Cursief: de Gereformeerde synode en de kruisraketten

Nu ik toch in mijn blog bezig ben terug te blikken op 7 maart 1984, kan dat op onderdelen ook wel wat uitvoeriger. Ik was in 1984 synodelid èn vader van een overleden dochtertje. Onze Hanneke is twee keer in de Acta van de generale synode (breed moderamen) vermeld: de felicitatie van de praeses (dat schreef je toen nog zo) bij haar geboorte (1982) en de condoleance bij haar overlijden (1983). Het gemeentewerk en het synodewerk moest in die dagen wel “gewoon” doorgaan – en dat kon omdat ons gezin er kracht voor kreeg. Genade werd een werkelijkheid in plaats van een woord. Wij voelden ons gedragen. Je kon van geloof leven (al kon je er geen brood van beleggen). Genade was genoeg, al hield je er niet aan over. Als je ’t maar per dàg deed – het verdriet van morgen hoefde je er niet alvast bij te nemen. “Iedere dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad”: ik heb toen geproefd hoe barmhartig deze woorden van de Here Jezus waren. En in Enter werden wij op gevouwen handen gedragen.

Het was kruisrakettentijd en het werd voor mij langzaam maar zeker een gewetensvraag. Als je van geloof kon leven, bij genade alleen, mocht je dan wel voor je noodzakelijke verdediging wel de meest genadeloze middelen (kernwapens vernietigen alles) inzetten, ook al was het alleen maar om ermee te dreigen? Maar de dreiging was leeg als je niet bereid was die kernwapens in geval van nood ook in te zetten. Mocht je tegelijkertijd om Gods genade bidden en tegelijkertijd een nieuwe fase in nucleaire dreiging beginnen? Wij hoefden de Russen met hun SS-20 raketten toch niet te volgen? Werd het niet (hoog) tijd om een streep te trekken en de hakken in het zand te zetten? Het lastige was dat gewetens in die dagen zo luidruchtig waren en tegen elkaar tekeer gingen…

De Gereformeerde synode had zich al eerder uitgesproken tegen plaatsing van de neutronenbom. Dat baarde weinig opzien, omdat op dat moment (1979) de (voorgangers van) het CDA zich al tegen de neutronenbom hadden uitgesproken. In de felle discussie over het al dan niet plaatsen van de nieuwe kruisvluchtwapens (het was de eerste keer dat de gewone burgers nucleair ergens over mee mochten praten) kwam via de reguliere weg van de deputaten voor het oorlogsvraagstuk de vraag ook op de agenda van de synode terecht. Er was een clean en nuchter voorstel van de synodecommissie om de overheid op te roepen niet over te gaan tot plaatsing van kruisraketten. Daarnaast kwam een voorstel te liggen van mijn Nijverdalse collega van der Weij, professor Weijland, en mijzelf: toch wat meer aangekleed met Bijbelse argumenten en opgesteld in kerkelijke taal. De discussie duurde de hele dag. Beide voorstellen werden in elkaar geschoven en het nieuwe combinatievoorstel kreeg een grote meerderheid. En dat was bijzonder in de gepolariseerde situatie van die tijd, waar ook ter synode de meerderheid de minderheid soms weg stemde.

Na een korte sessie aan de bar ging ik rustig naar bed. De volgende morgen belde mijn vrouw. “Wat heb je gisteren op de synode gedaan? De telefoon staat hier roodgloeiend; de voorzitter van het Confessioneel Gereformeerd Beraad wil je onmiddellijk spreken omdat ze allemaal boos op je zijn” (ik was toen secretaris van dat Beraad en mijn collega van der Weij was ook bij het Beraad betrokken). Ik kon mijn vrouw geruststellen dat ik nog steeds bij mijn volledige confessionele verstand was en begon aan een nieuwe synodedag. Collega van der Weij zag wat witjes, hij had ook telefoon gehad. En zo waren er meer...

Het land en de Gereformeerde achterban stonden zo ongeveer op hun kop. Het CDA had zich nog niet uitgesproken, de kerk liep nu voor op de politiek, en dat was op zijn minst ongebruikelijk. De boze brieven stroomden op het synodesecretariaat en ook bij ons thuis binnen; wij waren landverraders die de deur voor de Russen wijd open zetten. Ook mijn ouders schaarden zich in dit gelid en traden aan; mijn vader was legerpredikant in Seedorf en de NATO was voor hem vanzelfsprekend dagelijks brood. Van een andere (ook confessionele) legerpredikant, Ben Wentsel, kreeg ik juist een bemoedigende brief; de synode had alleen maar onder woorden gebracht waar legerpredikanten al jaren over in beraad waren (maar dit van hun commandanten niet mochten zeggen). Het moreel van de troepen mocht immers niet lijden onder de moraal.

De eerstvolgende vergadering van het Confessioneel Gereformeerd Beraad pakte uit als een vierschaar voor collega van der Weij en mij. Wij werden onder (bege)leiding van prof. Runia en dr. van Oeveren ter verantwoording geroepen op een manier die er niet om loog. Discussie was bijna niet mogelijk. Het was niet gewenst om naar voren te brengen dat je om confessionele redenen ook vóór het synodebesluit kon stemmen. Welnee; op een Appèldag van het CGB waren de inzittenden van de bussen onderweg naar de grote demonstratie tegen kruisraketten “schapen zonder herder” genoemd. Confessionelen hoorden voor de NATO en haar defensiebeleid te staan en zich tegen eigenmachtig synodeoptreden te verzetten.

Ik heb mij toen teruggetrokken als secretaris en als lid; het Confessioneel Beraad ontpopte zich als een Conventioneel Beraad dat ook kernwapens accepteerde. Het bleek toen eigenlijk niet meer om actualisering maar om herhaling van het Gereformeerd belijden te gaan. In mijn hart bleef ik wel in het midden van de kerk staan (ik zal een van de weinige predikanten in de GKN van die jaren zijn geweest die de hele Catechismus nog doorgepreekt heeft). Mijn kerkenraad schreef een bezwaarschrift aan de synode en vroeg gelukkig niet aan mij om dat te ondertekenen. Ik kreeg een beroep naar Haren, nam dat aan, en ging voluit mee doen aan de daar gevoerde “huiskamergesprekken”. Maar ik heb me nooit meer aangetrokken gevoeld tot een kerkelijke (pressie)club.

Achteraf heb ik er spijt van dat ik dat “aangeklede” voorstel mede heb ingediend. Want juist op die aankleding kwamen bezwaarschriften die allemaal behandeld moesten worden. Ja, de kwestie was via de reguliere weg op de synodeagenda terecht gekomen. Nee, de synode had niet bedoeld om zich met haar “manen” boven de overheid te stellen. Nee, de synode had niet bedoeld om de exegese van Bijbelteksten voor alle eeuwigheid vast te stellen. En uit wat de synode wèl bedoeld had verdwenen op deze manier steeds meer hapjes zodat alleen het beeld van Zadkine van het verwoeste Rotterdam overbleef: de handen ten hemel geheven om een groot gat in het midden heen. Tijdens een synodezitting kwam zelfs een bommelding binnen. De politie heeft toen tijdens de zitting met honden het gebouw (inclusief de hotelkamers) onderzocht. Dat goed door het moderamen bewaarde geheim kan ik nu wel verklappen. En toen het laatste bezwaarschrift eindelijk behandeld was (ik was inmiddels de jongste praeses ooit geworden) mocht ik uit de krant vernemen dat mijn ouders overgestapt waren naar de Nederlands Gereformeerde Kerk (waar ze overigens met open armen werden ontvangen). Het was de derde (en laatste) keer dat zij van kerkgenootschap wisselden.

Van het besluit zelf heb ik nog steeds geen spijt. Het was ook allemaal een storm in een glas water: drie jaren later onderhandelden Gorbatsjov en Reagan de hele zooi van kernraketten voor de middellange afstand de prullenmand in. De wereld kon wel zonder. Ik mocht ook nog een poosje interim-voorzitter van een voorlopig deputaatschap voor het oorlogsvraagstuk zijn (het oude was ontploft). Dat interim deputaatschap moest zich een weg banen tussen leden van het Interkerkelijk Vredesberaad (IKV) en het Interkerkelijk Comité voor Tweezijdige Ontwapening (ICTO). Die twee clubs hadden ruzie: het IKV had ideeën en kreeg geld (alleen maar uit een aanbevolen collecte); het ICTO had geen ideeën (behalve tegen het IKV zijn) en wilde ook geld uit de collecteen dat kon niet volgens kerkelijke regels; er moest een duidelijke doelstelling zijn. Het interim-deputaatschap slaagde er in om een nieuwe instructie voor een nieuw deputaatschap aan de synode voor te leggen, nadat het door het moderamen van de synode was gered van een incident: de voorzitter had namelijk tegen een generaal gezegd dat deze eens moest ophouden “kleine insecten ter dekking aan te bieden” en de generaal was heel andere taal gewend dan deze genuanceerde uitdrukking…

De synode heeft nog vele jaren studie gedaan over “het spreken van de kerk over samenlevingsvraagstukken”. Aan welke voorwaarden moest dat spreken voldoen, was dat spreken net zo bindend als het spreken over Schrift en belijdenis of was het een “skibinding” die losschoot als het knelde? Aan de “infrastructuur” van dat spreken over samenlevingsvraagstukken zijn meer woorden vuil gemaakt dan aan uitspraken zelf. Er moest immers ook weer een einde komen aan de polarisatie.

Toen was het een kwestie van leven of dood. Nu maakt niemand zich er meer druk om. Maar als het nergens opgeschreven staat, gaat de “inside story” verloren. Dan maar in een blog. En cursief. Zo belangrijk is het ook weer niet

Gepubliceerd door dsdiederik

Emeritus predikant met liefde voor geschiedenis. Muzikaal taalkunstenaar. Schrijft over Koude Oorlog.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: