Gedoseerde kernoorlog met pauzeknop?

Een meer voor de hand liggende aanpak van het probleem van de beperkte kernoorlog was het beperken van het aantal kernwapens. Binnen de US Navy leefde het idee van de “eindige afschrikking”. Het was mogelijk om de Sovjet-Unie te verwoesten met een veel geringer aantal kernwapens, bijvoorbeeld 232, aan boord van kernonderzeeërs. Deze waren veel minder kwetsbaar voor aanvallen dan de op het land geplaatste silo’s; de kernonderzeeërs waren voor de tegenstander immers niet te vinden. Ook bleef er op deze manier meer tijd over om na te denken: er hoefden geen vliegtuigen of raketten in allerijl gelanceerd te worden omdat deze anders al op de grond vernietigd zouden kunnen worden. Het concept van de eindige afschrikking maakte echter geen kans: het institutionele belang van de luchtmacht was te groot en de politiek was eigenlijk op meer in plaats van op minder afschrikking gericht.

Vanaf 1957 had een geheime commissie van de National Security Council, de Net Evaluation Subcommittee, jaarlijks een rapport uitgebracht aan de NSC over de uitkomsten van een kernoorlog. Het rapport uit 1958 beschreef een aanval op de VS met 553 kernwapens met in totaal 2.186 megaton. Bijna 6% van de landoppervlakte werd door grote branden vernietigd. Een dodelijke deken van straling bedekte het halve land. Onder de toen 179 miljoen tellende bevolking van de VS vielen 50 miljoen doden en 9 miljoen gewonden. Het gebrek aan onderdak en voedselvoorraden veroorzaakte nog meer verliezen aan mensenlevens. De tegenaanval van de VS was gericht op alle steden met meer dan 25.000 inwoners. Moskou werd bestookt met in totaal 100 megaton. De commandocentrales in Moskou, Beijing en Pyongyang waren verwoest. 71 miljoen mensen waren meteen dood. Een maand later waren het er 196 miljoen. Van het bruto nationaal product van de Sovjet-Unie resteerde nog maar een kwart. Zowel de VS als de Sovjet-Unie waren verwoest. Maar de VS was sterker uit de strijd tevoorschijn gekomen…

Het rapport uit 1962 trok dezelfde conclusie: ondanks het verlies van tientallen miljoenen aan mensenlevens en de enorme verwoesting in beide kampen bleef de VS militair sterker en viel de balans in haar voordeel uit. Het rapport van 27 augustus 1963 eindigde echter met een andere conclusie: een kernoorlog was, ook in relatieve zin, niet te winnen. Er waren alleen maar verliezers; het maakte geen verschil wie als eerste op de knop drukte. Er was een nucleaire patstelling ontstaan. Deze rapporten en conclusies waren uiteraard niet voor publieke consumptie bestemd.

Voor de NSC (en achter de schermen voor de RAND Corporation) was deze conclusie niet aanvaardbaar. Als het scenario van de gedoseerde kernoorlog, zoals dat voor Berlijn ontwikkeld was, te riskant was, kon men dan aan de gedoseerde oorlog een pauzeknop toevoegen? Het resultaat van nieuw onderzoek werd op 15 november 1963 door het Net Evaluation Subcommittee gepresenteerd in een studie van bijna 80 bladzijden, compleet met scenario’s over een verrassingsaanval van de Sovjet-Unie, een preventieve nucleaire slag van de VS, en conventionele oorlogen in Europa en Azië die nucleair escaleerden. De auteurs van het rapport trokken de conclusie dat de tot nu toe gemaakte plannen voor dergelijke zich ontwikkelende scenario’s niet toereikend waren: er moest tegelijkertijd een veelheid van mogelijke uitkomsten worden geanalyseerd. Het zou nog niet meevallen de Sovjet-Unie ervan te overtuigen dat een aanval alleen beperkt was tot militaire doelen. Binnen een jaar na het uitbrengen van dit rapport hief McNamara het Net Evaluation Subcommittee op. De officieel gegeven reden was het tegengaan van verdubbeling; het Pentagon had zelf voldoende deskundigheid in huis. Het is echter waarschijnlijk dat McNamara moeite had met een onafhankelijk kanaal van de deskundige militairen naar het Witte Huis.

De voor het rapport van 1963 ontwikkelde scenario’s zijn decennia later nog steeds verbazingwekkend om te lezen. Er komen namelijk geen mensen in voor, behalve de president, de militaire adviseurs, en de leiders van de Sovjet-Unie. De in gang gezette massaslachting wordt geabstraheerd tot “schade” en “verliezen”. De illusie van de maakbaarheid en de beheersbaarheid van de kernoorlog doet denken aan twee keurige heren, die volgens de regels van de kunst een duel voeren en na elke schotenwisseling bij hun secondanten een denkpauze nemen over de vraag hoe het volgende schot er uit moet zien. De chaos, paniek en pijn zijn zorgvuldig weg gefilterd. Dit was nog maar het begin van het war-gaming, met statische scenario’s. De gevraagde integrale dynamische analyse werd mogelijk met de komst van computers. Rapporten daarover zijn voor zover mij bekend nog niet vrijgegeven.

Met de gedachte aan een maakbare kernoorlog kwam ook het overleven van een kernoorlog op de agenda. In het begin van de jaren vijftig boden de Amerikaanse bibliotheken graag hun community service aan bij het organiseren van de civiele defensie. Brochures van de regering werden door de bibliotheken verspreid en voorlichtingsfilms werden vertoond. De brochures en voorlichtingsfilms bagatelliseerden de gevaren: de tekenfilm over de waakzame schildpad Bert bewees goede diensten en de kernoorlog werd beschreven als een uitvergrote conventionele oorlog. Nogal wat bibliotheken werden tot schuilgelegenheden omgebouwd: boekenplanken zouden bescherming bieden tegen straling.

Langzaam maar zeker werd het publiek mondiger. Het was niet meer mogelijk om fall-out alleen maar als een tijdelijk ongemak af te doen. Het publiek vroeg nu niet meer om anticommunisme, maar om feitelijke en bruikbare informatie. In nieuwe voorlichtingsfilms werd het bijzondere van een kernoorlog geïntegreerd met het bruikbare: een schuilkelder tegen fall-out kon ook heel gemakkelijk als speelplek voor de (klein)kinderen of extra slaapkamer worden ingericht. Er kwam een hausse op het gebied van schuilkelders. Heftige discussies vonden plaats tussen voorstanders en tegenstanders van het aanleggen van schuilkelders. Het slagveld kwam immers erg dichtbij: het backyard battlefield. Salvo’s van metaforen werden over en weer afgevuurd: enerzijds de mol, de holenmens, de garnizoensstaat (een nucleair Sparta) en de Maginotlinie, anderzijds de reddingboot waarmee een schip toch niet voor niets was uitgerust. Er ontstond een debat over wat de bezitters van een schuilkelder in een crisissituatie met de buren moesten doen, als deze geen schuilkelder hadden gebouwd. Toen het rustiger werd rond Berlijn en Cuba verdween de hausse even snel als zij gekomen was.

McNamara herzag zijn standpunt over de haalbaarheid van een beperkte kernoorlog. Hij had daar twee redenen voor: het gebrek aan luchtafweer en het gebrek aan resultaten bij het bombarderen van Noord-Vietnam. In de eerste plaats werd hem met door hem zo geliefde grafieken en berekeningen duidelijk gemaakt dat er geen waterdichte afweer bestond tegen door de tegenstander afgevuurde kernwapens. Ook als slechts enkele kernkoppen het grondgebied van de VS zouden raken, dan waren de verliezen aan mensenlevens en de overige schade onaanvaardbaar hoog. Een afweersysteem was technisch wel denkbaar. Maar het was voor de Sovjet-Unie veel goedkoper om nieuwe raketten bij te plaatsen dan voor de VS om het afweersysteem steeds te upgraden. Dat was werkelijk onbetaalbaar. Een kernwapen hoeft zijn doelwit immers niet precies te raken om onvoorstelbare schade aan te richten. Een afweersysteem moet zijn doelwit juist wèl precies raken. De aanvaller is altijd in het voordeel. Maar gezien van de kant van de VS maakten afweersystemen en versterkte silo’s het afvuren van een groter aantal kernwapens noodzakelijk dan met het concept van een beperkte kernoorlog te rijmen was.

In de tweede plaats leed het concept van een beperkte oorlog schipbreuk in Vietnam. Het was niet mogelijk om de escalatie te beheersen door de vijand alleen maar oppervlakkig pijn te doen. De conventionele variant van “no cities” werkte niet. Flexibiliteit en opties bleken in Vietnam een illusie te zijn. Dit zou te meer gelden bij het verwoestende kaliber van kernwapens. De rationele, beheersbare kernoorlog bleek een vierkante cirkel en een innerlijke tegenstrijdigheid te zijn. De nucleaire patstelling viel niet te doorbreken. President Johnson waarschuwde in zijn verkiezingscampagne op 7 september 1964 voor een al te gemakkelijk praten over het gebruiken van kernwapens: een conventioneel kernwapen bestaat niet. En daarmee raakte de discussie over een maakbare nucleaire strategie voorlopig op dood spoor.

Gepubliceerd door dsdiederik

Emeritus predikant met liefde voor geschiedenis. Muzikaal taalkunstenaar. Schrijft over Koude Oorlog.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: