Cursief: bijvangst

Ik las van William E. Leuchtenburg het boek: In the Shadow of FDR, From Harry Truman to Barack Obama (Ithaca/Londen 2015, Kindle-versie). Het past net niet in het net van mijn onderzoek naar de Koude Oorlog en toch is het als bijvangst interessant genoeg om door te geven.

FDR staat natuurlijk voor Franklin Delano Roosevelt, president van 1933-1945. Hij werd drie keer herkozen. Later is dat voor wetgeving onmogelijk gemaakt: twee termijnen is nu het maximum. Misschien had die laatste en vierde termijn na de verkiezingen in 1944 er niet moeten zijn. Roosevelt overschatte niet alleen zijn gezondheid, maar ook zijn onderhandelingsvermogen. Hij dacht met zijn charme Stalin wel in bedwang te kunnen houden. Dat bleek niet het geval te zijn. Roosevelts door de zij-ingang binnengekomen opvolger Truman moest een kruiwagen vol problemen wegwerken, die Roosevelt had laten ontstaan of had laten liggen.

Daar gaat dit boek niet over. Het roemt vooral Roosevelts (onovertroffen?) binnenlands beleid. Onder zijn voorganger Herbert Hoover ontstond de beurskrach en de grote economische crisis. Hoover wilde niet van ingrijpen door de federale regering weten. Roosevelt wilde dat met zijn New Deal juist wèl. De nood van de crisis werd onder andere met federale werkgelegenheidsprojecten bestreden. FDR werd er geliefd om. De economische crisis kwam echter pas ten einde doordat de VS ging meedoen in de Tweede Wereldoorlog. Ook zijn leiderschap tijdens de oorlog droeg bij aan Roosevelts onsterfelijke reputatie.

Roosevelt opvolgen? Onbegonnen werk. Een godheid kun je niet amenderen. Beethoven schreef negen symfonieën. Brahms beperkte zich (daarom?) tot vier, Bruckner rommelde met de nummering van zijn symfonieën om Beethoven maar niet in te halen en Mahler maakte zijn tiende symfonie niet af. In Bijbelse taal: het Rehabeam-effect. Het is onmogelijk en onmenselijk om een grootheid als Salomo op te moeten volgen. En dan kregen de presidenten die Roosevelt moesten opvolgen ook nog eens te maken met Roosevelts weduwe Eleanor, die als een “godmother” het geestelijke en politieke erfgoed van haar man bewaakte en een geheel eigen krachtenveld schiep binnen de progressieve elementen van de Democratische partij. Truman verving bijna heel het kabinet van Roosevelt en hield maar twee van de oudgediende ministers over. Vooral het ontslag van Wallace, vroegere vicepresident onder Roosevelt en later minister van handel, kwam Truman op niet malse kritiek van Eleanor te staan. De werkelijkheid van Truman kon nooit op tegen de door Eleanor steeds gereanimeerde legende van Roosevelt. Zodoende werd de vraag: “Wat would FDR do?” de allesbeheersende vraag in de binnenlandse politiek van de Democratische partij. Maar een legende kan de werkelijkheid verlammen en verarmen...

Eisenhower werd president in 1953 en bleef aan tot 1961. Hij had gemakkelijk voor een derde termijn kunnen worden gekozen, maar wetgeving had dit inmiddels onmogelijk gemaakt. Voor hem was het moeilijk om tegen FDR in te gaan; hij was door Roosevelt tussen het pakgoed van vele bevelhebbers uit tot opperbevelhebber van de invasie in Europa benoemd en had dus veel aan hem te danken. De Democraten beschouwden zijn presidentschap als een Republikeins intermezzo; het zou niet lang duren of hun onder Roosevelt gegroeide lievelingslied: “Happy Days are here again” weer massaal zou klinken. Eleanor moest niets van Eisenhower hebben. Zij liet zich maar moeizaam als Amerikaans ambassadeur bij de VN vervangen door een door Eisenhower benoemde vervanger.

Niet alleen FDR werd onsterfelijk met zijn initialen, Kennedy ging met “JFK” dezelfde weg. Hij werd beschouwd als (re)incarnatie van FDR, maar wilde dat helemaal niet zijn. Hij had als rijkeluiszoon grote moeite om zich te vereenzelvigen met de New Deal. Toch beriep hij zich steeds op FDR: 107 keer in publieke toespraken. Anders had hij de verkiezingen in de verarmde kolengebieden van West-Virginia niet kunnen winnen. Daar werd FDR zo ongeveer beschouwd als de Vierde Persoon van de Drieëenheid. Kennedy had de grootste moeite om een certificaat van echtheid uit de handen van Eleanor los te peuteren (zij overleed in 1962). Kennedy had een boek geschreven met de titel “Profiles in Courage”. Eleanors kritiek was dat hij weinig profiel of moed had vertoond toen het erom ging McCarthy, een vriend van Kennedy sr., onschadelijk te maken. Kennedy kreeg door zijn voortijdige dood in 1963 de kans niet meer om binnenlandse hervormingen door te voeren. Ook hij groeide uit tot een mythe. “The heart of the Kennedy legend is what might have been” (blz. 169).

Johnson (“LBJ”) was zijn politieke loopbaan begonnen als beschermeling van Roosevelt. Hij werd diens lievelings-congreslid. ” He was forever reminding people of the laying on of hands in his own version of apostolic succession and Petrine supremacy” (blz. 188). Johnson maakte er een gewoonte van om de politieke vaders die hij had geadopteerd te kannibaliseren. Zijn ambitie was om met zijn Great Society de New Deal te overtreffen. Hij stelde Roosevelt inderdaad in de schaduw, maar op een heel andere manier dan hij had bedoeld: door de smerige oorlog in Vietnam (die trouwens volgens mij net zoveel aan Kennedy als aan Johnson te wijten viel).

Met Nixon begon een tweede Republikeins intermezzo. Hij was eigenlijk altijd bezig een (verkiezings)campagne tegen FDR te voeren. Er moest een nieuwe Amerikaanse meerderheid ontstaan. Hij zag FDR alleen maar in zijn eigen spiegelbeeld als machtspoliticus. Zijn opvolger Ford was minder bezeten van FDR. “It has been said that the shortest book in the world is the collection of Irish haute cuisine. A volume on the impact of Franklin Roosevelt on Gerald Ford would even be briefer” (blz. 241).

Carter lanceerde zijn verkiezingscampagne vanuit Warm Springs, het tweede Witte Huis onder FDR. “He did everything to invoke the memory of the founder of the Democratic coalition except roll out in a wheelchair puffing on a cigarette through a long holder” (blz. 253). Carter leefde in werkelijkheid echter buiten het gedachtengoed van de Democratische partij en buiten de schaduw van FDR. Eigenlijk was hij een technocraat. Hij kreeg met een economische recessie te maken en kreeg de bijnaam van Jimmy Hoover. Daar werd hij op afgerekend. Hij groeide uit tot de beste ex-president die de VS ooit gehad heeft. Voor de goede orde: dat is mijn eigen typering, niet die van het boek.

Reagan was een meester in het toneelspelen en in het opnieuw uitvinden van zijn verleden. Hij wist weg te werken dat hij in zijn jongere jaren een aanhanger van FDR was geweest. Hij wist ook citaten van Roosevelt zo te verdraaien dat het leek alsof FDR het altijd al met Reagan eens zou zijn geweest: “with an insistence bordering on perversity”(blz. 293). Hoe groot de invloed van FDR internationaal nog steeds was, bleek uit een toespraak in de VS van Shevarnadze, de minister van buitenlandse zaken van de Sovjet-Unie tijdens Gorbatsjov. Hij gebruikte het voorbeeld van de New Deal om uit te leggen welk proces er in de Sovjet-Unie aan de gang was. Bush werd gezien als een tweede Herbert Hoover. Clinton leek de rol te spelen van wolf in schaapskleren: hij voerde een veel conservatievere koers dan hij zijn kiezers had voorgehouden. Bij de verkiezingen in 1996 werd gezegd dat Clinton ook wel voor de Republikeinen kandidaat zou kunnen zijn. Natuurlijk had dat weer te maken met de economische recessie en de gigantische overheidstekorten door de wapenwedloop tijdens Reagan en de Eerste Golfoorlog onder Bush. Bij Obama zag men de “old time religion” weer herleven met een “wederkomst” van FDR: “happy days are here again”.

Tijd om tot een beoordeling te komen. De VS heeft een betrekkelijk korte geschiedenis met weinig heiligen. De heiligen die er zijn, worden gekoesterd en staan op eenzame hoogte. Zij zijn niet voldoende in aantal om een reservoir aan overvloedige en overtollige goede werken (opera bona superabundantia) op te leveren waaruit een gewone gelovige in geval van nood putten kan. De weinige heiligen zijn er in de VS alleen maar om tegen op te kijken en daarmee de gewone stervelingen onmachtig te maken. Door FDR op eenzame hoogte te plaatsen, “moeten” alle presidenten na hem wel tegenvallen. Hun prestaties verbleken, vergeleken bij die van hem. Roosevelt is de bepalende factor; alle anderen zijn varianten of devianten. Had Leuchtenburg, zeker toch niet de eerste de beste onder Amerikaanse geschiedkundigen, dit mechanisme niet moeten ontmaskeren?

De opzet van het boek bijt zichzelf in de staart. Wie FDR en zijn New Deal tot uitgangspunt neemt, laat alle andere presidenten tegenvallen. Als je het buitenlandse beleid erbij betrekt, vallen Truman en ook Nixon mee. In Jalta is niks verraden of weggegeven (alles wat Stalin kreeg, hàd hij immers al) maar pas de val van de Muur maakte een einde aan de onder FDR ontstane en door hem verdedigde situatie. Maar in de fuik van de vraagstelling van het boek kom ik tot de conclusie dat de VS weinig bekwame politici meer heeft. Welk land zou anders tevreden zijn met de presidentskandidaten van 2016: Hillary Clinton (als tweede kans voor de Hillbillies) en de nitwit Donald Trump? Had men nu werkelijk niets beters op voorraad?

Gepubliceerd door dsdiederik

Emeritus predikant met liefde voor geschiedenis. Muzikaal taalkunstenaar. Schrijft over Koude Oorlog.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: