Op weg naar Koningen (5)

De geschiedenis herhaalt zich. In het najaar van 1984 gaat de telefoon. Deze keer is het moderamen van de particuliere synode van Groningen aan de lijn. De PS heeft besloten om mij aan te wijzen als een van haar afgevaardigden naar de volgende generale synode. Daarover moeten we wel even overleggen, thuis en met de kerkenraad. Aan de ene kant: ik ben nog maar een blauwe maandag in Groningen en een dergelijke motie van vertrouwen komt wel wat vroeg; bovendien was ik er van uit gegaan dat mijn synodewerk afgelopen was en ik me eerst op de nieuwe gemeente kon concentreren. Aan de andere kant hoor ik via betrouwbare kanalen dat men mij op het oog heeft voor diverse kerkelijke klussen in Groningen. Ik ben in beeld. In plaats van een aantal versnipperde nieuwe klussen kan ik beter een forse klus doen in werk dat ik al ken. Thuis komen we er uit, al zal het reizen veel tijd kosten. Een enkeltje Leusden naar het Dienstencentrum van de GKN was in Enter 100 km; in Haren zal het 170 km zijn. Bovendien is de zware Lada, waarin we rijden, niet geschikt voor de lange afstand: als ik met een volle tank uit Haren vertrek, moet er op de terugweg tussen Wezep (tegenwind) en Hogeveen (de wind mee) weer getankt worden. Dat wordt dus eerder inruilen. De kerkenraad vindt het goed dat ik synodelid word: een predikant is ook geroepen om een taak in het kerkverband te vervullen. En inderdaad: beter één klus dan tien versnipperde.

In het voorjaar van 1985 wordt de synode geopend. Bij de verkiezingen kom ik onverwachts in het moderamen terecht. Nu leer ik het synodewerk écht van binnen kennen: de vele (klaag)brieven die binnenkomen die soms alleen met een KiR-antwoord (Kluitje in het Riet) beantwoord kunnen worden, de vele uitnodigingen voor plechtigheden en recepties en – last but not least – de moeilijkheden in het Samen op Wegproces. Bij de eerste combi-moderamenvergadering in het hervormde kantoorpand in Leidschendam ontdek ik tot mijn schrik hoe daar een aantal heren ijzig beleefd tegen elkaar zit te wezen. In de gezamenlijke Raad van Deputaten Samen op Weg is over vele zaken al overeenstemming bereikt. Maar slapende Bonden zijn wakker geworden met het motto: “wij kunnen niet mee en wij kunnen niet weg” en het hervormde moderamen ziet in een regentenreflex geen andere mogelijkheid dan onverkort aan zijn bevoegdheden vast te houden en soms keihard op de rem te trappen. Met een hervormde assessor heb ik een klik: Barend Wallet. Wij maken tijdens de lunchpauze (in Leusden krijg je trouwens beter te eten dan in Leidschendam) een wandelrondje en ik zeg tegen hem: als het wonder ooit gebeurt dat jij preses wordt en ik midvoor bij de gereformeerde synode zal worden, moeten we het qua sfeer anders aanpakken. We zijn het eens. Wij krijgen een paar jaren later allebei de kans om onze woorden waar te maken. De sfeer en de mensen knappen er zienderogen van op.

De problemen concentreren zich rond de zogenaamde Tussenorde. Deze is ontworpen om voor federatief samenwerkende gemeenten een brug te slaan tussen de bestaande gereformeerde en hervormde kerkordes. Na het zuiden en de Flevopolders ontstaan er steeds meer van deze federatief samenwerkende gemeentes, waar de verschillen tussen hervormd en gereformeerd geen rol meer spelen. Men beleeft de eenheid met elkaar. Maar een gezamenlijke dopeling moet je (landelijk) afzonderlijk óf als hervormd óf als gereformeerd registreren, en nieuw ingekomenen moeten als óf gereformeerd óf als hervormd worden geboekt. Het botst: in de praktijk bijna alles samen doen en kerkordelijk met twee van elkaar verschillende systemen te maken hebben. Samen op Weg-gemeenten willen vérder gaan dan federeren en echt één worden, maar ze kunnen niet “door de federatie heen schieten”, zoals dat heet.

Inmiddels hebben ook de lutheranen zich bij Samen op weg gevoegd. Getalsmatig zijn zij kleiner dan de hervormde gemeente van Katwijk, maar wereldwijd zijn er meer lutheranen dan calvinisten. Door het toetreden van de lutheranen zal de inhoudelijke invloed van de Gereformeerde Bond minder worden: er is nu een andere “favoriete minderheid”. De Bond gaat aan machtspolitiek doen, stelt dat het hele proces tot nu toe buiten hem omgegaan is (dat is beslist niet het geval) en dat alles zo ongeveer over moet. Gereformeerd activisme, luthers ongeduld en de hervormde regentenreflex zorgen langzaam maar zeker voor een vergiftigde atmosfeer. De Bonders houden wel van Luther maar niet van lutheranen…

De gereformeerde synode komt eigenlijk niet meer toe aan nieuwe of vernieuwende stappen. Eerst moet de schade gerepareerd worden die de kruisrakkettenkoorts in de GKN veroorzaakt heeft. Het deputaatschap voor het oorlogsvraagstuk is in tweeën gespleten en er moet een nieuwe club komen met een duidelijke instructie. Ik krijg de leiding over het proces en begin me te ergeren aan een generaal die bij elke komma in notulen of conceptdocumenten stelling betrekt. Ik heb geen secretariële ondersteuning en zit thuis alles uit te typen en te corrigeren. Op het laatst schiet ik uit mijn slof en zeg tegen de sterren en strepen: “hou nu eens op met het ter dekking aanbieden van kleine insecten”. De generaal marcheert woedend af en beklaagt zich bij het moderamen: ik heb hem voor mierenneuker uitgemaakt. Niet letterlijk. Het moderamen sust de zaak en er ligt een opdracht klaar voor een nieuw deputaatschap.

Onze eerste opdracht als modedramen wordt: een einde maken aan de (politieke) polarisatie die door de kerken heen giert. De tweede prioriteit is het los krijgen van de impasse in het Samen op Wegproces. Het kost vele uren praten en veel energie. Ons moderamen moet wel (onder)handelen maar mag de synode onderweg niet kwijtraken. Als de synode een week lang vergadert, is er op maandagavond altijd een besloten zitting voor benoemingen en dergelijke. Wij gebruiken die comité-zittingen over de ontwikkelingen in het Samen op Wegproces bij te praten en bijgepraat te worden over wat er in de synode leeft. Waar is nog wat rek en ruimte te vinden?

In het voorjaar van 1987 word ik tot voorzitter van de synode gekozen. De jongste die het ooit gedaan heeft en de enige die tijdens het presidiaat voldoende thuis kwam om vader te worden. Nu kan ik landelijke kerkenwerk er niet meer “even” bij doen. Gelukkig bestaat er een regeling dat de synode aan de gemeente van de preses 80% van het salaris vergoedt. We besluiten in Haren in goed overleg dat een kerkelijk werker het pastorale werk overneemt. Ik zal op zondag in Haren en Glimmen blijven voorgaan. Zo blijf ik zichtbaar en raken de gemeente en ik elkaar niet kwijt.

Tijdens de synodeweken sta ik constant “aan”. Op het moment dat de synode pauze heeft, wil een journalist achtergrondinformatie, moet er een buitenlandse gast ontvangen worden, vragen de vertegenwoordigers van andere kerken de aandacht en is er overleg met indieners van amendementen: er moet er een “routekaart” worden gemaakt voor een gecompliceerde besluitvorming. Verworpen tegenvoorstellen mogen niet meer als verkapte amendementen worden ingediend. In de eerste week word ik met ordevoorstellen bestookt maar het blijkt dat ik de Huishoudelijke Regeling op mijn duimpje ken. Na een week synode heb ik meer dan een dag nodig om weer in een normaal denk- en luistertempo terug te komen. Het dieptepunt is bereikt als ik bij een uitvoerige vraag van mijn vrouw terugvraag of ze het niet op een A-viertje kan zetten. Zij stuurt mij zowat rechtstreeks terug naar de Blije Werelt in Lunteren. Hout zagen en stammetjes splijten voor de open haard helpt. Sommige stammetjes op het hakblok lijken ineens op het gezicht van lastige synodeleden. Ze worden met voortvarendheid een kopje kleiner gemaakt.

Het preken gaat gewoon door, ook in andere gemeenten. Het tarief voor deze predikbeurten is onlangs verhoogd. De synode en ik hebben er niets mee te maken gehad, maar als “gezicht” van de synode word ik er wel op aangesproken. De kerkenraad in Wagenborgen beklaagt zich voor het begin van de middagdienst bij mij over dat nieuwe en “veel te hoge” tarief. Ik kap de discussie af met een voorstel: “het is nu bijna tijd om met de dienst te beginnen. Als we straks klaar zijn, sluiten we straks in de consistorie met dankgebed af. Ik stap dan in de auto en u blijft nog even na om te besluiten wat u voor deze dienst betalen wilt”. Zo gezegd en zo gedaan. Na drie(!) dagen staat het verhoogde bedrag op mijn giro. Zo zijn de Groningers ook wel weer.

In mijn hoedanigheid als voorzitter ben ik lid van vele commissies en organen. De Raad van Deputaten Samen op Weg is al genoemd, daar komt nu de Raad van Kerken bij en ben ik lid van de deputaatschappen Oecumene Binnenland en Oecumene Buitenland (die later samengevoegd worden). Verder is er de Informatiedienst (Kerkinformatie) en het deputaatschap voor het contact met de Hoge Overheid. Het vergadert in Den Haag en staat onder leiding van de legendarische professor Diepenhorst. Hij heeft een hekel aan lange vergaderingen en houdt van opschieten. Bij wijze van spreken heeft hij de notulen al klaar voordat de vergadering begonnen is. De vergaderingen beginnen ’s morgens om tien uur; met de “ambtenarenexpres” van kwart over zeven uit Haren kan ik het net halen. De professor vraagt of we voortaan niet om half tien kunnen vergaderen. Ik laat me niet kennen en zeg: “akkoord, mits ik voor de volgende vergadering uw gastheer in Haren mag zijn”. Op zijn vraag hoe laat we dan uit Den Haag moeten vertrekken om om half tien in Haren te kunnen beginnen, raadpleeg ik mijn spoorboekje (de ambtenarenexpres rijdt pas in de namiddag weer naar het noorden) en kom uit op een vertrektijd van ongeveer half zeven uit Den Haag. Het onderwerp verdwijnt met haastige spoed van de agenda.

Bij een vroeg vertrek uit Haren kleed ik mij in het donker aan, om mijn vrouw niet te storen. Op een diner in de residentie van kardinaal Simonis ontdek ik dat ik onder mijn nette pak een blauwe en een groene sok draag. Ik bied de eminentie mijn verontschuldigingen aan en zeg hoe het gekomen is. Hij moet er smakelijk om lachten en zegt bij het afscheid: “dominee, doet u de groeten aan uw vrouw”. Hoe kan zo’n charmante man soms zo wereldvreemd zijn?

Volgende week even geen blogs. Ik werk als pastor mee aan een diaconale vakantieweek in Nieuw Hydepark. In het Sinterklaasweekend hoop ik weer terug te zijn.

Gepubliceerd door dsdiederik

Emeritus predikant met liefde voor geschiedenis. Muzikaal taalkunstenaar. Schrijft over Koude Oorlog.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: