Kissinger zit op zijn handen: de aanloop naar een nieuwe oorlog

Een machtspoliticus kan zich manifesteren door in te grijpen in een ander land zoals Chili, maar ook door op zijn handen te gaan zitten en juist niet in te grijpen. Dat deed Kissinger in de aanloop naar de Jom Kippoeroorlog, die van 6-25 oktober 1973 gevoerd werd tussen een coalitie van Syrië en Egypte aan de ene kant en Israël aan de andere kant.

De VS maakte geen enkele haast. De Sovjet-Unie verloor immers aan invloed in de regio. In het verkiezingsjaar 1972 wilden Nixon en Kissinger geen risico lopen door over een vredesproces te beginnen. De Egyptische president Sadat drong echter aan op het doorbreken van de impasse. De nederlaag van 1967 werd in Egypte beleefd als nationale schande. Voordat Sadat kon beginnen aan de dringend noodzakelijke economische hervormingen, diende hij eerst het vertrouwen van de Egyptische bevolking te winnen door de schandvlek weg te nemen. Sadat had haast.

Kissinger voerde echter doelbewust een patstellingbeleid. Door af te wachten en niets te ondernemen zou de situatie vanzelf in het voordeel van de VS veranderen. Het ging immers niet om een cruciale crisis. Egypte zou het niet aandurven om Israël in de Sinaï aan te vallen, en een terugtrekking van Israël uit de Sinaï zonder alomvattend vredesakkoord zou voor Israël en voor de VS een onaanvaardbare nederlaag betekenen. De VS deed dus niets, ook niet toen Sadat zijn vertrouweling en adviseur Ismail naar Kissinger stuurde. Sadat wilde dat de gesprekken al in oktober 1972 zouden beginnen, maar Kissinger wist tijd te rekken tot 25 en 26 februari 1973. Ismail bood namens Sadat openingen. Egypte was bereid om in de Sinaï de veiligheidsbelangen van Israël serieus te nemen. Als Israël zich terug zou trekken, was Sadat bereid de onafhankelijkheid, soevereiniteit en territoriale integriteit van Israël binnen de grenzen van voor 1967 te erkennen. De doorvaart door de zeestraat van Tiran en door het Suezkanaal kon worden gegarandeerd, en op twee punten in de Sinaï kon wat Egypte betreft een internationale troepenmacht worden gestationeerd. Bovendien wilde Sadat zich sterk maken voor het opheffen van de Arabische boycot tegen landen die handel met Israël dreven.

Kissinger reageerde lauw en zelfs koud op deze voorstellen: Egypte had nu eenmaal in 1967 de oorlog verloren en moest realistisch zijn. Tijdens een staatsbezoek van de Israëlische premier Meïr aan de VS zeiden Nixon en Kissinger dat de impasse doorbroken moest worden. Maar dat was alleen voor de notulen; zij zetten geen enkele druk op Israël. Meïr stond op haar beurt wel open voor onderhandelingen met Egypte, maar zonder druk van het Witte Huis was het voor Israël voordeliger om bij de status quo te blijven.

Toen de NYT op 14 maart 1973 bekend maakte dat Israël nieuwe wapens van de VS zou krijgen, werd het Sadat duidelijk dat hij de impasse alleen maar kon doorbreken door een nieuwe oorlog te beginnen. Het is merkwaardig dat Israël en de VS niet door hadden hoezeer zij Sadat met alle niet beantwoorde openingen in een onmogelijke positie brachten. Sadat waarschuwde in een interview met Newsweek van 9 april 1973 dat de enige uitweg uit de impasse het hervatten van de vijandelijkheden was. Als er niets gebeurde, was een oorlog onvermijdelijk. Maar de VS en Israël vatten deze boodschap als een loos dreigement op. In een tweede gesprek, op 20 mei, kreeg Ismail van Kissinger te horen dat het beter was om op de uitslag van de komende verkiezingen in Israël in oktober te wachten. Sadat was al eerder door de CIA gewaarschuwd tegen een dreigende communistische staatsgreep. Daarom had Sadat in 1972 15.000 militaire adviseurs teruggestuurd naar de Sovjet-Unie. Zij hadden Egypte geholpen in de slijtage-oorlog door vliegtuigen te besturen en raketbatterijen te bemannen. De Sovjet-Unie was uiteraard ongelukkig met deze situatie en probeerde Sadat met ruime wapenleveranties in te palmen.

Van 18-25 juni 1973 vond in Washington een topconferentie tussen de VS en de Sovjet-Unie plaats. Men stelde de bespreking van de situatie in het Midden-Oosten tot de laatste dag van de conferentie uit. Brezjnev probeerde Nixon nog te interesseren voor de optie druk te zetten op Israël om concessies in de Sinaï te doen, in ruil voor Sovjet-concessies met betrekking tot Vietnam. Nixon antwoordde dat een zich terugtrekken van Israël niet noodzakelijkerwijs zou leiden tot een stabiele en duurzame vrede met Egypte. Ook het aanbod van Brezjnev om de diplomatieke betrekkingen met Israël te herstellen, mocht niet meer baten. De supermachten kwamen niet verder. Nixon had na zijn herverkiezing in 1972 wel een hardere lijn tegen Israël gewild, maar zijn politieke toekomst met het Watergate-schandaal lag in handen van het Congres. Het Congres zou geen pressie op Israël accepteren en geen toenadering tot de Sovjet-Unie wensen. De Europese bondgenoten van de VS beschouwden de onvoorwaardelijke steun van de VS aan Israël als een bedreiging van hun economische belangen: zij waren voor het grootste deel (80%) afhankelijk van olie uit het Midden-Oosten. Bij de VS was dit maar voor 5% het geval.

Sadat slaagde er in om de Syrische president Assad voor zijn oorlogsplannen te interesseren. Assad was bereid om beperktere oorlogsdoelen te aanvaarden dan de officieel door hem beleden vernietiging van de staat Israël: de bevrijding van de Golanhoogten en de oplossing in de bezette gebieden van het Palestijnse vluchtelingenprobleem. In ruil daarvoor gaf Egypte haar oorspronkelijk beperkte oorlogsdoel, het veroveren van de oostelijke oever van het Suezkanaal, op; het zou nu oprukken naar de Israëlische grens van voor 1967. Israël was ervan op de hoogte dat er iets broeide, maar het kon zich economisch geen langdurige mobilisatie veroorloven. Op 25 september waarschuwde de Jordaanse koning Hoessein Israël dat er een Syrische aanval zat aan te komen. Op 30 september lichtte Sadat de Sovjet-Unie in. De Sovjet-Unie tipte de Amerikanen niet, maar trok wel al de overgebleven militairen en het burgerpersoneel uit Egypte terug. Dit was voor Israël reden om alarm te slaan, maar het was eigenlijk al te laat. Op Jom Kippoer, de heiligste dag van de Joodse feestkalender, begonnen Egypte en Syrië met hun aanval: 6 oktober 1973 brak de oorlog uit.

Gepubliceerd door dsdiederik

Emeritus predikant met liefde voor geschiedenis. Muzikaal taalkunstenaar. Schrijft over Koude Oorlog.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: