Opstand in het Oostblok (1) (1953)

Na de ontberingen van de Tweede Wereldoorlog en de uiteindelijke overwinning had de bevolking van de Sovjet-Unie min of meer een liberalisering verwacht. In plaats daarvan had Stalin de teugels strak aangehaald. Het ideaal van het Russische moederland dat beschermd moest worden, maakte weer plaats voor het communistische droombeeld zoals hij dat voor zich zag. Hij trad hoe langer hoe meer als alleenheerser op. Hij had in het begin van de jaren vijftig een later nooit geëvenaarde controle over het Oostblok. Het opleggen van het Stalinistische systeem, de collectivisering van de landbouw en de in hoog tempo doorgevoerde industrialisatie hadden overal in het Oostblok grote schade aangericht. Stalin deed daar niets mee. Zijn opvolgers moesten het probleem echter wel onder ogen zien en op zoek gaan naar een oplossing.

Er werden nauwelijks meer vergaderingen van het Politbureau gehouden. In plaats daarvan organiseerde Stalin late diners voor zijn vertrouwelingen. Daar deelde hij mee wat er moest gebeuren. Een laat diner begon meestal met het vertonen van een Amerikaanse cowboyfilm. Na middernacht werd het eten geserveerd. Het eet- en drinkgelag duurde tot de dageraad. Niemand durfde weg te blijven. Wij zullen wel nooit precies te weten komen wat zich rond 1 maart 1953 in het buitenhuis van Stalin heeft afgespeeld. Het gangbare verhaal is dat Stalin na ’s morgens vroeg naar bed te zijn gegaan getroffen werd door een beroerte. Pas om elf uur ’s avonds durfde men zijn slaapkamer binnen te gaan. De artsen werden er nog later bijgehaald. Zij konden niets meer voor Stalin doen en op 5 maart overleed de dictator. Er stond in de coulissen geen opvolger, geen “nieuwe Stalin”, klaar.

In de Sovjet-Unie werd massaal gerouwd om de dood van “vader” Stalin. Hoe zou het nu verder moeten en wie zou de teugels in handen nemen? Een nieuw collectief leiderschap was gewenst. Het bestond uit Malenkov, Molotov en Beria. Het Presidium dat Stalin had uitgebreid om te kunnen verdelen en heersen, werd teruggebracht tot tien personen. Een van hen was Nikita Chroesjtsjov. Beria en Chroesjtsjov kregen de opdracht om de papieren nalatenschap van Stalin te ordenen en af te werken. Chroesjtsjov kon op deze manier belastende informatie over zijn mededingers in handen krijgen en voorkomen dat zij deze documenten tegen hem zelf gebruikten. De insiders begrepen immers wel dat het collectieve leiderschap een tijdelijke maatregel was. De voornaamste onderwerpen waar men zich mee bezighield, waren binnenlands: hoe moest de gewenste liberalisering gaan en hoe zou de rehabilitatie van de vrijgelaten gevangenen moeten verlopen? Veel gevangenen – 54% van de Goelag-bevolking – kwamen op vrije voeten. De politieke gevangenen bleven echter achter slot en grendel; dit leidde in veel kampen tot stakingen en andere acties. De interne heroriëntatie in Moskou gaf intussen de “kleine Stalins” in de landen van het Oostblok de ruimte om zich verder in te graven en de onvermijdelijke hervormingen uit te stellen.

Voorzichtige gedachten aan een vreedzame co-existentie met het Westen werden geopperd en meteen ook weer weersproken. Was een oorlog met het kapitalisme wel onvermijdelijk, of zou het communisme vanwege zijn intrinsieke kracht de doorslag geven en de overwinning behalen? De Sovjet-Unie beschikte nu ook over de waterstofbom. Was vreedzaam samenleven met behoud van de ideologische verschillen een optie? In april 1953 – de Britten en de Amerikanen waren druk bezig met de plannen voor de staatsgreep in Iran – daagde Eisenhower de Sovjets uit om te bewijzen dat zij inderdaad met het erfgoed van Stalin gebroken hadden. Als bewijs van goede bedoelingen zou de Sovjet-Unie zo ongeveer op alle conflictpunten moeten toegeven en inbinden. Churchill schreef in de New York Times (12 mei 1953) dat dit geen realistische benadering was. Het was beter de conflictpunten een voor een aan de orde te stellen en daarbij aandacht te hebben voor de legitieme veiligheidsbelangen van de Sovjets. Het Europese realisme en de nuancering van Churchill werden in de VS koeltjes ontvangen. De Republikeinen wilden zichzelf bewijzen. De droom van de bevrijding van de geknechte volken van Oost-Europa en van het terugdringen van de Sovjet-Unie was nog niet vervlogen. Eisenhower had echter voor zijn beurt gesproken: de zorgen in Moskou waren eerst intern.

De economieën van de landen van het Oostblok leden onder de nadruk op zware industrie, de gedwongen export naar de Sovjet-Unie en de collectivisering van de landbouw. Moskou was daarvan op de hoogte. Hier en daar ontstond arbeidsonrust, waarbij economische grieven al snel politiek en anticommunistisch werden vertaald. Meer dan enig ander land had Bulgarije geleden onder de Stalinistische systeemdwang. 80% van de economie had om de kleinschalige landbouw gedraaid. De landbouwcollectivisering hakte er hier diep in en partijleider Tsjervenkov duldde geen enkele oppositie. Tegenspraak paste niet in zijn persoonsverering. De levensstandaard werd kunstmatig laag gehouden. Wie vluchten wilde, moest onder ogen zien dat familie als strafmaatregel achter slot en grendel zou worden gezet. Medio 1953 zouden de productienormen worden verhoogd. Op 3 mei braken in tabaksfabrieken onlusten uit. De onrust kon snel bedwongen worden en de pers mocht er geen enkele melding van maken. Maar in Moskou maakte men zich geen illusies meer. Als in het meest loyale Oostblokland het al onrustig begon te worden onder de arbeiders, die juist de ruggengraat van het systeem moesten vormen, dan was dat een teken aan de wand. Er moesten hervormingen komen.

Dat gold ook voor Tsjechoslowakije. Eind 1952 waren de prijzen daar met 15-30% verhoogd, terwijl de lonen slechts met ruim 4% gestegen waren. Er gingen hardnekkige geruchten over plannen van de regering om een nieuwe valuta in te voeren, waarbij men minder nieuw geld terug kreeg dan de waarde die het oude geld vertegenwoordigde. Wat de mensen nog aan spaargeld hadden, zouden ze op deze manier kwijt raken: een door de staat goedgekeurde roof. De regering ontkende wel dat deze plannen bestonden maar achter de schermen was alles al geregeld. Op 1 juni 1953, de dag dat de nieuwe valuta ingevoerd werd (de maatregel was één dag eerder aangekondigd) – liep in Pilsen de complete Skoda-fabriek leeg. De stakers, aangevuld met stakers uit andere fabrieken, trokken naar het centrum van de stad en namen het bestuur van de gemeente over. Sovjet-vlaggen werden verbrand en borstbeelden van Lenin en van Stalin werden uit het raam gegooid (een symbolische verwijzing naar de dood van Masaryk in 1948). Men vroeg om terugkeer van de VS-strijdkrachten, die in 1945 Pilsen hadden bevrijd van de Nazi’s, en om afschaffing van het communisme. Plaatselijke communisten en militieleden schaarden zich achter de actie. Er moesten ordetroepen van buiten worden ingezet om de onlusten te bedwingen. De prijsverhogingen werden iets verzacht, maar aan het absolute communistische gezag werd met ijzeren vuist vastgehouden.

Er vielen in Tsjechoslowakije, anders dan twee weken later in de DDR, geen doden…

Gepubliceerd door dsdiederik

Emeritus predikant met liefde voor geschiedenis. Muzikaal taalkunstenaar. Schrijft over Koude Oorlog.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: