Hande(rs)lingen (4)

Verlammend… (Handelingen 3)

Zijn benen zijn lam. Al vanaf de geboorte. Dat is erg. Nog erger is: ze doen nu ook alsof zijn oren lam zijn, zijn mond, zijn hersenen. Want ze praten over hem alsof hij er niet bij is. Over hem en over hem heen. Zoals je ook gemakkelijk alleen “goedemorgen” zegt tegen de duwer van de rolstoel – en degene die er in zit over het hoofd ziet.

“Had dan niet gerookt tijdens de zwangerschap”, zegt zijn vader tegen zijn moeder, en pakt weer een sigaartje. Zijn moeder wordt giftig en snauwt terug: “als jij de verloskundige eerder had gebeld, was de bevalling wél goed gegaan”. Hij zit daar bij. Meestal zeggen zijn ouders dan een hele tijd niks tegen elkaar. Hij heeft dan even rust. “Mantelzorg is ook zwaar”, denkt hij. “Pa en Ma hebben levenslang – net als ik”.

“Volgens mij is het psychisch”, zegt de wijkverpleegster tegen zijn ouders. “Zijn benen zitten tussen zijn oren, als u begrijpt wat ik bedoel. Mijn tante had het ook, tante Brechtje uit Dodewaard. Zij is in therapie gegaan en heeft net met oom Zeeger de Vierdaagse gelopen”. Zelf – maar dat is geheim – is zij een vat vol problemen, waar al vijf therapeuten de tanden op stuk gebeten hebben.

De familie komt trouw op bezoek. Hoofdschuddend. “Loop(!!) maar met gesloten ogen naar het onbekende land”, zegt tante Alie. Beetje lastig als je verlamd bent. Neef Diederik (ook uit Dodewaard) zegt: “vraag niet naar het waaróm, maar naar het waartoe“. Maar dat laatste weet neef Diederik zelf ook niet. Oom Niek probeert hem op te beuren. “Wees blij dat je tenminste je armen nog kunt gebruiken; het had veel erger kunnen zijn”.

Stop even, Evert. Wat ben je aan het doen? Mensen lezen je blog en verwachten dat je de Bijbel een beetje uitlegt en dichterbij brengt. En vandaag moet het keurig gaan over de genezing van de verlamde. Dat moet nauwkeurig onderwezen worden. Dat is natuurlijk helemaal waar en dat hoort een béétje dominee ook te doen. Maar: ik ben bang dat wat ik (her en daar wat overdreven, ik geef het graag toe) vertel, óók gebeurt. Tot op de dag van vandaag. Ondanks Handelingen 3. Ondanks wat er achter zit: Pasen (opstaan!) en Pinksteren. Ondanks Wie er achter zit: Jezus als levende Heer. Het gebeurt nog steeds, ondanks alles. Mantelzorgers krijgen te horen dat ze niet moeten klagen maar dragen en vragen om kracht. Maar zelf maakt de visite de handen niet vuil. Het gebeurt nog steeds. Vraag het maar eens aan chronisch zieken of aan mensen met een zichtbare handicap. Als je oud wordt en mistig, komt een robot je straks opvrolijken met een muziekje waarop je versleten lijf mag dansen (was laatst voor het Journaal). Dus ga ik toch nog even door met het vertellen van het verhaal op mijn manier. Om mezelf en jullie een beetje aan het schrikken te maken.

“Je gaat er niet aan dood, dat weten we”, zegt de specialist in het ziekenhuis. “Maar een geneesmiddel is er nog niet. Jouw kwaal komt ook te zelden voor om er echt onderzoek naar te doen. Had je nu maar kanker. Daar is wél belangstelling voor, betrokkenheid, geld voor onderzoek. Daar fietsen de mensen in drommen de berg voor op. Voor jou kunnen we hier verder niets doen. De huisarts neemt de medische zorg over”. De ziekenhuispastor komt nog even langs. Hij is vlot en modern en spreekt de taal van de jeugd want dat spreekt de jeugd aan. “Ik kan me niet voorstellen dat God dit gewild heeft”, zegt hij. “Denk maar zo: God vindt het ook rot voor jou dat je poten niet willen. Probeer te vechten tegen de lamlendigheid”. Bij het afscheid krijgt hij een stevige dreun op zijn schouder.

Zijn vrienden komen in het weekend wel eens langs. Niet zo vaak meer als eerst. Want ze zitten ook op voetbal, moeten hangen en chillen, en ze moeten naar de meisjes. Daar hebben ze het dan ook over met hem. Over discodansen, over voetballen, over een meter bier. Zijn moeder komt uitgerekend dan binnen om te vragen of de heren nog een glaasje cola willen. Als hij wérkelijk gaat praten over wat hij voelt, komt er straks geen mens meer. Dus hij staat (!) zijn mannetje in het gesprek en lacht mee over hun grappen en grollen. Beetje kunstmatig…

Hij wordt ouder, en zijn ouders ook. Ze zitten al jaren met hem opgescheept, aan huis gebonden. Dat is uitzichtloos en wordt alleen maar moeilijker. “Een dagverblijf”, zeggen ze. Daar leerst hij zelfstándigheid. Hij moet natuurlijk een keer op eigen benen gaan staan (o sorry jongen, dat bedoelen we natuurlijk niet letterlijk)”. De maatschappelijk werkster komt en kijkt bedenkelijk. Ze heeft het over bezuinigingen en herkeuringen. “In zijn geval ligt thuiszorg toch meer voor de hand”, is haar conclusie.

“Als we hem overdag nu eens naar de stad brengen?”, oppert zijn vader. “Dan komt hij onder de mensen en heeft hij afleiding. Bovendien kan hij in de stad zijn kostje bij elkaar scharrelen, bedelen bedoel ik”. “Waar in de stad?”, vraagt zijn moeder. “Bij de Tweede Kamer? Maar daar hebben ze de handen vol aan beleid, visie en nieuwe politiek, daar hebben ze geen tijd voor mensen. Maar ik wil hem ook niet in de winkelstraat hebben, want dan geneer ik me dood als ik een keer met mijn vriendinnen ga shoppen”.

Na veel vijven en zessen komen ze met een prachtidee: het heiligdom. Daar komen ’s middags om een uur of drie (het negende uur) nogal wat mensen om te bidden. Die zullen vast wel en kleinigheid voor hem over hebben. Bovendien is er een regel: bij het heiligdom telt het geven van giften net zo zwaar als het brengen van een offer. En het is bekend dat de meeste mensen liever een gift geven dan dat ze een offer brengen. Bij het heiligdom lopen ook heel wat naïeve pas bekeerde mensen rond, die denken dat je teksten letterlijk moet nemen. Teksten over God dienen én de Mammon, bijvoorbeeld. “Ze zullen allemaal dankbaar zijn dat wij hem daar neerzetten”, zeggen zijn ouders. “Ze kunnen de hemel ermee verdienen”.

Dat wordt het dus: het heiligdom. Zijn moeder kan eindelijk winkelen. Zijn vader gaat naar de theologische cursus voor gemeenteleden: hij vindt de narratieve theologie interessant en wil daar graag meer van weten. De verlamde man zit op een prachtplek bij het heiligdom. De Schone Poort. Daar komen veel mensen langs. Automatisch houdt hij de hand op, zonder de mensen meer aan te kijken. Want aankijken betekent contact, begroeting, een praatje. Aankijken betekent menselijkheid. Niet alleen zijn benen zijn verlamd. Zijn ogen ook. Zijn gedachten ook. Alleen maar die bedelende hand. Gisteren drukte iemand hem een papiertje in de hand: een oproep om mee te lopen in een demonstratie tegen verlammende structuren. Hij zit daar maar te zitten en hoort bij het straatmeubilair. De blik op oneindig en het verstand op nul. Hij hoort in de verte het rumoer over Jezus. Maar zelf wordt hij er niet beter van. Jezus komt niet bij hem langs.

Op een mooie dag gaan twee mensen op naar de tempel om te bidden. Twee ménsen, geen voorbijgangers. Dat weet onze verlamde nog niet. Alleen die uitgestoken bedelhand. Maar ineens wordt het patroon doorbroken. Deze twee staan stil. Ze kijken hem aan. Er ontstaat oogcontact. Zoals in jaren niemand naar hem gekeken heeft: ze kijken hem aan. “Sla je ogen op”, zeggen ze. En hij denkt dat het een extra grote gift wordt. Niet meer koper of nikkel, maar goud of zilver. Zo vastgeroest is hij dat hij niets anders meer verwacht, kan verwachten. Alleen maar een aalmoes, maar dan een beetje groter. Zo hebben de mensen hem laten vergroeien.

Twee mensen. Petrus en Johannes. Geen voorbijgangers, maar voorgangers. Ze komen bij Pasen vandaan en bij Pinsteren. Ze hebben geen goud of zilver. Erg is dat niet. Want ze hebben Iemand bij zich. De Dritte im Bunde, zoals de oosterburen zeggen. Ze noemen zijn naam, alsof Hij er zelf bij is (en dat is op de een of andere manier ook zo). En het wordt ineens een Paasverhaal. “Sta op en loop”, zegt Petrus. En hij grijpt de verlamde bij de rechterhand om hem overeind te helpen – nee, om hem op te wekken, staat er. Precies dezelfde woorden als in het Paasverhaal. De verlamde wordt opgewekt uit het medelijden van anderen. Opgewekt uit het levend begraven zijn in de woorden en gedachten van anderen over hem, opgewekt uit het doen en laten van anderen met hem. Hij staat op eigen benen. Hij is gemachtigd, gered.

En hij springt me daar toch een gat in de lucht..! Heel het volk zegt: hé, daar heb je dat geval, dat bedelgeval, dat jaren bij de poort zat. Zo kennen we hem. Alsof hij bij het straatmeubilair hoort. Maar nu ineens: een huppelend mens. Iemand is bij het heiligdom, waar mensen komen om te bidden, eindelijk compleet méns geworden. Hoe zelden komt dat onder ons voor. Dat hoort niet zo. Dat doorbreekt de regels. Er ontstaat opschudding, er komt een commissie van onderzoek – want die twee mensen, die drie mensen, zijn eigenlijk stoorzenders. We hadden immers een beetje afgesproken dat wonderen niet meer gebeuren en dat mensen niet meer opstaan om mens te worden. Ze hebben die verlamde veertig jaren laten zitten. Omdat ze niet durfden. Omdat chronisch ziek zijn eng is. Omdat ze niet wisten wat ze zeiden moesten. Omdat ze bang waren…

Goud en zilver hebben we zat. Misschien wel méér dan goed voor ons is. Wonderen hebben we niet meer. We kunnen ook zoveel meer dan toen: medisch, technisch. Maar ik heb geen wonderen voor u op zak. Het ziekenhuis afschaffen, COVID de wereld uit, de ambulance met pensioen, een nieuwe hemel en een nieuwe aarde – dat zál allemaal nog eens. Maar Pasen hebben we, en Pinksteren.

Het is het laatste teken bij het heiligdom in het boek Handelingen. Want voortaan zijn de mensen zélf een levend teken. Ze zien misschien geen wonderen, maar ze zijn wonderen. En meer heb ik niet voor u. Alleen maar een Verhaal. Alleen maar (?)…

(Dit verhaal heb ik vorige week zondag verteld in de viering op Nieuw Hydepark: een vakantieweek met 39 gasten en 31 vrijwilligers).

Gepubliceerd door dsdiederik

Emeritus predikant met liefde voor geschiedenis. Muzikaal taalkunstenaar. Schrijft over Koude Oorlog.

Eén opmerking over 'Hande(rs)lingen (4)'

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: