De val van een Kabinet (uitgelegd voor mijn geëmigreerde zussen)

Lieve kijkbuiskindertjes,

Ik wil jullie in deze aflevering van thuisonderwijs de val van het Kabinet even uitleggen. Een Kabinet is evenals een meubelstuk ook in elkaar getimmerd, alleen wat slordiger. Een meubelstuk-kabinet mag blijven staan, maar een politiek Kabinet mag alleen blijven zitten zo lang dit het vertrouwen van de (meerderheid van) de Tweede Kamer geniet. Die Kamer is natuurlijk geen echte kamer: wij noemen de Kamer de Kamer vanwege de Kamerleden die er in zitten. Die Kamerleden zijn net gewone mensen: ze maken van de Kamer soms een speelkamer, heel vaak een slaapkamer en meestal een martelkamer. Het Kabinet en de Kamer zitten elkaar dan een rondje te pesten en ze zeggen dat ze dat namens ons doen: het landsbelang. Dat pesten noemen ze deftig: politiek. Als het pesten uit de hand loopt, zegt de Kamer het vertrouwen in het Kabinet op. Het kabinet mag dan niet meer zitten, maar het valt (alsof het als een meubelstuk gestaan heeft). De premier (de voorzitter van het kabinet) naar de Koning – en die zegt: “fietst u maar weer terug en gaat u maar weer gewoon aan het werk tot aan de verkiezingen; u mag alleen geen nieuwe dingen meer doen”. Het kabinet gaat weer zitten en doet eigenlijk gewoon alles, want in het pestspelletje van de politiek geldt de stilzwijgende afspraak dat er nóóit iets nieuws gebeurt en dat er geen nieuwe dingen komen. De politiek is eigenlijk altijd demissionair. Dat is trouwens een goed bewaard geheim…

Soms bedenkt iemands in het Kabinet toch iets nieuws. Deze keer ging het over belastingen. De belasting werkt zo dat je op een formulier zo ongeveer twee dingen moet doen: 1. Vertellen hoeveel je verdient, en 2. Dat bedrag aan de regering over maken. Om zelf nog iets over te houden heeft men een systeem van aftrekposten bedacht: je mag een bedrag aftrekken van wat je verdient, bijvoorbeeld als je werkt, als je oud bent, als je veel geld hebt weggegeven of als je een huis hebt gekocht. Maar soms bedenkt iemand iets nieuws en zegt: “dat oude systeem hebben we nu al zo lang en het is verrot tot in de kern. Er zijn veel te veel aftrekposten, waardoor niet iedereen evenveel belasting betaalt. Dat is niet eerlijk. Wij gaan dus werken aan een nieuw systeem”. Een paar knappe koppen worden aan het werk gezet met een computersysteem. Ze drukken op een aantal knoppen en de computer begint te zoemen. De knappe koppen gaan een potje koffie drinken en vergeten één ding: garbage in, garbage out. Dat wil zeggen: de onzin die je in de computer stopt, komt er in het kwadraat ook weer uit. Jullie als kijkbuiskindertjes weten dat natuurlijk allang, maar heel veel volwassenen zijn op compiutergebied wel vóór de waarheid maar er nog niet àchter.

De onzin in dit geval is dat er een geheel eerlijk systeem te bedenken is voor een kruiwagen met 17 miljoen kikkers (ik bedoel: een landje met 17 miljoen burgers). De ene kikker in de kruiwagen zit bovenop de ander en weet precies hoeveel de andere kikker in dat nieuwe systeem kan aftrekken. Elk nieuw systeem zal altijd weer nadelen hebben, net als bij medicijnen. Het nieuwe systeem wordt daarom simpel opgeschreven en van een lange bijsluiter voorzien: het wetsvoorstel met toelichting. Daarin staat precies hoeveel kikkers bij welke omstandigheden eventueel hoofdpijn zouden kunnen krijgen. Dat wetsontwerp wordt aan de Kamer gepresenteerd. Ze krijgen er ook een koekje bij, het koekje van eigen ingewikkeld deeg. Sommige mensen denken dat ze bij het lezen van de bijsluiter recht op alle bijwerkingen hebben. Kamerleden zijn ook mensen, net echt…

De Kamer kijkt naar dat nieuwe belastingsysteem en ontdekt de (hoofd)pijnpunten. Daar maken ze een pijnpuntendossier van en dat sturen ze weer terug naar het Kabinet, zodat het Kabinet een verdere toelichting kan geven. Dat vertel ik nu even in het kort, maar er kunnen maanden mee gemoeid zijn. Want over de toelichting komen weer nieuwe vragen en dan moet er een nieuwe toelichting komen – en de vragen worden steeds gedetailleerder (net als een schot hagel uit een jachtgeweer: je raakt altijd wàt). Maar uiteindelijk is het hele proces van ontsluitingsweeën en persweeën voltooid en kan het wetsvoorstel echt in de Kamer behandeld worden. Zal het wetsvoorstel bevallen of niet bevallen? Uiteindelijk schiet de Kamer met moties en amendementen een groot aantal gaten in het nieuwe wetsvoorstel, om alle hoofdpijnpunten op te lossen. Het resultaat lijkt dan weer sprekend op het oude systeem dat we al tien jaren hàdden. Maar dat mag de pret niet drukken. De Kamer heeft wel vaker een binnenpretje. Daarom ligt de Kamer ook aan het Binnenhof.

Maar nu kwam iemand op een geniaal idee (en hoe zelden komt dat onder ons voor…). Als we nu eens niet meer in aftrekposten gaan denken, maar precies omgekeerd: toeslagen? Iedereen die hoofdpijn krijgt in het nieuwe systeem kan een zakje met geld krijgen. Een zakje met geld voor als een kind speciaal onderwijs moet hebben op een gewone school, een zakje met geld voor als je teveel huur betaalt, een zakje met geld als je hoge zorgkosten hebt, een zakje met geld voor de kinderopvang. Als we nu eens toeslagen uit gaan delen in plaats van geld binnenhalen? Wat een feest. En dat feest organiseren we via de belastingdienst, die dan helemaal omgebatterijd moet worden van binnenhaaldienst tot uitdeelorganisatie. Met computers moet dat toch gemakkelijk kunnen? De Kamer enthousiast (de belastingdienst wat minder, maar ambtenaren moeten niet zeuren maar gewoon uitvoeren wat hun opgedragen wordt).

Daar kwamen minstens twee bedrijfsongevallen bij. Eerst duurde het uitdelen van de toeslagen veel te lang, want ieder geval werd individueel beoordeeld (zo werkt de belastingsdienst immers). “Dat kan zo niet”, zei de Kamer. “Het moet vlugger, dus voortaan: éérst uitdelen en daarná op hoofdlijnen controleren”. Daarna kwam de Bulgarenfraude; er bleken nogal wat toeslagen en bedragen inderhaast ten onrechte uitgekeerd te zijn aan Bulgaren die net deden alsof ze in Nederland woonden. “Dus”, zei de Kamer, “er moet – zij het dan ook achteraf – heel streng gecontroleerd worden en alles wat ten onrechte uitgekeerd is moet tot op de laatste cent worden terugbetaald”. Dat werd in wetgeving vastgelegd en de belastingdienst sloeg aan het uitdelen en hield tot op de laatste cent bij wie wat wanneer gekregen had. Die twee uitgangspunten: snel uitdelen en strenge controle achteraf, waren natuurlijk niet te combineren. Maar de Kamer vond dat er een politiek gewenst resultaat op tafel lag.

Ook bij het programmeren van de computers waren twee fouten gemaakt. De eerste fout was het uitgangspunt dat iedereen kan lezen en wegwijs is op websites. Quod non; een groot deel van de Nederlanders heeft een lees- en schrijfachterstand. Bij het doen van een aanvraag zat een ongeluk dus in een klein hoekje. De tweede fout: burgers begroten wonderen. Subsidie wordt inkomen, waarop burgers rekenen. (Kinder)toeslagen worden meteen ingezet voor het inkopen van zorg; soms gebeurde dat te goeder trouw bij frauduleuze bureaus (in Bulgarije?). Bij het achteraf controleren ging de belastingdienst (met computers kan dat gemakkelijk) gericht zoeken naar bepaalde soorten mensen (etnisch profileren) en ontdekte de ongelukken en de fouten (die in het systeem zelf zaten ingebakken). Onmenselijke toestanden volgden: burgers moesten alles terugbetalen met geld dat zij niet meer hadden, kwamen zonder have en huis te zitten, werden officieel als fraudeurs bestempeld en konden daarom niet in aanmerking komen voor bijstand en schuldhulpverlening. En in de wetgeving had de Kamer vastgelegd dat de bestuursrechtspraak uitgeschakeld werd. Geen burger kon meer in beroep gaan. In het ontworpen systeem was immers aan één kleinigheidje niet gedacht: de menselijke maat.

Een paar Kamerleden sloegen aan het spitten en kregen bij stukjes en beetjes het probleem boven water. De (ambtenaren van de) belastingdienst werkten niet erg mee. Eerst hadden ze hun hoofd in de strop van de uitdeelorganisatie moeten steken, en nu zouden zij van alles de schuld krijgen? De Kamer en de boze burger werd op dood spoor gezet met afgelakte dossiers “vanwege de privacy van de betrokkenen”. Uiteindelijk kwam er een onderzoekscommissie van de Kamer zelf, die verhoren onder ede ging afnemen. Nogal wat mensen moesten in het bankje plaatsnemen nadat zij de zwerende hand omhoog gestoken hadden. Er kwam een weinig verheffend beeld uit: duikende ambtenaren, ministers die zeiden dat ze niet op de hoogte waren of niet goed hadden opgelet, een premier die zei dat het probleem op het terrein van de betreffende vakminister lag en dat hij alleen in grote lijnen de regie voerde. Eén vraag kwam maar heel moeizaam op tafel: in hoeverre was de Kamer zèlf verantwoordelijk? De Kamer had de wetten toch vastgesteld en aangedrongen op grote haast en strenge controle? De Kamer had toch de mogelijkheden van het uitvoeringsapparaat overschat? De Kamer had de bestuursrechtspraak toch buiten spel gezet? De Kamer had de menselijke maat toch vergeten? Dat was niet alleen maar een uitvoeringsfoutje met daarna “Even Apeldoorn bellen”. Het was een systeemfout.

Er kwam een snoeihard rapport. De rechtsstaat tot in de fundamenten aangetast, en iedereen had gefaald. Bij de spelregels van het pesten (de politiek) hoort dat de Kamer niet naar huis kan worden gestuurd; de Kamer gaat op reces vlak voor de verkiezingen en daarna komt er een nieuw gekozen Kamer bijeen. De enige die naar huis kan worden gestuurd – eigenlijk helemaal niet naar huis, maar naar de Koning – is het Kabinet. Met een zachte plof viel het Kabinet vóór er een debat in de Kamer plaats kon vinden; een geregisseerde val waarbij de schuldvraag onbeantwoord bleef. Want als iedereen het gedaan heeft, heeft uiteindelijk niemand het gedaan.

De slachtoffers mogen niet mopperen. Zij krijgen in eerste instantie een compensatie van 30.000 Euro – en dat bedrag wordt meteen door de belastingdienst ingevorderd als er nog openstaande schulden zijn. Want zo zijn de onder ons vastgestelde spelregels. Eén minister kon het drama niet meer aanzien en heeft de politiek verlaten. En verder gaan we de verkiezingen in met dezelfde hoofdrolspelers en dezelfde lijsttrekkers (behalve de PvdA, die nu naar een nieuwe lijsttrekker op zoek moet en net als ons land binnenkort aan een interne chaos dreigt te bezwijken).

Kortom: er verandert niets door de val van het Kabinet. Want het is immers coronatijd en wij moeten geregeerd worden. En wat er in de VS gebeurt, is veel belangrijker. Eén leerpunt uit de hele affaire: Bulgaren moet je in de gaten houden… SNAFU, zeggen de Engelsen dan. De Amerikaanse versie daarvan is FUBAR.

Gepubliceerd door dsdiederik

Emeritus predikant met liefde voor geschiedenis. Muzikaal taalkunstenaar. Schrijft over Koude Oorlog.

Eén opmerking over 'De val van een Kabinet (uitgelegd voor mijn geëmigreerde zussen)'

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: