Het Nixinger-duo en de apartheid

In 1948 won in Zuid-Afrika de Nationale Partij de verkiezingen en begon zij het programma om het principe van de rassenscheiding op elk maatschappelijk terrein door te voeren. De Nationale Partij werd daarbij innig gesteund door de Nederduitse Gereformeerde Kerk (NGK), het grootste blanke kerkgenootschap in de Afrikaner gemeenschap. Deze kerk werd wel “de Nationale Partij in gebed bijeen” genoemd. Alleen de blanke minderheid genoot politieke rechten en kon gaan en staan waar zij wilde. Het openbaar vervoer, de horeca, de stranden en de parken waren verdeeld in afdelingen uitsluitend voor blanken en uitsluitend voor anderen, de nie-blankes. Het mens-zijn werd aan de hand van het blanke vooroordeel gedefinieerd. Apartheid was puur racisme.

Dat racisme werd na verloop van tijd steeds moeilijker naar het kritischer wordende buitenland te verdedigen. Het paradigma van de Koude Oorlog bood uitkomst. Zuid-Afrika was volgens haar propaganda zelf verantwoordelijk voor haar binnenlandse beleid en hoefde daarin geen inmenging van buiten af te accepteren, maar was tegelijkertijd het noodzakelijke bolwerk tegen een internationale communistische samenzwering in zuidelijk Afrika. Velen die zich tegen de apartheid begonnen uit te spreken, werden van communistische sympathieën beschuldigd. Voor dit propagandaoffensief was men vooral in de VS gevoelig. Andere westerse landen hadden meer aandacht voor hun eigen economische belangen in zuidelijk Afrika: investeringen, grondstoffen, veilige vaarroutes. Het bleek daarom moeilijk om tot een brede veroordeling van het apartheidsbewind te komen.

Ook in Nederland duurde het lang voordat men zich ervan bewust werd wat er werkelijk in Zuid-Afrika aan de gang was. Ons land voelde zich om historische en culturele redenen zeer met Zuid-Afrika verwant. Vele Nederlanders waren naar Zuid-Afrika geëmigreerd en over en weer waren de contacten hartelijk, ook op kerkelijk gebied. Op 21 maart 1960 vond een bloedbad plaats bij het politiebureau van Sharpeville, een township in de buurt van Johannesburg. Bij een protest tegen de gehate pasjeswetten die de bewegingsvrijheid beperkten, opende de zenuwachtig geworden politie het vuur op de demonstranten. Er vielen 69 doden en ongeveer 180 gewonden. De meeste slachtoffers bleken in de rug geschoten te zijn. Het bloedbad was voor Nederland nog geen aanleiding om wakker te worden.

De Wereldraad van Kerken was waakzamer en belegde in Cottesloe bij Johannesburg een conferentie met ongeveer tachtig Afrikaanse afgevaardigden; twintig van hen behoorden niet tot de blanke minderheid. Op de conferentie werd voor het eerst open gesproken over de rassenverhoudingen. Over de apartheid liepen de meningen ver uiteen, maar onrechtvaardige discriminatie werd verworpen. De aanbevelingen van de conferentie over de politieke rechten en de mogelijkheden voor gemeenschappelijke vieringen en gemeenschappelijke getuigenissen werden met minstens 80% van de stemmen aanvaard. In blank kerkelijk Zuid-Afrika barstte echter een storm los. De afgevaardigden naar de conferentie werden geprest om hun steun aan de uitspraken in te trekken.

Pas later werd in Nederland duidelijk dat er een façade was ingestort, waarachter een ander Zuid-Afrika om recht schreeuwde. Sharpeville was nog niet het grote keerpunt. De Nederlandse kerken zochten nog zoveel mogelijk het gesprek met de Afrikaner kerken om te voorkomen dat deze in een isolement zouden raken en hun hakken nog meer in het zand zouden zetten. Maar er was een onomkeerbare ontwikkeling op gang gekomen. De gesprekken werden steeds moeilijker en de verhoudingen steeds stroever. Met de gekleurde “dochterkerken” van de NGK werden hartelijke banden gesmeed. De nadruk kwam op deze relaties te liggen. De NGK raakte internationaal geïsoleerd. Tien jaren later was apartheid het enige Nederlands/Afrikaner woord dat wereldwijd bekend was en verafschuwd werd.

Kissinger gaf in 1969 de opdracht tot het maken van een beleidsdocument over zuidelijk Afrika. Het buitenlandse beleid van de VS had in die tijd twee componenten. Enerzijds de machtspolitiek, die ook in Congo zichtbaar was geworden; anderzijds het langzaam maar zeker mislukken van de Amerikaanse interventie in Vietnam. De VS werd terughoudend bij het beginnen van nieuwe inmengingsavonturen. Het resultaat van Kissingers opdracht werd NSSM (National Security Study Memorandum) 39, dat op 9 december 1969 aan de National Security Council werd aangeboden (Kissinger liet in totaal 85 van dergelijke studies produceren). De tekst is onthullend. Het werd als lastig ervaren dat de VS en Zuid-Afrika beide een rassenprobleem hadden. Het ene probleem mocht niet tot het andere herleid worden, of omgekeerd. De situatie zou gecompliceerd kunnen worden als Afro-Amerikanen op bezoek in Zuid-Afrika (weer) aan segregatie onderworpen zouden zijn. Omdat andere landen een probleem hadden gemaakt van het apartheidsregime had de VS daar nu last van. Dus niet omdat de een jaar eerder vermoorde Martin Luther King in 1963 zijn droom had uitgesproken, en evenmin omdat de rassenproblematiek inmiddels kamerbreed op de binnenlandse politieke agenda van de VS stond. Van de great society van Nixons voorganger Johnson leek nu voorgoed afscheid genomen te zijn.

Het eindbesluit naar aanleiding van NSSM 39 was dan ook dat de VS zich publiekelijk zou blijven verzetten tegen apartheid, maar dat zij zich ten aanzien van het politieke isolement en de economische belangen van de blanke staten in zuidelijk Afrika soepel zou opstellen. Het wapenembargo bleef gehandhaafd, maar materieel dat voor civiel èn voor militair gebruik nuttig was, mocht geleverd worden. Apartheid was natuurlijk een uiterst vervelende werkelijkheid, maar Washington moest nu eenmaal pragmatisch op de situatie inspelen: de blanken waren een blijvende machtsfactor en de enige manier om constructief tot veranderingen te komen was door hun medewerking.

De koppeling tussen de binnenlandse situatie in de VS en haar buitenlandse beleid ten opzichte van zuidelijk Afrika werd echter door anderen terdege gelegd. Vergeleken bij landen als Ierland en Israël kwam zwart zuidelijk Afrika er bij het beïnvloeden van dit buitenlandse beleid bekaaid af. Van de rol van de VS als lichtend voorbeeld van democratie en vrijheid bleef weinig over. Het ging om pure machtspolitiek die alleen oog had voor het belang van de supermacht zelf. Het zou tot 1986 duren voordat het Congres (tegen een veto van Reagan in) de Comprehensive Anti-Apartheid Act aannam en Zuid-Afrika door Amerikaanse sancties getroffen werd.

Op mijn bureau ligt een spiksplinternieuw boek van Barry Gewen: The Inevitability of Tragedy, Henry Kissinger and his World. Een tragedie is in de internationale politiek soms onvermijdelijk. Een andere vraag is of je om je eigen landsbelang te dienen op een tragedie ergens anders in de wereld moet aansturen.

Gepubliceerd door dsdiederik

Emeritus predikant met liefde voor geschiedenis. Muzikaal taalkunstenaar. Schrijft over Koude Oorlog.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: