Terugblik: de mythen van de Koude Oorlog (5)

In de Koude Oorlog kreeg Europa de eervolle rol toebedeeld om het grote slagveld voor een dreigende kernoorlog te worden. De landen van West- en van Oost-Europa zouden in geval van oorlog de op hun gebied geplaatste raketten voor de middellange afstand en de tactische kernwapens op elkaar afvuren. De VS en het achter de Oeral gelegen deel van de Sovjet-Unie zouden letterlijk buiten schot blijven. Het was immers nog niet nodig dat zij hun arsenalen van strategische kernwapens tegen elkaar zouden inzetten. Weliswaar stelde artikel 5 van het NATO-verdrag dat een aanval op één NATO-land zou beschouwd worden als een aanval op alle lidstaten; het artikel liet echter de beslissing welke actie specifiek moest worden ondernomen aan de lidstaten zelf. Het was voor de VS uiteraard een verleidelijke optie om een kernoorlog ook geografisch zoveel mogelijk tot Europa te beperken en desnoods de daar gelegerde VS-troepen op te offeren. Het was niet zeker of de VS na een kernaanval op Lyon bereid was strategische raketten naar de Sovjet-Unie te lanceren die een tegenaanval (bijvoorbeeld op Chicago) uit konden lokken. Om deze redenen hielden Frankrijk en Engeland aan hun eigen op steden gerichte kernraketten vast. De Amerikaanse minister van defensie McNamara zag niets in die onafhankelijke Europese kernmachten. De westelijke regie over een kernoorlog hoorde eigenlijk exclusief bij de VS te liggen. Het was beter om steden als doelwitten in reserve te houden en de burgerbevolking daarmee te gijzelen. De Pax Americana moest ook op nucleair gebied van toepassing zijn.

Precies op dit aangelegen punt vormde de NATO echter geen eenheid, al deed zij naar buiten voorkomen dat er wel degelijk van een vastberaden eenheid sprake was. Deze eenheid was ook binnen Europa een fictie. De Bondsrepubliek zou de mogelijke frontlijn in een kernoorlog worden. In oefenscenario’s werd uitgegaan van tientallen en zelfs honderden kernexplosies op Duits grondgebied. De Bondsrepubliek had echter, om tot de NATO toegelaten te worden en eigen strijdkrachten te hebben, moeten beloven het ontwikkelen van massavernietigingswapens op Duits grondgebied af te zweren. Zij was voor haar nucleaire verdediging afhankelijk van de Amerikaanse, de Franse en de Britse kernwapens. De VS was daar gevoelig voor en kwam tot het voorstel van een multilaterale kernmacht van marineschepen waar ook Duitsland voluit aan mee kon doen. Er kwam niets van het plan terecht omdat Frankrijk en Engeland er niet over piekerden om hun nucleaire autonomie op te geven. De Bondsrepubliek was economisch de enige overgebleven Europese grootmacht, maar zij kreeg de paradoxale en ondankbare rol toebedeeld om tegelijkertijd sterker dan de Sovjet-Unie en zwakker dan Luxemburg te moeten zijn.

Het is geen wonder dat binnen deze constellatie de Europese landen op initiatief van het Oostblok gezamenlijk een toenaderingsproces aangingen dat in de verklaring van Helsinki eindigde. De Bondsrepubliek ontwikkelde al eerder op eigen initiatief een Ostpolitik en zwoer het ook binnen de CDU springlevende revanchisme van de Heimatvertriebene af. Omdat het om bescheiden stappen ging, slaagde kanselier Willy Brandt erin om de naoorlogse grens met Polen te erkennen en vast te leggen, de angel uit de Berlijn-kwestie weg te nemen en uiteindelijk de grootste handelspartner van Oost-Europa en de Sovjet-Unie te worden. Kissinger kwam met zijn “jaar van Europa” te laat om nog op de nieuwe koers van West-Europa invloed uit te kunnen oefenen en daarbij op de rem te trappen.

Een aantal keren heeft de VS een eigen nucleaire weg gevolgd zonder daarbij haar NATO-bondgenoten te raadplegen, hoewel zij zich volgens artikel 4 van dat verdrag daartoe wel verplicht had. In oktober 1969 verhoogden Kissinger en Nixon eenzijdig de staat van de nucleaire paraatheid. Het ging hen om spierballenvertoon in verband met Vietnam, maar dit nieuwe staaltje van brinkmanship speelde zich af op het moment van acute vijandelijkheden tussen de Sovjet-Unie en de Volksrepubliek China. De NATO-bondgenoten wisten van niets. Tijdens de Jom-Kippoer oorlog in 1973 verhoogde Kissinger (Nixon was niet beschikbaar omdat hij door het Watergate-schandaal beneveld was) weer eenzijdig de staat van nucleaire paraatheid om de Sovjet-Unie af te schrikken van inmenging ten gunste van door Israël omsingelde Egyptische strijdkrachten. De Britse regering wist niets van de verhoogde nucleaire paraatheid van de op Brits grondgebied gelegerde VS-strijdkrachten.

Ook in de ontwikkelde oefenscenario’s voor een beperkte kernoorlog met pauzeknop werden de NATO-bondgenoten opzettelijk niet geraadpleegd; dit zou teveel tijd kosten en kunnen uitlekken. De VS wenste zelf de regie in handen te houden en zette anderen buiten spel. Bondskanselier Schmidt had zijn nek mijlenver uitgestoken om het plaatsen van de neutronenbom voor zijn SPD aanvaardbaar te maken. Plotseling kreeg hij te horen dat Carter zonder enig overleg de productie van het wapen had opgeschort. Reagan zette met zijn ondoordachte Strategic Defense Initiative (“Star Wars”) de hele strategie van wederzijdse afschrikking op het spel en had geen oog voor de Sovjet-bezwaren dat de raketafweer vanuit de ruimte kon worden gebruikt voor het geval dat de VS de eerste klap had uitgedeeld. Vanwege Reagans agressieve retoriek nam hij daarmee een groot risico. De wereld moest maar vertrouwen dat de VS het beste met haar voor had. Over SDI werden de NATO-bondgenoten (weer) niet geraadpleegd.

Omgekeerd kozen Europese NATO-landen ook een eigen weg. Noorwegen wenste in vredestijd geen NATO-troepen op zijn grondgebied te legeren. Het gebruik van kernwapens op Noors grondgebied mocht alleen na toestemming van de Noorse regering, die ook haar luchtmacht tot haar eigen beschikking wenste te houden. Frankrijk had zich helemaal uit de commandostructuur van de NATO teruggetrokken. De Bondsrepubliek had een veto bedongen bij het gebruik van kernwapens op Duits grondgebied. Dit veto zou volgens bondskanselier Schmidt alleen op papier gewerkt hebben.

De NATO presenteerde zichzelf als een huwelijk, maar was in werkelijkheid niet meer dan een samenlevingscontract vol uitzonderingsbepalingen. Zij presenteerde haar eenheid als mythe maar was in werkelijkheid een door de VS gedomineerde lappendeken van uiteenlopende belangen. Het was een geluk dat het Warschaupact op zijn manier ook een lappendeken was. Ondanks de beleden socialistische broederschap wist de Sovjet-Unie pas in de jaren tachtig en na veel verzet van bijvoorbeeld Polen het opperbevel in handen te krijgen. De mythe van eenheid in het Westen stond tegenover de mythe van eendracht in het Oosten. Het zou niet lang meer duren voordat mensen in het oosten ontdekten dat de keizer geen kleren aan had. De wereld kon voortaan zonder Warschaupact. De wereld was ook zonder de NATO voortaan beter af geweest – maar de geschiedenis heeft nu eenmaal niet altijd het gewenste verloop…

Gepubliceerd door dsdiederik

Emeritus predikant met liefde voor geschiedenis. Muzikaal taalkunstenaar. Schrijft over Koude Oorlog.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: