering was stiekem mainstream geworden, en minister Schouten (toen minister van landbouw en visserij, en nu weer, totdat de CU een nieuwe minister heeft opgevist of uit de klei getrokken) moest tandenknarsend toegeven dat ons land zijn hand overspeeld had. En nu de derogatie? Een verloren zaak. De grondwaterkwaliteit komt in het geding, de gezondheid wordt een risico, en als het Nederlandse poldersysteem de kwestie op de lange baan schuift, hakt Brussel de knoop door. Moest Brussel vaker doen, denk ik wel eens.

Dat Staghouwer in deze slangenkuil geen vertrouwen meer had in de afloop van een Kamerdebat, was duidelijk. Maar hij was te fatsoenlijk om dat te zeggen. CU-fractievoorzitter Gert-Jan Segers heeft het al moeilijk genoeg om zijn dolgedraaide achterban in bedwang te houden. Stelletje gereformeerd-evangelische dwarsliggers die niet weten dat besturen een kwestie van geven en nemen is, ook als dat geven ongelooflijk pijnlijk is. Maar goed: Segers zit met een naderend afgedwongen partijcongres. Hij heeft voorzichtig met zijn portefeuille gewapperd: onze Giodeonsbende in de Kamerfractie heeft het al zwaar genoeg. Dat is hem weer kwalijk genomen door de oud-hoofdredacteur van het Nederlands Dagblad, Sjirk Kuijpers. Als je politiek persoonlijk maakt en met je portefeuille zwaait, doe je dat gauw één keer te vaak. Resultaat: kabinetscrisis en een CU als roepende in de woestijn van de oppositie. Dat zei Sjirk niet, maar ik lees dat tussen de regels door. Als zelfs Hoekstra buiten de pot mag plassen, kun je dat de CU-achterban op het punt van de asielcrisis niet kwalijk nemen. Gereformeerden hebben nu eenmaal een ingebakken (ingeschapen?) neiging om elkaar de tent uit te vechten. Dat was in de ARP ook al zo.

Staghouwer maakte het persoonlijk. “Ik zie mijzelf niet als de juiste persoon”. Daarmee trekt hij ten onrechte een boetekleed aan. Een fatsoenlijk mens. De zaak moet toch verder kunnen, nietwaar? En als het nu op mij vastligt… Had hij iets gezegd over de slangenkuil dan was hij door de oppositie doodgebeten. Dan maar af door de zijdeur, met opgeheven hoofd, als een eerlijk en integer mens. De oude regel geldt: niemand is aan het onmogelijke gehouden. Terug naar Groningen, de provincie waar ook Remkes vandaan komt. De provincie die niet voor aardbevingen zorgt maar daar wel onder lijdt.

Ik ben geen lid van een politieke partij. Maar ik heb wel een mening. Dus voor het CDA-congres hoop ik op een fluitconcert voor “onze” Wopke. Als minister van buitenlandse zaken (je moet de functies goed uit elkaar houden, immers?). En voor het CU-congres hoop ik op een staande ovatie. Voor onze Staghouwer. Ovatie, ingeleid door Segers. Er mag van mij ook bij gezongen worden. Hoe ging dat ook weer: dat ’s Heren Segers op u daal’…

Gepubliceerd door dsdiederik

Emeritus predikant met liefde voor geschiedenis. Muzikaal taalkunstenaar. Schrijft over Koude Oorlog.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: