Vietnam: de eerste ronde (2) (1954)

Van de ene crisis naar de andere

De Franse crisis in Vietnam werd acuut in het afgelegen Dien Bien Phu in het uiterste noordwesten van Vietnam, dicht bij de grenzen met Laos en China. Bevelhebber Navarre wilde zijn tegenstander Giap verleiden tot een traditionele veldslag. Als Navarre door middel van luchtlandingen een vooruitgeschoven basis kon vestigen vlak bij Giaps aanvoerlijnen uit China en naar Laos zou deze daarop moeten reageren. Dien Bien Phu lag ook in een regio voor opiumteelt. Deze teelt was voor de Viet Minh van groot belang voor het financieren van de oorlog. Ook de Franse geheime dienst was niet afkerig van wat extra inkomsten. Met het “egelstelling-concept” van zwaar verdedigde vooruitgeschoven bases hadden de Fransen eind 1952 in de slag bij Na San al goede ervaringen opgedaan. Het ene slagveld is echter het andere niet, en militair succes is niet zomaar te herhalen. Bij Na San beheersten de Fransen de heuvels. Dien Bien Phu lag in een dal, en de heuvels werden beheerst door de Viet Minh. Al zijn onderbevelhebbers adviseerden Navarre om niet deze plek als vooruitgeschoven basis te kiezen. Hij zette echter door en op 20 november 1953 begonnen de luchtlandingen in Dien Bien Phu. Een oude nog door de Japanners in de oorlog aangelegde landingsbaan werd snel gerepareerd en uitgebreid tot een vliegveld. In totaal zetten de Fransen bij deze operatie Castor 16.000 militairen in.

Minister Dulles en president Eisenhower gingen verder dan Truman. Zij verbonden strikte voorwaarden aan het voortzetten van de Amerikaanse steun. Frankrijk diende de militaire aanpak van de oorlog te verbeteren, en zich duidelijk uit te spreken over de toekomstige onafhankelijkheid van Indochina. Ook zouden de Fransen er verstandig aan doen om de oorlog te “Vietnamiseren”, d.w.z. meer inheemse strijdkrachten te trainen en in te zetten. Frankrijk zou met deze voorwaarden in dienen te stemmen. Waarom zou de VS behandeld moeten worden als junior partner terwijl zij de oorlog voor het overgrote deel financierde? De Franse regering voelde echter niets voor inspraak van de VS. Hoe de oorlog gevoerd werd, was een interne Franse aangelegenheid. In Frankrijk begon intussen de politieke steun voor de oorlog af te brokkelen. Veel Fransen wilden de oorlog liever beëindigen door vredesonderhandelingen op een conferentie van de grootmachten, die voor eind april 1954 in Genève geagendeerd stond om nadere regelingen rond de Koreaanse wapenstilstand vast te stellen. Washington voerde een veel harder beleid: de oorlog moest tot aan de overwinning worden uitgevochten – ondanks het feit dat de VS in de oorlog in Korea zelf voor een wapenstilstand koos.

De Fransen kregen hun beslissende veldslag, maar geheel anders dan zij hadden bedoeld. In Dien Bien Phu werd de geplande uitvalsbasis een belegerde vesting. Generaal Giap had met behulp van menskracht zware artillerie naar de omliggende heuvels overgebracht en de kanonnen vakkundig ingegraven en gecamoufleerd. Op 13 maart 1954 begon zijn artillerie een zwaar bombardement waartegenover de Fransen machteloos stonden. De kanonnen waren ingegraven in de achterkant van de heuvels en schoten door een kleine opening in de voorkant. De Fransen konden tegen deze opstelling niets beginnen. De Franse artilleriecommandant maakte uit schaamte met een handgranaat een einde aan zijn leven. Dit werd geheim gehouden om het Franse moreel niet onder druk te zetten. Tot overmaat van ramp had Giap ook van de Chinezen gekregen luchtdoelgeschut aangevoerd. De Fransen codeerden het radioverkeer met de naderende vliegtuigen niet, zodat de Viet Minh precies wist wanneer zij op de toestellen kon gaan vuren. Bovendien lag het vliegveld binnen het bereik de artillerie in de heuvels. Bevoorrading van de belegerde basis werd nagenoeg onmogelijk. De Fransen stonden tegenover een meer dan drievoudige overmacht. De belegerde vesting begon een valstrik te worden.

Op 20 maart reisde de Franse chef-staf Ely naar Washington. Hij vroeg aan Dulles en admiraal Radford, de voorzitter van de JCS (Joint Chiefs of Staff), om hulp: 25 extra bommenwerpers inclusief bemanning. De Amerikanen voorzagen echter problemen. Wat zou er gebeuren als de Chinese luchtmacht zich in de strijd zou mengen? De oorlog zou in dat geval tot een wereldoorlog kunnen escaleren. Ely kreeg zijn bommenwerpers, maar zonder bemanning. Daar moesten de Fransen zelf maar voor zorgen. De aanwezigheid van Amerikaanse onderhoudstechnici in Vietnam was al een behoorlijke bijdrage aan de strijd. In een afzonderlijke zitting bespraken Radford en Ely de mogelijkheid van operatie Vulture: Amerikaanse bombardementen op grote schaal (met 300 vliegtuigen) op de omliggende heuvels om Dien Bien Phu te ontzetten. Ging de admiraal verder dan waartoe hij gemachtigd was? Of heeft Ely, die het Engels onvoldoende beheerste (er was geen tolk bij het gesprek aanwezig) Radford verkeerd begrepen – en zo ja, deed hij dat uit politieke overwegingen? Het is niet meer na te gaan. Na Ely’s vertrek kreeg de admiraal bij zijn JCS-collega’s geen steun voor het plan. Volgens hen was het risico groter dan het te verwachten resultaat. De Amerikaanse regering heeft zich op het hoogste niveau niet aan Vulture gecommitteerd. Maar het is mogelijk dat aan Franse zijde verwachtingen zijn ontstaan of zelfs gewekt. De havik Radford was moeilijk tam te krijgen.

In de oorlog in Korea hadden de Amerikanen hun politieke en militaire les geleerd: alleen ingrijpen samen met bondgenoten, en geen actie op grote schaal zonder instemming van het Congres. Dulles werkte daarom aan een plan United Action: een internationale coalitie waaraan behalve Groot-Brittannië ook Australië, Nieuw-Zeeland, Thailand en de Filippijnen mee zouden moeten doen. Alleen al het plan tot een dergelijke coalitie zou afschrikkend op de Chinezen moeten werken. Een coalitie zou de Fransen ook tot grotere inschikkelijkheid voor politieke en militaire inspraak kunnen verleiden. Er was wel haast bij. Volgens de berichten zou Dien Bien Phu het hooguit nog enkele weken kunnen uithouden. Voor een interventie van de VS was toestemming van het Congres gewenst. In de Senaat was er nog maar kort geleden een fel debat gevoerd over een eventuele beperking van de bevoegdheden van de president op het gebied van de buitenlandse politiek. De oude garde van de republikeinen, Eisenhowers eigen partij, wenste elke “uitverkoop” zoals Jalta te voorkomen: het Congres en zelfs de afzonderlijke staten zouden elke buitenlandse overeenkomst moeten goedkeuren. Het inmiddels aangepaste amendement behaalde niet de vereiste 2/3 meerderheid in de Senaat, maar het was tekenend voor het binnenlandse politieke klimaat. De rechtervleugel van de Republikeinen was onbetrouwbaar, en de steun van de Democraten voor het buitenlandse beleid kon gaan eroderen.

Tegen deze achtergrond kon en wilde Eisenhower ten aanzien van Vietnam niet om het Congres heen. Op 3 april hadden Dulles en Radford een ontmoeting met de leiders van het Congres. Radford moest bij navraag toegeven dat de JCS ernstig verdeeld waren over een eventuele interventie in Vietnam. Twining, de chef-staf van de luchtmacht, was geneigd om voor het ontzet van Dien Bien Phu tactische kernwapens in te zetten. Ridgway, de chefstaf van het leger, was tegen iedere interventie. Zonder grondstrijdkrachten kon de oorlog in Vietnam niet gewonnen worden; het leger had het leeuwendeel van de door Eisenhower gewenste bezuinigingen voor zijn rekening moeten nemen. De leiders van het Congres wilden geen herhaling van de stand van zaken in de oorlog in Korea, waar de VS 90% van de strijdkrachten leverde. Daarom stelden zij de voorwaarden dat Frankrijk de oorlog moest internationaliseren, dat wil zeggen: medezeggenschap van andere landen aanvaarden, en zich onomwonden moest committeren aan dekolonisatie. Groot-Brittannië zou aan een coalitie voor interventie moeten meedoen. Alleen op deze voorwaarden waren de leiders van het Congres bereid zich sterk te maken voor een Amerikaanse tussenkomst in Vietnam. Elke poging tot unilaterale interventie, die Dulles en Eisenhower tot op dat moment misschien nog bereid waren te overwegen, was na het overleg met de leiders van het Congres uitgesloten.

Eisenhower benaderde zijn oude bondgenoot Churchill, maar de Britse regering bleek niet voor United Action te voelen (daarmee was het meedoen van Australië en Nieuw-Zeeland ook uitgesloten). Zij geloofde niet in de theorie van de dominostenen. Frankrijk kon haar heil beter zoeken aan de onderhandelingstafel in Genève. Frankrijk had nog voldoende invloed en goodwill over om daar een aanvaardbare uitkomst te krijgen. Een oorlog voortzetten of uitbreiden die niet gewonnen kon worden, zou de onderhandelingen laten mislukken. De Britten waren bereid tot vooroverleg over Genève. In de VS begon de publieke opinie in beweging te komen, maar dan wel sterk gepolariseerd. Democraten stelden dat voortzetting van de oorlog niet te verenigen was met dekolonisatie. De band tussen Indochina en Frankrijk moest worden doorgesneden. In een positief ontvangen toespraak zei senator John F. Kennedy dat een overwinning onmogelijk was zolang de Fransen bleven. Vicepresident Nixon pleitte van de andere kant ronduit, zonder daartoe gemachtigd te zijn, voor Amerikaanse interventie. Het State Department “verhelderde” in opdracht van Eisenhower Nixons uitlatingen. Het Congres was woedend. De Britten waren geschokt door de haviken in de Amerikaanse regering en wilden nu alleen nog maar een vooroverleg over Genève als dit uitsluitend over Korea zou gaan.

Tijdens een vergadering van de NATO-Council op 24 april kwam natuurlijk ook de benarde positie van Dien Bien Phu ter sprake. Er waren aan Franse zijde nog maar 3.000 militairen volledig inzetbaar. Bevoorrading was onmogelijk geworden. Bidault, de Franse minister van buitenlandse zaken, beweerde later dat minister Dulles hem op dat moment twee atoombommen te leen had aangeboden. Dit is zeer onwaarschijnlijk. Het is mogelijk dat Bidault met zijn bewering de bedoeling had om de positie van Dulles te beschadigen. De diplomatieke rondedans werd heel intens. De VS wenste een voortzetting van de oorlog om de regio op de langere termijn te kunnen verdedigen, maar verbond haar eventuele interventie aan onmogelijke voorwaarden. De Fransen wilden luchtsteun, maar met behoud van hun vrijheid van handelen. Zouden zij deze steun niet krijgen, dan overwogen zij de strijd te staken en de VS met het probleem van Vietnam te laten zitten. De Britten, die net Brits-Indië prijsgegeven hadden, wilden niet in een koloniale oorlog verwikkeld raken en zetten daarom hun kaarten op de naderende vredesconferentie, hoezeer de af en aan vliegende Dulles ook pressie uitoefende. Op 25 april gaf een definitief Brits “nee” de doorslag. Churchill zei dat de Britten niet meegezogen wensten te worden in een oorlog van Radford tegen China. De vredesconferentie moest voorrang hebben. Op 29 april werd de negatieve beslissing van de VS in een vergadering van de NSC (National Security Council) geformaliseerd: geen interventie op basis van executive action, dat wil zeggen zonder toestemming van het Congres (die niet zou komen). Dien Bien Phu viel op 7 mei. De Franse regering kwam op 12 juni 1954 ten val.

Het ging allemaal wel óver Vietnam, maar ook zònder Vietnam. Vietnam was tegen wil en dank strijdtoneel geworden van met elkaar kibbelende grootmachten, waarbij China en de Sovjet-Unie meer afstand hielden dan het westen.

Gepubliceerd door dsdiederik

Emeritus predikant met liefde voor geschiedenis. Muzikaal taalkunstenaar. Schrijft over Koude Oorlog.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: