De zesdaagse oorlog van 1967 en de nasleep ervan

Een korte serie bijdragen over Israël en het Midden-Oosten, met Henry Kissinger in een hoofdrol. Daarna gaan we naar zuidelijk Afrika. Was de VS werkelijk het lichtende voorbeeld dat zij volgens haar idealen wilde zijn?

Tussen de VS en Egypte waren de verhoudingen verslechterd. President Nasser van Egypte nodigde in mei 1964 Chroesjtsjov uit voor de opening van de Aswan-stuwdam, nadat de VS de financiering daarvan geweigerd had. Nasser ondersteunde de oproep van het Kremlin om overal bevrijdingsoorlogen te gaan voeren en was het eens met de oprichting van de PLO, de bevrijdingsbeweging van de Palestijnen. In december 1964 werd in Caïro het kantoor van de US Information Service geplunderd. Johnson zette daarop de Amerikaanse graanleveranties stop. Nassers uitnodiging in 1965 aan de Vietcong om in Caïro een ambassade te openen, kon op weinig Amerikaanse waardering rekenen. Egypte schoof meer en meer op in de richting van de Sovjet-Unie en kreeg van die kant wapenleveranties. In 1966 gebeurde hetzelfde in Syrië. De Sovjet-Unie wilde bases vestigen in Syrië en Egypte voor haar steeds groter wordende vloot en luchtmacht. De traditionele koloniale machten Frankrijk en het United Kingdom speelden in het Midden-Oosten geen rol van betekenis meer.

Omgekeerd was tussen de VS en Israël toenadering ontstaan. Vanaf 1958 groeide de VS uit tot de grootste wapenleverancier voor Israël. 1966 was een verkiezingsjaar en Johnson had de steun van het Congres nodig voor de oorlog in Vietnam. De vrienden van Israël op Capitol Hill konden hem bij de verkiezingen goed van pas komen, en een goed bewapend Israël zou voor de VS een strategische aanwinst in het Midden-Oosten zijn. Israël had al luchtafweerraketten gekregen, maar het kreeg nu ook Amerikaanse vliegtuigen en tanks. Door de wapenwedloop in de regio raakte het gebied steeds nauwer betrokken bij de Koude Oorlog, al liep Israël net zo min aan het lijntje van de VS als Egypte aan het lijntje van de Sovjet-Unie.

Door allerlei grensconflicten liep de spanning tussen Israël en haar vijanden steeds verder op. Nasser sloot de Zeestraat van Tiran af voor schepen met Israël als bestemming. Daarmee was de haven van Eilat geblokkeerd en liep Israëls aanvoer van olie gevaar. Israël vatte de blokkade op als casus belli. Drie weken lang probeerde de Amerikaanse regering Israël te overreden om niet aan te vallen en bepleitte zij in Moskou het onder druk zetten van Egypte om de zeestraat weer te openen. De Sovjet-Unie viste graag in troebel water, maar bij het uitlokken van een oorlog had zij geen belang: bij een Israëlische nederlaag zou de VS moeten ingrijpen, bij een Arabische nederlaag zou de Sovjet-Unie haar cliëntstaten te hulp moeten komen.

Op 5 juni 1967 vernietigde Israël met een verrassingsaanval de Egyptische luchtmacht op de grond. Daarna volgden de Syrische en Jordaanse luchtmachten, die Egypte te hulp waren geschoten. In de gevechten op de grond zag Israël kans om Sinaï en de Gazastrook te veroveren op Egypte, de West Bank en de oude stad van Jeruzalem op Jordanië, en de Golanhoogten op Syrië. Bij het uitbreken van de oorlog gebruikten de Sovjets voor het eerst de na de rakettencrisis in Cuba aangelegde hotline tussen Washington en Moskou. De Sovjet-Unie dreigde Syrië te hulp te schieten; Johnson reageerde door de zesde vloot naar het oosten van de Middellandse Zee te sturen.

De oorlog duurde te kort om uit de hand te lopen. De VN wist er een wapenstilstand uit te slepen en op 22 november 1967 aanvaardde de Veiligheidsraad resolutie 242: terugtrekking uit (de) bezette gebieden (in de Engelse tekst ontbreekt het lidwoord, in de Franse tekst staat het er wel), alle betrokken partijen dienden de territoriale integriteit, politieke onafhankelijkheid en soevereiniteit van elk land in de regio te eerbiedigen, de vrijheid van scheepvaart in internationale wateren moest worden gegarandeerd, er diende een rechtvaardige regeling voor het vraagstuk van de vluchtelingen te komen, en bij de grenzen waren gedemilitariseerde zones wenselijk.

Er kwam na 1967 geen nieuw Amerikaans beleid voor het Midden-Oosten. Het bleef bij steun aan Israël en klachten over Arabische onverzoenlijkheid. Israël was bereid om land op te geven in ruil voor vrede (maar niet alle bezette gebieden), mits het land erkenning kreeg in de vorm van rechtstreekse onderhandelingen met zijn buren. Op de Arabische top in Khartoem hadden Egypte, Syrië, Jordanië, Irak, Algerije, Koeweit en Soedan op 1 september 1967 hun “nee” echter al in beton gegoten: geen vrede met Israël, geen onderhandelingen met Israël en geen erkenning van Israël. De Sovjet-Unie had zich buiten spel gezet bij eventuele onderhandelingen, door tijdens de oorlog de diplomatieke betrekkingen met Israël te verbreken. Wel verkeerde zij met haar satellietstaten in een officieuze staat van oorlog met Israël.

De wapenstilstand bleek niet lang houdbaar. Van 1967-1970 werd een officieuze slijtage-oorlog gevoerd met artillerieduels, luchtbombardementen en commando-overvallen. Ondanks een laatste poging van Nasser om bij het Suezkanaal nieuwe raketbatterijen te installeren wist Kissinger in augustus 1970 een nieuwe wapenstilstand te bewerkstelligen.

Nasser stierf op 28 september 1970 en werd op 15 oktober opgevolgd door Anwar Sadat. Het staakt-het-vuren hield nu stand omdat Jordanië met een crisis te maken kreeg: twee Palestijnse moordaanslagen op koning Hoessein (9 juni en 1 september) en drie vliegtuigkapingen die in Jordanië eindigden (1, 6 en 7 september). Er ontstond een burgeroorlog tussen de Palestijnen en de strijdkrachten van de Jordaanse koning Hoessein: de Black September. Nixon waarschuwde de Sovjet-Unie dat haar Syrische bondgenoten zich buiten dit conflict moesten houden. Moskou beloofde dat te zullen doen, maar kort daarna vielen door Palestijnen bemande Syrische tanks met de hulp van Sovjet-adviseurs Jordanië binnen. De VS wist de koning zo ver te krijgen dat deze eventueel Israëlische hulp zou accepteren. Ook stuurde de VS een marine-smaldeel naar de regio en bracht zij 20.000 parachutisten in staat van paraatheid. Het bleek niet nodig: het Jordaanse leger en de luchtmacht schakelden 130 Syrische tanks uit. De rest trok zich terug. De Jordaanse strijdkrachten versloegen de Palestijnse guerrillastrijders en verdreven hen vervolgens uit Jordanië. Zij zochten een veilig heenkomen in Libanon.

Het was duidelijk dat het Nixinger-duo (Nixon en Kissinger) met een moeilijke erfenis werd opgescheept. Zouden zij er in slagen om de situatie te verbeteren?

Gepubliceerd door dsdiederik

Emeritus predikant met liefde voor geschiedenis. Muzikaal taalkunstenaar. Schrijft over Koude Oorlog.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: