Kissinger en Ford zoeken in Afrika naar nieuw succes

Afrika is het continent waar de grootmachten hun conflicten het vaakst lokaal uitvochten: de Koude Oorlog door middel van handlangers. Van de 170 lokale conflicten tijdens de Koude Oorlog speelden zich er 47 in Afrika af. Zes miljoen mensen verloren daarbij het leven. Als men er van uitgaat dat tijdens de hele Koude Oorlog ongeveer 22 miljoen mensen het leven verloren in de gewapende strijd, dan was ongeveer een op de vier slachtoffers een Afrikaan.

Evenals Congo was Angola rijk aan bodemschatten. Er waren in deze Portugese kolonie drie bevrijdingsbewegingen actief: het FNLA (National Front for the Liberation of Angola) onder leiding van Roberto, die vooral in het noorden van de kolonie haar aanhangers had; het MPLA (Popular Movement for the Liberation of Angola) onder leiding van Neto, die machtig was in het midden van het land; en de UNITA, (National Union for the Total Liberation of Angola) die aangevoerd werd door Savimbi en in het zuiden van Angola haar machtsbasis had. De MPLA was marxistisch gekleurd en een aartsvijand van het apartheidsbewind in Zuid-Afrika; zij steunde bevrijdingsbewegingen in dat land. Het FNLA en de UNITA waren ideologisch kleurlozer en stonden op goede voet met Pretoria. Het FNLA kreeg op bescheiden schaal financiële steun van de VS en van de Volksrepubliek China. Het MPLA kreeg zo nu en dan een financiële injectie uit Moskou en van Joegoslavië.

De lakens in Angola werden echter uitgedeeld door Lissabon. De regering daar wenste zelfs niet over onafhankelijkheid te praten, laat staan dat zij deze wilde verlenen. De VS beperkte zich tot mondelinge kritiek op haar NATO-bondgenoot Portugal. Als gevolg van NSSM 39 draaide de VS de volumeknop van haar kritiek nog zachter en verminderde zij haar steun aan het FNLA. De import van chroom uit Rhodesië (nu: Zimbabwe) werd weer mogelijk gemaakt en het wapenembargo tegen Pretoria versoepeld. De blanken waren immers aan de macht in zuidelijk Afrika (Angola incluis) en dat zou volgens de verwachtingen van het beleidsdocument nog vele jaren zo blijven.

Op 9 augustus 1974 was Ford president geworden. Hij erfde een natie op haar dieptepunt. Het debacle van Vietnam in het buitenland en het Watergateschandaal in het binnenland hadden de internationale geloofwaardigheid van Washington zwaar beschadigd. Het Congres was bezig zijn machtspositie te verstevigen, weigerde nog steeds om hulp aan Zuid-Vietnam te verlenen en spitte naar de ondergrondse acties van de CIA in het buitenland. De détente met de Sovjet-Unie stond van twee kanten onder druk. Progressieve Amerikaanse politici bekritiseerden de weigering van Moskou om Joodse burgers te laten emigreren naar Israël. Conservatieve politici vonden de hele notie van ontspanning een uitverkoop van de toch al geschonden Amerikaanse militaire en strategische belangen.

De positie van Kissinger in zijn dubbelfunctie van nationaal veiligheidsadviseur en minister van buitenlandse zaken (van 22 september 1973 tot 3 november 1975) stond onder druk. Men kreeg een hekel aan zijn hang naar heimelijk optreden. In de Sovjet-Unie voldeed Brezjnev niet aan de Amerikaanse verwachtingen dat détente het accepteren van de status quo in de (derde) wereld zou betekenen. Integendeel: de correlatie van krachten op het internationale veld lag in het voordeel van de Sovjet-Unie, en daar wenste Brezjnev gebruik van te maken. Ford en Kissinger hadden een succes nodig. Zij maakten zich zorgen over hun politieke toekomst. In 1976 waren er weer presidentsverkiezingen. Wilde Ford een kans maken op de Republikeinse nominatie als presidentskandidaat, dan diende hij leiderschap te tonen. Op het gebied van de buitenlandse politiek had hij echter weinig ervaring. Kissinger wilde zijn blazoen van grootmeester in het schaakspel van internationale verhoudingen weer vrij van smetten maken en het prestige van de VS herstellen.

Op 25 april 1974 was in Portugal de Anjerrevolutie uitgebroken. Dictator Salazars opvolger Caetano werd afgezet; hij nam de wijk naar Brazilië. Er waren wel hervormingen doorgevoerd, maar het was te weinig en te laat. De koloniale oorlogen in Afrika aten 40% van de Portugese begroting op en Caetano kreeg moeite om de strijd te blijven financieren. Portugese koloniale troepen hadden bij Tete in Mozambique een bloedbad aangericht. Er was een stroom van kritiek losgebarsten, Portugal kreeg met een wapenembargo te maken en het land raakte internationaal geïsoleerd. Portugal had veel last van de economische crisis door de olieboycot van de Arabische landen. De na de Anjerrevolutie aangetreden nieuwe regering beloofde de Afrikaanse koloniën onafhankelijkheid te zullen verlenen. Voor Angola werd als datum 11 november 1975 vastgesteld. De drie bevrijdingsbewegingen beloofden samen te werken om de onafhankelijkheid van het land voor te bereiden. Zij slaagden er echter niet in om de onderlinge kloven te overbruggen: er brak een burgeroorlog uit.

Kissinger werd bang dat Moskou het MPLA op grote schaal zou gaan steunen. Als de marxisten in Angola aan de macht zouden komen, dan zouden radicale krachten in Portugal de nieuwe Portugese democratie onder druk kunnen gaan zetten: de zuidflank van de NATO kwam daarmee in gevaar. Angola zelf was voor de VS niet van groot strategisch belang, maar de VS moest haar prestige in de wereld herwinnen. Als Moskou het MPLA krachtig zou gaan steunen, liep bovendien Zuid-Afrika gevaar. Eind januari 1975 begon de VS het FNLA te steunen met 300.000 dollar. Deze kleine investering had in het verarmde Angola een grote reikwijdte. De CIA stuurde wapens naar Zaïre; Mobutu, de dictator van dat land, stuurde deze door naar het FNLA en voegde er enkele duizenden van zijn militairen aan toe. Deze steun maakte het FNLA minder bereid om zich met haar concurrenten te verzoenen: een onafhankelijk Angola, geleid onder een FNLA-regering, leek immers binnen handbereik te liggen. De Sovjet-Unie en Cuba verhoogden op hun beurt de steun aan het MPLA. Cuba stuurde militaire adviseurs. Ford en Kissinger dachten dat Moskou achter het Cubaanse ingrijpen zat, maar Castro trok zijn eigen plan. Moskou pronkte overigens maar al te graag met Castro’s veren om de leidende rol van de Sovjet-Unie in de wereldwijde bevrijdingsstrijd te onderstrepen. Ook wilde het Cuba niet voor de tweede keer in de steek laten. De nederlaag in de rakettencrisis zat nog diep.

Het FNLA had echter veel minder aanhang en presteerde in de burgeroorlog militair veel slechter dan verwacht. Het MPLA bleek beter gemotiveerd en getraind te zijn. Amerikaanse en Zuid-Afrikaanse adviseurs doken op in Angola. Voor Zuid-Afrika was Angola wél van strategisch belang: het land grensde aan Namibië, waar Zuid-Afrika het bewind over wenste te blijven voeren. Een marxistisch en onafhankelijk Angola aan de noordgrens van Namibië was voor Zuid-Afrika een spookbeeld. Vanwege het dreigende overwicht van het MPLA vroeg de CIA om een uitbreiding van het bestaande steunprogramma voor het FNLA. Het State Department was mordicus tegen: het FNLA zou alleen met rechtstreeks Amerikaans ingrijpen overeind kunnen blijven, en dan werd de grote vraag wat de Sovjet-Unie en Cuba bij een Amerikaanse interventie zouden doen. Men gaf daarom de voorkeur aan het via de diplomatieke weg werken aan een coalitieregering in Angola.

Kissinger vond echter dat zijn State Department aan een Vietnamsyndroom leed en vroeg aan advies van het andere orgaan waarvoor hij verantwoordelijkheid droeg: de National Security Council. De NSC verwachtte meer van spierballen. Op 17 juli 1975 verveertigvoudigde de VS de steun aan het FNLA tot 14 miljoen dollar; in augustus groeide dit bedrag naar 25 miljoen en in september naar 32 miljoen. De leiders van het Congres werden op hoofdlijnen geïnformeerd. Een grote hoeveelheid wapens vond via Zambia en Zaïre gretige afnemers in Angola. De Amerikaanse betrokkenheid was groot en goed gecamoufleerd. Het lukte de CIA om binnen de kortste keren 12 pantservoertuigen, 50 luchtafweerraketten, 1.000 mortieren, meer dan 50.000 geweren en machinegeweren, 100.000 handgranaten en 25 miljoen kogels over te brengen naar Angola. Daarnaast stuurde men 60 vrachtwagens (waarvan 20 met aanhanger), 27 boten, 1.000 radio’s, reserveonderdelen, uniformen, medische hulpmiddelen en voedsel. Daarmee was Angola voluit strijdtoneel in de Koude Oorlog geworden.

Gepubliceerd door dsdiederik

Emeritus predikant met liefde voor geschiedenis. Muzikaal taalkunstenaar. Schrijft over Koude Oorlog.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: