Hollanditis?

Het verzet tegen plaatsing van kruisraketten

De NATO had met haar dubbelbesluit voor een tweesporenbeleid gekozen: onderhandelen èn, afhankelijk van het resultaat van de onderhandelingen, overgaan tot plaatsing van Euroraketten. Het was een gewaagd besluit, waarbij België en Nederland uitstel hadden bedongen (België met een half jaar, Nederland tot 1981) en de Noren een zin aan het slotcommuniqué wisten toe te voegen waarbij de vereisten van plaatsing zouden worden onderzocht aan de hand van de concrete resultaten van de onderhandelingen. De deur naar een nuloptie stond nog op een kleine kier. Het was de vraag of er voor plaatsing van nieuwe kernwapens voldoende draagvlak in de NATO-landen zou bestaan.

In de Sovjet-Unie werd het besluit van de NATO uitgelegd als een doorbreken van het machtsevenwicht, dat verdere plaatsing van SS-20 raketten noodzakelijk maakte. Vooral de Pershing-II raketten waren zeer snel en zouden bij plaatsing in Duitsland hun doelen in de Sovjet-Unie, inclusief Moskou, binnen tien minuten kunnen bereiken. Er bleef bijna geen waarschuwingstijd over. De beslissing om de Euroraketten af te vuren zou naar verwachting van de Sovjets sneller genomen kunnen worden dan bij het afvuren van raketten vanaf het Amerikaanse grondgebied. Waren de Amerikanen niet bezig om het vermogen te ontwikkelen om een alles vernietigende eerste klap uit te delen, waarna de Sovjet-Unie niet meer zou kunnen terugslaan?

Het Amerikaanse denken aan een beheersbare en tot Europa beperkte kernoorlog maakte de Sovjet-Unie er ook niet geruster op. Dit waren volgens de Sovjets waandenkbeelden: een Europese kernoorlog zou onmiddellijk leiden tot een rechtstreekse kernoorlog tussen de supermachten. Ook bij de Sovjet-Unie was er sprake van dreigingsinflatie, terwijl in de VS onder Reagan de neo-conservatieven de wind mee kregen.

Van het door bondskanselier Schmidt gewenste tweesporenbeleid dreigde door het wegvallen van de ontspanning alleen maar een nieuwe wapenwedloop over te blijven. De onderhandelingen tussen de grootmachten leverden niets op en Schmidt stond nu met een enkelvoudig resultaat in handen dat hij nooit gewild had. Schmidt stond daarin niet alleen. De vredesbewegingen in West-Europa kregen steeds meer aanhang. Hoe zou het toevoegen van nieuwe kernwapens, zo vroegen zij, ooit het gevaar van een oorlog kunnen verminderen in een werelddeel dat al propvol kernwapens zat? Het European Nuclear Disarmament Appeal van april 1980 legde de schuld bij beide blokken, in Oost en in West. Er diende iets radicaals te gebeuren om een ramp af te wenden. Europa moest het heft in eigen handen nemen, de blokvorming doorbreken en beginnen te handelen alsof er al een neutraal, verenigd en vredelievend Europa bestond. De vredesbewegingen liepen niet zonder meer aan de leiband van Moskou, al had Moskou dit graag gewild. Afghanistan, Polen, en verdere repressie in het Oostblok veroorzaakten daarvoor teveel ruis op de lijn. De vredesbewegingen in het Westen spraken zich tegen deze repressie uit en hoopten dat zij ook aan de andere kant van het IJzeren Gordijn tegenhangers zouden krijgen.

Nederland zou volgens het NATO-besluit het plaatsen van 48 kruisraketten voor zijn rekening moeten nemen die op de vliegbasis Woensdrecht gestationeerd zouden worden. Er was echter in die jaren in de Kamer geen duidelijke meerderheid te vinden voor of tegen het plaatsen van deze wapens. De VS wilde er alles aan doen om een besluit tegen plaatsing te voorkomen en verving de nogal markant optredende ambassadeur Dyess in Den Haag door de gematigder Bremer. Er bleef voor de Nederlandse regering geen andere mogelijkheid dan een besluit over plaatsing herhaaldelijk uit te stellen. In juni 1984 legde premier Lubbers een compromis op tafel waarbij plaatsing afhankelijk werd gemaakt van een overeenkomst tussen de VS en de Sovjet-Unie over de raketten voor de middellange afstand en van de stand van zaken rond de SS-20 raketten: als het aantal van deze raketten tot 1 november 1985 zou toenemen, zou plaatsing van kruisraketten in Nederland volgen. Daarmee werd de kwestie geïnternationaliseerd en uit het moeras van het morele debat over kernwapens in het CDA getrokken. Op 4 november 1985 ondertekenden Lubbers en Bremer uiteindelijk de overeenkomst tot plaatsing.

Voor die tijd was er massaal gedemonstreerd. Op 29 november 1983 trok een vredesdemonstratie in Den Haag 550.000 deelnemers. Ook prinses Irene woonde deze demonstratie op persoonlijke titel bij. Op 26 oktober 1985, vlak voor ondertekening van het plaatsingsbesluit, kreeg Lubbers 3.75 miljoen handtekeningen van het volkspetitionnement tegen plaatsing van kruisraketten overhandigd. De Nederlandse Hervormde Kerk had zich in 1980 niet alleen tegen het gebruik, maar nu ook tegen het bezit van kernwapens uitgesproken. Op 7 maart 1984 “maande” de synode van de Gereformeerde kerken in Nederland de regering om niet over te gaan tot het plaatsen van kruisraketten. Ging het alleen maar om de hoogtijdagen van het goedebedoelingengeloof, Gesinnungsethik in spijkerbroek van een Fout Midden, dat in de praktijk Washington benadeelde en Moskou de helpende hand bood (Bossenbroek)? Er zijn in de felle polarisatie van toen wel meer denigrerende kwalificaties gebruikt… Ik zat er als lid van de GKN-synode midden in.

Denigrerende kwalificaties. Ons land mocht in 1981 zijn naam schenken aan een nieuwe ziekte: Hollanditis. Met deze ziekte werden de verdacht neutralistische tendensen in verscheidene NATO-landen aangeduid. Het is niet helemaal duidelijk waarom uitgerekend Nederland op de korrel genomen werd, of het moest zijn om de Nederlandse pretentie om gidsland te zijn: help de kernwapens de wereld uit, om te beginnen uit Nederland. De bedenker of verzinner van de ziekte (Lacqueur) stelde dat het neutralisme ingegeven werd door angst voor de Sovjet-Unie. Als dit echter het geval was, dan had de Nederlandse bevolking zich massaal achter het plaatsingsbesluit geschaard. De bedenker waarschuwde ook dat er geen Amerikaans geneesmiddel voor Europees neutralisme bestond. Natuurlijk was Amerikaanse hulp in Europese nood niet vanzelfsprekend en zeker geen automatisme. Maar veel Nederlanders die deze tijd bewust meemaakten, gingen anders redeneren: wat de VS te bieden had, was geen geneesmiddel, maar een andere kwaal. Het bestrijden van de ene kwaal met de andere maakt een mens, laat staan een samenleving, niet beter.

De werkelijkheid lag genuanceerder dan de nieuwe ziekte aangaf. Uit een onderzoek van opiniepeilingen blijkt dat de uitkomsten in Nederland niet veel afweken van andere landen in West-Europa. Wat wèl afweek, was de aarzeling van de Nederlandse regering om een besluit te nemen. In de eerste plaats vreesde de Nederlandse regering dat de zaak door verder gaand protest, burgerlijke ongehoorzaamheid en eventueel geweld uit de hand zou lopen. In de tweede plaats had de regering alle politieke kapitaal nodig om de noodzakelijke bezuinigingsmaatregelen door te voeren. Het lidmaatschap van de NATO stond echter niet serieus ter discussie. Het plaatsen van kruisraketten was wèl discutabel.

De werkelijkheid was dat voor de eerste keer in een zichzelf democratiserend land de kwestie van kernbewapening werd weggehaald uit de burelen van bestuurders en generaals en nu voorwerp werd van een publieke discussie. De bevolking wenste zelf mee te spreken over het hoe en wat van haar veiligheid. Er was niks mis met een morele intuïtie die op een gegeven moment zei dat het genoeg was: tot hiertoe en niet verder. De Koude Oorlog leed eerder aan een tekort aan dan aan een overschot van gezindheidsethiek. Want wat door strategen was bedacht, ging immers de perken van een verantwoordelijkheidsethiek, hoe rekbaar ook, ver te buiten.

Op 20 november 1983 werd in de VS de film The Day After uitgezonden. Op 23 november werden na morele steun van Frankrijk in de Bondsdag de eerste Pershing-II raketten in Duitsland geplaatst. Iets meer dan vier jaren later, op 7 december 1987, tekenden Reagan en Gorbatsjov het INF-verdrag, waarin alle atoomraketten voor de middellange afstand ineens naar de schroothoop werden verwezen. Dat was niet zozeer te danken aan de vastberadenheid van het Westen en zijn Euroraketten, als wel aan de totaal andere wind die met het aantreden van Gorbatsjov in de Sovjet-Unie, in het Oostblok en daarmee ook in het Westen was gaan waaien. Het nieuwe verdrag was een onderonsje tussen de supermachten. De NATO-bondgenoten speelden hierbij geen rol, of zij nu zelf over kernwapens beschikten of niet.

Wat er met het plaatsen en inzetten van kernwapens op het spel stond, werd steeds duidelijker voor een breed publiek. De gevolgen van een kernoorlog zouden onbeschrijflijk zijn. Daarover de volgende reeks bijdragen.

Gepubliceerd door dsdiederik

Emeritus predikant met liefde voor geschiedenis. Muzikaal taalkunstenaar. Schrijft over Koude Oorlog.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: