Hande(rs)lingen (1)

(1 : 6 – 8)

Bij ons in de kerk (Dorpskerk, Leusden) werd op Goede Vrijdag het lijdensevangelie gelezen. Helemaal. Het viel me op hoe iedereen aan Jezus trekt. De een benadrukt zijn onschuld. De ander trekt het zwaard. om Hem te verdedigen. De tegenstanders willen van Hem de erkenning dat Hij de Koning der Joden is. De soldaten dobbelen om zijn kleren. Ze willen allemaal de regie. Ze trekken allemaal aan Jezus. Ze willen allemaal een stukje. Dat viel me op.

Ik had The Passion op donderdagavond niet gezien (mijn muzikale smaak ligt ergens anders). Wel de vele reacties op Facebook en Twitter. Daarbij was het me ook opgevallen: iedereen trekt Jezus naar zichzelf toe. Voor de een is Hij de Verliezer, die ons leert dealen met ons eigen verlies. We herkennen ons eigen verlies in Hem. Voor de ander is Hij de stervende, die ons zo doet denken aan moeder, die op haar sterfbed vredig heenging. Hij leert ons omgaan met ons eigen sterven, want dat zien we in Hem terug. Voor weer een ander is Hij de rebel, die zich gewonnen geeft omdat het niet anders kan. Hij maakt zichtbaar dat wij door het offer heen allemaal morele winnaars kunnen zijn. En weer voor een ander is Hij het symbool voor het menselijke lijden. Ons lijden en onze pijn zien wij terug in zijn lijden en pijn. Ook hier: iedereen trekt Jezus naar zich toe. Jezus, op de noten van onze muziek gezet.

Wie heeft er gelijk? Wie heeft het meest recht op Hem? Welk beeld, welke herkenning, is juist? Wie is het ergste slachtoffer? Wie verdient het het meeste medelijden? Oneerbiedig gezegd: wie is de grootste tranentrekker..? Of is Jezus misschien de enige die gelijk heeft – en hoe dan?

De spelbreker. Ik ben indertijd in Kampen (Oudestraat, later Koornmarkt) degelijk opgeleid als theoloog. Ze leerden mij luchtballonnetjes door te prikken. Vragen te stellen. Daar gaan we dan. Gaat het bij dit alles nog wel over Jezus? Jezus, niet zoals wij Hem willen hebben, ervaren, zien met onze eigen hebberige ogen, thuis willen brengen – Jezus, zoals Hij was, sprak, leerde, om óns thuis te brengen? Of gaat het bij dit alles eigenlijk om onszelf? Maken wij gewoon een u-bocht over Jezus en komen we bij onszelf uit: ons stukje van zijn kleed, ons slachtofferschap, onze teleurstelling, ons verdriet? Lijken wij op Jezus – of lijkt de Jezus die uit dat proces tevoorschijn komt heel erg op ons? Wij kunnen Hem met onze hits helemaal Spotify-en, thuisbrengen en binnenhalen, Hij past in onze top-tien, Hij “mag” bij “ons”. Als onschuldige, degene die je moet verdedigen, de kampioen van de stervende, de capitulerende rebel, het model-slachtoffer. Doorhalen wat niet verlangd wordt.

Jezus zelf: Hij zou naar God verwijzen, naar de Psalmen, de Profeten. Hij zou verwijzen naar de andere kant: het Koninkrijk waar de minsten de meesten worden en de laatsten de eersten, waar verloren mensen gevonden zijn en niemand meer als melaats wordt aangekeken. Jezus zelf zou verwijzen naar God, die het gordijn van de tempel van boven naar beneden openscheurde, die niet meer in onze hokjes of modellen wil wonen maar gewoon onder de mensen. God trekt zich nooit meer op een allerheiligst eilandje terug, achter de gordijnen, waar een keer per jaar nog een priester naar binnen mag om contact te leggen. God laat zich niet meer wegstoppen. Jezus zou…

Pasen. Jezus stond op uit onze dood. Hij wordt weer van zichzelf. Hij wordt weer van God. Hij wordt weer uniek. Wij trekken niet meer aan Hem, maar Hij gaat aan ons trekken – en dat heet de Heilige Geest. Jezus staat op uit de ravage van onze beeldvorming. Hij is geen slachtoffer meer, geen eigendom van de verliezers, geen kampioen meer van de lijdenden. Pasen betekent niet dat het lieve oude liedje weer verder gaat maar dat er een nieuw lied begonnen is op noten die nog nooit een mens heft bedacht. Pasen betekent dat wij geen grip op Hem hebben maar dat Hij ons (be)grijpt en vasthoudt. De overkant breekt aan en breekt in in deze wereld. We gaan nooit meer zo dood als we vroeger gingen. We gaan nooit meer zo naar het kerkhof als we vroeger gingen. Want God begon aan een nieuw begin. Wie van Pasen alleen maar de comeback van ónze Jezus maakt, is bezig om op de noten van het slotkoor van de Matthäuspassion (wir setzen ons mit Tränen nieder) het tempelgordijn weer zorgvuldig aan elkaar te naaien – de touwtjes aan elkaar te knopen tot de volgende editie van the Passion waar het hele spul weer van te voren begint.

Veertig dagen lang verschijnt Jezus aan de leerlingen die nu afgezanten mogen worden, scholieren die missionair moeten worden, discipelen die apostelen gaan heten. Dat is nog eens wat anders dan een retraite van een paar dagen in een stil klooster voor predikanten, voor of na de Paasdrukte (Jezus leeft maar de dominees zijn doodop). Veertig dagen lang opfriscursus koninkrijk van God door niemand minder dan Jezus. Veertig dagen lang komen de gelijkenissen, de tekenen, de wonderen, de verhalen weer langs. Behalve één ding. Ons lijden en slachtofferschap komen niet meer langs, want niemand heeft ooit zo geleden als Jezus, niemand is ooit zo dood geweest als Jezus: waar Hij is geweest, komen wij nooit meer. The Passion komt niet meer langs. Hij mag niet meer bij ons maar wij mogen bij Hem.

En er komt nog wat aan. De belofte van de Vader gaat in vervulling. Ga nog niet weg uit Jeruzalem, want eerst moet je weten en ervaren: God woont niet meer apart, maar onder de mensen, niet verwaterd maar vurig. Je hoeft het niet allemaal zelf te doen. Gods koninkrijk is te groot om er een menselijk project van te maken. Het past niet in een teamvergadering van het management. God zelf waakt, bidt, en trekt mee door de eeuwen. Veertig dagen lang bijscholing, heroriëntatie in het leven. Het leven begint bij veertig. Handelingen der apostelen: een nieuw boek. Niet meer het eerste boek of een vervolg daarop, maar echt een nieuwe bladzijde, een tweede boek. Hande(rs)lingen, dus.

Dat is zo ongeveer het laatste wat Jezus tegen de leerlingen zegt. Wat zeggen zij tegen Hem? Ze zijn gewoon weer bezig het tempelgordijn weer aan elkaar te naaien. Terug naar vroeger. Jezus als nieuwe lap op een oud kleed. Niet wij ambassadeurs van Jezus, maar Jezus onze kampioen. Deze keer niet meer van de slachtoffers, maar van Israël. Heer, gaat u dan binnen afzienbare tijd het koningschap over Israël herstellen? Want God moet natuurlijk érgens beginnen. En in Jeruzalem staat een tempel klaar. God kan er zó weer in, net als vroeger. Gewoon met de nieuwe lap van Pasen terug naar het oude kleed, het Oude Testament, het oude leven en zijn gewone gangetje. En laat Jezus het maar doen. Oplappen, restaureren, herstelwerk, naaiwerk. Dan kunnen wij op onze handen blijven zitten. Dan hoeven wij niet meer over onze schaduw heen te springen. Dan hoeven wij dat moeilijke woord missionair niet meer te spellen. En wij zijn Israël. Wij zijn er al. Een onafzienbare menigte, die niet te tellen was, uit álle landen en volken, van elke stam en taal – dat is een brug te ver. Hou het bekend en overzichtelijk. Begin maar klein. Gewoon een nieuw wijkje aan Jeruzalem plakken, een nieuw gebied annexeren. De politiek van Netanyahu als vervulling van Gods beloften…?! Sommige christenen komen helaas niet verder…

Dat is dus alles wat van Jezus’ onderwijs in die veertig dagen is blijven hangen. Ze blijven helemaal steken in het oude en bestaande. Ze brengen Jezus gewoon weer onder in de oude bestaande categorieën. Ze spijkeren Hem vast op het oude kruis. Nu al. Binnen afzienbare tijd. Meer hoeft niet. Calvijn moet een keer over deze woorden van de leerlingen gepreekt hebben en gezegd hebben dat er even zoveel ketterijen als woorden in staan. Ik ben dus niet de enige die er kritisch over is. Ik ben niet Calvijn maar stam theologisch wel een beetje van hem af. En ik verbaas me dat de Here Jezus toen niet met een kwaaie kop de deur uitgelopen is naar de overkant van de straat of naar de hemel (en Hij heeft de hemel even dichtbij gebracht al de overkant van de straat). Want de mensen leren het nooit en waarom zou je er dan nog energie in steken?

Ik zeg het maar in onze eigen taal, want wij zitten net zo in elkaar als de leerlingen van toen. Wij belijden dat Jezus alles nieuw maakt maar bedoelen eigenlijk dat Hij alles oplapt. Jezus als Wegenwacht, niet meer op een ezeltje maar in een gele auto. Jezus als pechhulp. Als fietsenmaker, bandenplakker, lekkendichter. Jezus als wonderdokter. Niet de Jezus van de zending en de wereldwijde gemeenschap van de dienst en van de oecumene. Jezus die zorgt dat de kerken weer net zo vol worden als vroeger, dat de wereld net zo duidelijk veroordeeld wordt als vroeger. Jezus die alle oude zekerheden en zekeringen herstelt. De Jezus van de monumentenzorg. Niet de Jezus die wil dat wij zélf heiligdom worden, woonplaats van God door de Heilige Geest.

Geen vergezicht maar een brillendoekje. En Jezus verwijst weer naar God. Zoals Hij zijn leven en sterven lang gedaan heeft. God is Koning. Wij kijken niet in zijn agenda. Wij hebben geen inzage want dan willen wij ook inspraak. Dan moet God aan de menselijke behoeften voldoen. Dan wordt er wéér gedobbeld om de kleren van Jezus. God gaat zijn ongekende gang en dat is maar goed ook. Doe jij nu maar gewoon je werk. En het is niet alleen maar werk. God geeft er vleugels bij. Soms gaat het vanzelf. De Heilige Geest leert je vliegen tot aan de uiteinden der aarde. Niet alleen in afstand, maar ook in tijd. Israël alleen is te klein en te weinig. God moet ook nog naar Leusden en Hij werkt al in Port Moresby (het verst van huis waar ik ooit geweest ben). Er is nog zoveel meer te doen. Er is nog zoveel meer te beleven. Er is nog een ontdekkingsreis te maken in de Bijbel en in het Liedboek: de afspeellijst van God. Dát wordt nog eens een passie…

Gepubliceerd door dsdiederik

Emeritus predikant met liefde voor geschiedenis. Muzikaal taalkunstenaar. Schrijft over Koude Oorlog.

Eén opmerking over 'Hande(rs)lingen (1)'

  1. Spannend! Vooral de vragen : Gaat het nog wel om God, of alleen nog maar om een idee, zoals wij Hem willen hebben en ervaren?
    En gaat het om een nieuw-makende of om een oplappende God?
    Wat een ravage, onze zelfgeknutselde beelden, en wat een vurige ( en niet verwaterde!) God is er nodig om door de ballonnetjes van onze illusies heen te prikken!
    Alleen denk ik dat we er met een “wereldwijde gemeenschap van de dienst en van de oecumene” net zo goed naast kunnen komen te zitten. Namelijk zogauw dit een doel op zich wordt, ipv voort te komen uit iets anders, en hier ook, iets nieuws : de liefde voor God zelf, voor wie Hij IS. Wat een ongemakkelijke maar verrassende leerschool : God niet, nooit als middel zien voor wat voor prachtig doel ook dat Hij dan mag zegenen …. Maar als enig doel Hemzelf. En dan kijken wat voor vruchten dat gaat dragen, en daarmee hard aan het werk!

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: