Operatie Condor en de moordaanslag op Letelier in Washington

Intussen zaten Chili en de VS wel met Pinochet opgezadeld. De mening van progressieve mensen in Amerika was dat de clandestiene actie de democratie had gesmoord. Maar ook de conservatieven verloren al gauw hun aanvankelijk enthousiasme voor de staatsgreep tegen de marxistische Allende. Kissinger zei op 8 juni 1976 nog tegen Pinochet dat deze zijn publieke kritiek op de mensenrechtensituatie in Chili met een korreltje zout moest nemen; deze kritiek was voornamelijk voor de binnenlandse consumptie in de VS bestemd. Carter probeerde echter het Chileense regime met sancties in het gareel te dwingen. Het werd wel duidelijk dat de VS niet veel (meer) met het regime op had; maar het bleek ook zonneklaar dat de sancties niet hielpen. Reagan verzachtte de sancties en probeerde een dialoog op gang te brengen. Maar dit werd door het regime in Santiago weer opgevat en – nog erger – gepresenteerd als stilzwijgende goedkeuring door de VS. Er was een patstelling ontstaan.

De kwestie bleef gevoelig liggen, ook toen Pinochet al jaren lang van het politieke toneel verdwenen was. In 2003 vond in het tijdschrift Foreign Affairs een botsing plaats. De Britse historicus Maxwell, die toentertijd voor de uitgever van het tijdschrift werkte (de Council on Foreign Relations), had in een recensie geschreven dat er geen twijfel over kon bestaan: de VS had er alles aan gedaan om de voorwaarden te scheppen die moesten leiden tot de mislukking en de val van Allende. De staatsgreep in Chili was precies wat Nixon op het oog had gehad.

Het kwam Maxwell op een woedende reactie te staan van William Rogers, die van 1974-1976 Assistant Secretary of State for Inter-American Affairs was geweest: de Amerikaanse betrokkenheid bij de dood van Schneider en bij de val van Allende was een door links Latijns-Amerika liefdevol gekoesterde mythe. Wat de VS in Chili had gedaan was volgens Rogers slechts een speldenprik, vergeleken met de acties die tegen Cuba, Libië, Iran en Irak gericht waren. Als een regering door een paar miljoen dollar aan steun aan oppositiekranten en door wat economische drukmiddelen ten val kon komen, dan stond die regering al op lemen voeten. Allende was niet democratisch gekozen, hij had maar 36% van de stemmen. Allende zelf bracht zijn regering in onbalans door de economie naar de vernieling te helpen. De dood van Schneider was veroorzaakt door dolle Chileense nationalisten. Rogers trok een rookgordijn op.

Maxwell stelde in een reactie, dat Rogers’ ontkenning van de bewijzen van de Amerikaanse betrokkenheid bij de val van Allende aan het ongelooflijke grensde. Dat Allende niet democratisch verkozen zou zijn, was een versleten bewering: hij had meer stemmen dan bij de door Kissinger en consorten zo bejubelde verkiezing van Soares in Portugal het geval was. Nog in 2012 vond in het Journal of Cold War Studies een soortgelijke botsing over het Amerikaanse ingrijpen in Chili plaats.

Kissinger was inderdaad een machtspoliticus met een grote dosis cynisme. In een gesprek met de Chileense minister Carjaval op 29 september 1975 (de al genoemde Rogers was bij dit gesprek aanwezig) zei Kissinger over de mensenrechten dat zijn State Department vol zat met mislukte dominees. Dat zei hij als minister van buitenlandse zaken in een gesprek met de officiële vertegenwoordiger van een omstreden regering. Het was een bijna koloniale opvatting van buitenlandse politiek. De Amerikaanse belangen en gevoeligheden wogen voor hem veel zwaarder dan de geschonden rechten van de tienduizenden slachtoffers van (indirect) Amerikaans ingrijpen in een soeverein land.

In de zomer van 1976 ontdekte de CIA dat rechtse regeringen in Zuid-Amerika aanslagen planden op hun linkse vijanden in binnen- en buitenland. Ook Chili was op het hoogste niveau bij deze operatie Condor betrokken. Twee Chileense geheime agenten waren met vervalste paspoorten naar de VS gereisd. De CIA tipte het State Department. Na enig wikken en wegen besloot men daar de betrokken regeringen te benaderen en de grote zorg van de VS uit te spreken. De Amerikaanse ambassadeur in Chili was echter bang dat Pinochet aanstoot aan deze missive zou nemen; het was volgens hem beter als het hoofd van de plaatselijke CIA-missie contact zou opnemen met de Chileense geheime politie. Er kwam op zijn bericht geen antwoord van het State Department tot twee weken nadat de voormalige Chileense ambassadeur in de VS, Orlando Letelier, op 21 september met een Amerikaanse collega bij een bomaanslag in Washington om het leven kwam.

Op 16 september had Kissinger zijn instructie om de betrokken regeringen te benaderen herroepen; het dreigingsniveau was immers volgens hem gedaald. Over deze nalatigheid wilde Foreign Affairs op aandrang van Kissinger in 2004 niet publiceren. Dat is toen via andere kanalen gebeurd. Operatie Condor heeft meer dan honderd verdwijningen en moorden teweeg gebracht. Het duurde tot 2017 tot de daders gerechtelijk veroordeeld werden. Het National Security Archive heeft zich zeer voor deze veroordeling ingespannen en ontdekte dat Pinochet persoonlijk opdracht tot de moordaanslag gegeven had. In 1979 is er vanuit het State Department nog geprobeerd de regering-Carter over te halen om Pinochet uit het centrum van de macht te verdrijven. Het was tevergeefs. Hoogwaardigheidsbekleders met lange titels en een wens tot een kort geheugen hielden hun straatje schoon.

Gepubliceerd door dsdiederik

Emeritus predikant met liefde voor geschiedenis. Muzikaal taalkunstenaar. Schrijft over Koude Oorlog.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: