De Berlijn-crisis (2) (1958-1961)

Het ultimatum van Chroesjtsjov over Berlijn veroorzaakte niet alleen een confrontatie tussen oost en west, maar ook binnenskamers een crisis binnen de NATO. De NATO-bondgenoten stonden gezamenlijk garant voor de veiligheid van de Bondsrepubliek en van West-Berlijn. Het werd daarom niet geaccepteerd dat de Bondsrepubliek zelf al een antwoord naar Moskou gestuurd had – en zich verdedigde met het argument dat dit al afgestemd was met de VS, het UK, en Frankrijk. De andere NATO-landen namen de afwijzing van het ultimatum door de vier voorlopers niet zonder meer over en verklaarden zich tot onderhandelen bereid. Het UK sloot zich daarbij aan: in oktober 1959 stonden daar verkiezingen op het programma.

In april 1959 begonnen de VS, het UK, en Frankrijk alvast plannen te maken voor de verdediging van West-Berlijn. Dit Live Oak programma werd alleen maar in heel algemene termen met de andere bondgenoten gedeeld; ook Duitsland was slecht op de hoogte en kreeg alleen een rol bij een eventuele maritieme blokkade toebedeeld. Het was de bedoeling om in geval van een nieuwe blokkade de toegang tot Berlijn eerst met een ongewapend konvooi te forceren. Zou de andere partij het vuur openen dan was zij er voor verantwoordelijk dat het conflict tot en met de inzet van kernwapens kon escaleren.

Chroesjtsjov matigde in januari 1959 zijn toon. Er brak een ontspanningsfase in het conflict aan. De Sovjet-vicepremier Mikojan bezocht de VS en legde uit dat Chroesjtsjov helemaal niet de bedoeling had gehad om een ultimatum te stellen of om met militair ingrijpen te dreigen. Chroesjtsjov stemde in met een nieuwe topconferentie van ministers van buitenlandse zaken van de Grote Vier uit de Tweede Wereldoorlog. De Britse premier Macmillan bezocht eind februari/begin maart de Sovjet-Unie en bracht niet alleen het ultimatum, maar ook een wederzijdse troepenreductie en een verbod op kernproeven ter sprake. Vicepresident Nixon bezocht de Sovjet-Unie, en Chroesjtsjov bracht op uitnodiging van Eisenhower in september een bezoek aan de VS. Het bezoek was een succes, al moest tot grote teleurstelling van Chroesjtsjov een gepland uitstapje naar Disneyland vanwege veiligheidsredenen worden afgelast. In Camp David vond topoverleg plaats. Het was volgens Eisenhower niet verstandig om een ultimatum op tafel te leggen; beide partijen wisten dat de implementatie daarvan volledig uit de hand zou kunnen lopen.

De ministers van buitenlandse zaken van de grote vier belegden gedurende de zomer van 1959 een conferentie in Genève (de conferentie moest onderbroken worden voor de begrafenisplechtigheden van minister Dulles, die op 24 mei 1959 aan kanker was overleden). Ook vertegenwoordigers van de Bondsrepubliek en van de DDR werden tot de conferentie toegelaten. Men probeerde tot ontspanning te komen. De termijn van het ultimatum van Chroesjtsjov verstreek stilzwijgend. De afspraak werd gemaakt om in 1960 een topconferentie in Parijs te houden. Een eerdere datum werd door De Gaulle geblokkeerd, omdat Frankrijk eerst haar eerste kernproef wilde houden en een atoommacht wilde worden voordat er over ontwapening gesproken werd. Ook Adenauer waakte tegen elke concessie die de positie van de Bondsrepubliek zou kunnen aantasten.

De verdeeldheid binnen de NATO tussen de hardliners die ontwapening wilden blijven koppelen aan het oplossen van de Duitse kwestie en de landen die pleitten voor een selectieve détente door het doen van kleine stappen en nemen van vertrouwenwekkende maatregelen bleef bestaan, maar kwam minder op de voorgrond vanwege de vele bilaterale topontmoetingen van dat jaar. De conferentie van 1960 mislukte voordat zij goed en wel begonnen was door het neerschieten van de Amerikaanse U-2 in het Russische luchtruim op 1 mei 1960. Chroesjtsjov had toch al niet zoveel vertrouwen in de bereidheid van het westen tot concessies. Eisenhower nam wel de volledige verantwoordelijkheid voor het U-2 incident op zich, maar bood de door Chroesjtsjov geëiste excuses niet aan. Tijdens Eisenhower waren serieuze gesprekken tussen de VS en de Sovjet-Unie niet meer mogelijk: het wachten was op een nieuwe Amerikaanse president.

Voor Chroesjtsjov had de ontspanningsfase een hoge prijs. Een later bezoek van Chroesjtsjov aan China mislukte: de Chinezen waren boos omdat Chroesjtsjov eerst een bezoek aan de VS had gebracht. Zij beschouwden het spreken over “vreedzame co-existentie” als uitverkoop van de communistische ideologie. Het Amerikaanse imperialisme moest volgens China de aartsvijand blijven, en revisionisme was een gevaarlijke bezigheid. De Sovjet-Unie trok haar adviseurs en experts uit China terug. Op het partijencongres in Boekarest in juni 1960 steunden Noord-Vietnam, Noord-Korea en Albanië de Chinese lijn. De andere landen van het Oostblok verlaagden als sanctie hun economische steun aan Albanië, maar dreven daarmee het land alleen maar verder in de Chinese omarming. Mao had er goedkoop een bondgenoot bij gekregen; en Albanië had voortaan een machtige beschermheer, die vanwege de geografische afstand het land niet kon domineren. Een conferentie in Moskou in november 1960 slaagde er niet in om de breuk te lijmen. Zij eindigde met de verklaring van Moskou dat alle communistische partijen soeverein, onafhankelijk, en gelijkberechtigd waren. Op de Albanese partijconferentie van februari 1961 riep de partij zich uit tot voorhoede van het communisme. De conferentie was zo geregisseerd dat de afgevaardigden uit andere landen van het Oostblok geen onderling overleg konden voeren. China ging aan Albanië economische hulp verlenen en Albanië begon aan een proces van re-Stalinisatie.

Terug naar de kwestie rondom Berlijn. Eisenhower maakte in 1960 plaats voor Kennedy, die in het publiek de harde lijn volgde maar tussen de regels door aan de Sovjets liet doorschemeren dat hun rechten ten aanzien van de DDR en van de vroegere Duitse grondgebieden gegarandeerd konden worden. Chroesjtsjov hield een eigenmachtig optreden van Ulbricht in de Berlijnse kwestie tegen: er was een topontmoeting afgesproken en het ging niet aan om eenzijdig de spelregels te veranderen. De topconferentie tussen Kennedy en Chroesjtsjov in juni 1961 mislukte omdat Chroesjtsjov zich hard en onbuigzaam opstelde en zijn eerder uitgesproken ultimatum met een termijn van een half jaar weer op tafel legde. Enerzijds was hij teleurgesteld over de gebeurtenissen in Congo; anderzijds straalde hij zelfvertrouwen uit, omdat de Sovjet-Unie op 12 april Joeri Gagarin als eerste mens de ruimte in had gebracht. Chroesjtsjov dacht dat hij het westen kon dwingen via een vredesverdrag de DDR te erkennen en van Berlijn een neutrale vrije stad te maken. Hij schatte de kans dat er een oorlog zou ontstaan op minder dan 5%. Kennedy weigerde op de voorstellen van Chroesjtsjov in te gaan. Er was dus een patstelling.

In een toespraak voor radio en tv op 25 juli 1961 stelde Kennedy zich vierkant achter de Amerikaanse rechten in West-Berlijn op en kondigde hij een versterking van de defensie van de VS aan. Door de spanning rond Berlijn groeide het besef in de DDR dat de laatste kans om het land te verlaten op korte termijn verkeken kon zijn. De uittocht werd massaal. In juli 1961 vluchtten 30.000 mensen naar het Westen, in de eerste week van augustus waren het er bijna 22.000. Bijna de helft van hen was jonger dan 25 jaar. Het eindeloze uitstel van de regeling van de status van Berlijn was voor Chroesjtsjov niet aanvaardbaar en voor de DDR niet langer vol te houden. Na afstemming met de andere landen van het Oostblok (Albanië verklaarde zich tegen) en na strikt geheime voorbereidingsmaatregelen begon de DDR op zondag 13 augustus 1961 met de bouw van de Berlijnse Muur. Er was geen vrij verkeer meer mogelijk tussen Oost- en West-Berlijn. Om de hele stad heen kwam een ring van versperringen te liggen: inwoners van de DDR konden alleen naar Oost-Berlijn reizen met een speciale vergunning. De Muur werd gepresenteerd als antifascistische verdedigingsmaatregel tegen ondermijnende activiteiten van het westen. De werkelijke bedoeling was iedereen duidelijk: het onmogelijk maken van Republikflucht.

De Muur is niet door de Sovjet-Unie opgedrongen maar was een Duitse uitvinding: Ulbricht had er jarenlang om gevraagd. Het westen stond wat tegenmaatregelen betreft machteloos. Er werden ook geen westerse belangen geschaad: de toegang tot West-Berlijn was niet geblokkeerd. Ulbricht en Chroesjtsjov feliciteerden elkaar. De tweedeling van Duitsland en van Berlijn was in beton gegoten. Kennedy was er privé van overtuigd dat het acute probleem van de DDR nu was opgelost en dat de Sovjet-Unie er verder niet op uit was om het machtsevenwicht in Europa te verstoren: een Muur was beter dan een oorlog.

De kwestie van een vredesverdrag werd op de lange baan geschoven. De bouw van de Muur en de weigering van het Westen om militaire tegenmaatregelen te nemen, schokte het revisionisme in de Bondsrepubliek tot op zijn fundamenten. Het paradigma moest worden omgekeerd in de richting van een nieuwe Ostpolitik. Duitse hereniging was nu geen voorwaarde meer voor détente; ontspanning zou juist een onmisbare voorwaarde voor een (ver in de toekomst liggende) Wiedervereinigung van Duitsland zijn. Zowel de VS als de Sovjet-Unie kreeg genoeg van de eindeloze eisen van hun Duitse bondgenoten. Het werd tijd voor een realistischer benadering. Voor de grootmachten had de bouw van de Muur een stabiliserend effect. Veel beweging op Europees gebied zat er voor hen de eerste jaren niet meer in. Des te meer beweging werd er elders in de wereld gezocht.

Gepubliceerd door dsdiederik

Emeritus predikant met liefde voor geschiedenis. Muzikaal taalkunstenaar. Schrijft over Koude Oorlog.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: