Nixinger (Nixon en Kissinger)

Het verhaal gaat dat hoge officieren van het Pentagon aan de nieuwe president wilden rapporteren wanneer de oorlog in Vietnam gewonnen kon worden. Alle bekende gegevens over bruto nationaal product, inkomsten, uitgaven voor bewapening, mankracht en dergelijke werden volgens de regels van de toenmalige kunst met ponskaarten in de computer ingevoerd. Vol verwachting drukten de officieren op de knop. Na enig zoem- en rekenwerk gaf de computer de uitslag: “u hebt de oorlog in 1964 gewonnen”. Het verhaal is natuurlijk te mooi om waar te zijn, maar het maakt wel duidelijk hoe irrationeel de oorlog inmiddels geworden was. Technisch gesproken had hij allang gewonnen moeten zijn. Of gold hier dat andere verhaal, dat van de Tovenaarsleerling: het is eenvoudiger om krachten op te roepen dan om deze te bezweren?

Voor Nixon en zijn vicepresident Agnew bleef de vooronderstelling van de oorlog ongewijzigd: de geloofwaardigheid van de VS stond op het spel. Maar de protesten tegen de oorlog en tegen het verlies aan mensenlevens lieten zich niet het zwijgen opleggen, hoezeer het Witte Huis zich ook op de zwijgende meerderheid beriep en de publieke opinie met verbaal geweld onder handen nam. Ondanks de eerdere oproep tot terughoudendheid zetten Nixon en zijn regering zelf nu de sluizen van de retoriek wagenwijd open.

Hanoi was bepaald nog niet van plan om de handdoek in de ring te gooien. De Vietcong en Noord-Vietnam rekenden er op dat de publieke opinie in de VS zou omslaan en dat de VS de pijngrens eerder zou bereiken dan zij zelf. Zij verwachtten dat zij met de hulp van China en de Sovjet-Unie de zware verliezen van de TET-aanvallen zouden kunnen aanvullen om vanuit een positie van kracht te kunnen onderhandelen. In 1969 trokken 80.000 Noord-Vietnamese militairen naar het Zuiden. Het overlijden van Ho Chi Minh op 2 september 1969 maakte het voor China nodig om één lijn met Hanoi te trekken. De Sovjet-Unie kon daarbij natuurlijk niet achterblijven.

Nixon zou de meest controversiële president van de 20e eeuw worden. Dat geldt niet alleen voor zijn binnenlandse beleid, maar ook voor zijn buitenlandse politiek. Hij gaf deze politiek gestalte samen met Henry (Heinz) Kissinger, hoogleraar aan Harvard en door Nixon benoemd tot adviseur voor nationale veiligheid. (Anders dan bij een minister heeft de benoeming van een adviseur geen parlementaire goedkeuring nodig. Kissinger was adviseur voor nationale veiligheid tot 3 november 1975; van 2 september 1973 tot 20 januari 1977 was hij ook minister van buitenlandse zaken). Sommigen spreken zelfs over een “Nixinger”-tijdperk in de internationale verhoudingen. Nixon en Kissinger hadden veel gemeenschappelijk. Zij waren niet alleen verknipte persoonlijkheden met een afkeer van bureaucratie en van het gebruik van de normale communicatiekanalen in de regering. Zij hadden beiden ook dezelfde stijl van werken, tegenzin tegen externe inmenging in hun beleid, een voorkeur voor geheime, unilaterale beslissingen en een groot vertrouwen in hun eigen vermogen om zonder ervaring een complexe organisatie te leiden. Het Witte Huis bleef het centrum waar de buitenlandse politiek werd bepaald; minister van buitenlandse zaken Rogers werd op een afstand gehouden tot hij in september 1973 ontslag nam.

Op 25 juli 1969 formuleerde Nixon tijdens een persbriefing op het eiland Guam drie uitgangspunten, die bekend zijn geworden als de Nixon-doctrine. Deze doctrine moest niet alleen helpen om een einde te maken aan de oorlog in Vietnam, maar ook toekomstige Vietnams voorkomen. In de eerste plaats zou de VS al haar bondgenootschappelijke verplichtingen nakomen. Dat zou zij in de tweede plaats ook doen wanneer een kernmogendheid een bondgenoot of een land dat de VS van wezenlijk belang achtte voor zijn nationale veiligheid zou aanvallen. In de derde plaats zou de menskracht voor de verdediging voornamelijk van de bondgenoot zèlf moeten komen, met materiële en economische steun van de VS. Nixon en Kissinger werkten ook wel eens langs elkaar heen; deze uitspraken van Nixon kwamen voor Kissinger als een volkomen verrassing. Het was heel andere taal dan die van Kennedy, die bij zijn inauguratie had gezegd dat de VS bereid was om elke prijs voor de vrijheid te betalen. De Vietnamoorlog had duidelijk gemaakt tot welke excessen dit idealisme kon leiden. Het was inderdaad tijd voor een meer realistische benadering.

Met deze doctrine probeerde Nixon een einde te maken aan de door de bondgenootschappelijke verplichtingen ongeremde groei van het defensiebudget. De Amerikanisering van de oorlog in Vietnam moest vervangen worden door een Vietnamisering. Het Zuid-Vietnamese leger (ARVN) kreeg modern wapentuig en andere uitrusting en het aantal Amerikaanse militairen in Vietnam werd drastisch verminderd. Daarmee veranderde eindelijk het paradigma van de oorlog: niet meer een conflict tussen de Volksrepubliek China en de VS dat via hun beider handlangers uitgevochten werd, maar een kleine oorlog in een uithoek van de wereld die beëindigd kon worden zonder dat de vitale belangen van de VS werden aangetast. De voorwaarde voor het slagen van dit paradigma was natuurlijk wel dat Saigon bereid moest zijn zichzelf te laten Vietnamiseren: zou een kunstmatig in leven gehouden cliëntenstaat wel tot zelfstandig overleven in staat zijn, of zou de Zuid-Vietnamese staart met de Amerikaanse hond blijven kwispelen?

Een ander nieuw element in het Amerikaanse buitenlandse beleid werd de hefboomwerking (linkage). Wilde bijvoorbeeld de Sovjet-Unie concessies krijgen op het gebied van handel met de VS, dan diende zij op een voor de VS belangrijk punt een concessie te doen, namelijk het beïnvloeden van Hanoi in de door Nixon en Kissinger gewenste richting. Wilde de Volksrepubliek China de steun van de VS tegen de dreigende dominantie van de Sovjet-Unie, dan diende zij haar invloed op Hanoi uit te oefenen zodat Noord-Vietnam inschikkelijker werd. De strategie van Noord-Vietnam was tot dat moment geweest om de Sovjet-Unie en China tegen elkaar uit te spelen om maximale steun los te krijgen. Door de Amerikaanse hefboomwerking werd deze strategie de wind uit de zeilen genomen. Wilde deze opzet slagen dan moest er wél bereidheid bij Hanoi zijn om zich iets aan Moskou of Beijing gelegen te laten liggen; deze verhouding lag minstens even problematisch als de bereidheid van Saigon om naar Washington te luisteren. Het nadeel van de hefboomstrategie voor andere landen was: er waren maar enkele grootmachten met voldoende spierballen om hefbomen te gebruiken. Voor de andere landen was er geen andere keuze dan zich in of uit de door de grootmachten gewenste voegen te laten lichten. Het was machtspolitiek van het (on)zuiverste water.

Behalve het nieuwe realisme van de Nixon-doctrine en het mechaniek van de hefbomen was er nog een derde element in de buitenlandse politiek van Nixon en Kissinger: de madman-strategy. Kissinger zei eens dat een gek in de kamer met een handgranaat een uiterst positieve onderhandelingspositie heeft. Het moest aan vriend en vijand duidelijk zijn dat de VS nergens voor terugdeinsde, ook buiten de grenzen van de rationaliteit. Escalatie tot het hoogste geweldsniveau was niet uitgesloten. In een nieuw staaltje van het oude brinkmanship gaf Nixon op 9 oktober 1969 de opdracht om de staat van paraatheid van de nucleaire strijdkrachten van de VS te verhogen. Het was een gevaarlijke zet, want in diezelfde maand braken vijandelijkheden uit tussen de Sovjet-Unie en de Volksrepubliek China. De Chinese leiders werden uit Beijing geëvacueerd en de kleine Chinese kernmacht werd in staat van paraatheid gebracht, uit angst voor een eerste nucleaire klap van de Sovjets. Het ging Nixon en Kissinger echter om spierballenvertoon met het oog op Vietnam. Een en ander moest strikt geheim blijven; daarom werden de nucleaire bommenwerpers niet over de vliegvelden voor de burgerluchtvaart verspreid. Het Witte Huis nam een enorm risico door met het nucleaire pokerspel geen rekening te houden met de mogelijke interpretatie door China en de Sovjet-Unie dat de VS nucleair zou ingrijpen in hun grensoorlog.

Natuurlijk was het onzalige duo ook op andere terreinen actief: Latijns-Amerika, het Midden-Oosten, Europa. Ter wille van de continuïteit maak ik eerst het verhaal over de oorlog in Vietnam af. Tot het bittere einde…

Gepubliceerd door dsdiederik

Emeritus predikant met liefde voor geschiedenis. Muzikaal taalkunstenaar. Schrijft over Koude Oorlog.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: