Vietnam: de eerste ronde (1) (1946-1954)

Van de ene crisis naar de andere

Tijdens de Tweede Wereldoorlog hadden de Amerikanen in hun strijd tegen Japan de Viet Minh gesteund: een nationalistische Vietnamese beweging onder leiding van Ho Chi Minh. Voor de leiders van deze beweging vielen nationalisme en communisme samen. Alleen als Vietnam naar Marxistisch model werd ontwikkeld, zou het mee kunnen doen in de moderne wereld. Het was een contextueel, nationaal Vietnamees communisme van eigen aard.

Na de val van Frankrijk in 1940 had Vichy-Frankrijk eerst het koloniale bestuur voortgezet. De Japanners namen de macht over, maar lieten de dagelijkse gang van zaken in Vietnam zoveel mogelijk in handen van dit koloniale bestuur. In maart 1945 nam Japan zelf het bestuurlijke heft in handen. De onafhankelijkheidsbeweging Viet Minh had dus tijdens de Tweede Wereldoorlog met twee tegenstanders te maken: de Fransen en de Japanners. Toen de Japanners zich overgaven, bleven de Fransen over. De Fransen waren echter op dat moment militair nog niet in staat om in Vietnam echt acte de présence te geven. Een Britse legermacht van 20.000 militairen voorzag in deze leemte.

Ho Chi Minh had op 2 september 1945 de Vietnamese onafhankelijkheid uitgeroepen. Tijdens de plechtigheid beriep hij zich op Jefferson en de Amerikaanse Declaration of Independence. Hij wees op het belang van de goede betrekkingen met de VS. De Vietnamezen hoopten dat de Britten de koloniale Fransen zouden verdrijven. De Britten wilden echter niet met de Viet Minh samenwerken en wensten de Fransen juist te helpen terug te keren. Er ontstond een gewapend conflict, waarbij de Britten de door hen eerder ontwapende Japanse militairen opnieuw van wapens voorzagen en samen met hen de orde wisten te herstellen. Ook Roosevelt en later Truman vertrouwden Ho niet. Kon men een zo belangrijk gebied als Indochina wel aan vurige nationalisten toevertrouwen? Het was echter ook niet mogelijk om samen met de nationalistische Chinezen namens de VN het gebied te besturen. Tsjang was niet te vertrouwen en de VS kon er geen nieuwe verplichtingen bij nemen. De minst slechte oplossing voor de VS was: Frankrijk.

De Fransen mochten hun kolonie weer in bezit nemen. Frankrijk maakte maar al te gretig gebruik van deze opening. Het land wilde zich revancheren voor de smadelijke nederlaag in 1940 en voor de Duitse bezetting daarna. Frankrijk moest en zou weer als wereldmacht op het toneel komen te staan. Met voorbijgaan van Ho stelde Frankrijk in Vietnam een eigen regering aan. Door Ho en de Viet Minh werd deze regering alleen maar als koloniaal instrument gezien. Eind 1946 brak de oorlog in Indochina uit als Franse oorlog tot her-kolonisatie van Vietnam. In deze oorlog zonder duidelijke fronten kreeg de Viet Minh langzaam maar zeker de overhand. De Fransen beheersten de steden, maar in de dorpen en op het platteland waren de nationalisten oppermachtig. De Viet Minh groeide van 5.000 strijders naar 700.000 actieve leden.

Voor Stalin lag Indochina ver weg. Hij hield zich afzijdig en concentreerde zich op Europa. Na lang aarzelen vanwege de eeuwenoude vijandschap tussen Vietnam en China zocht Ho toch steun bij Mao. In 1949 stond de kersverse Volksrepubliek China de Viet Minh toe om op haar grondgebied trainingskampen te vestigen. In januari 1950 erkende China (vlak daarna deed de Sovjet-Unie dat ook) de onafhankelijkheids-regering van Ho. China had immers belang bij internationale erkenning en zocht daarom naar bondgenoten in de regio. In de VS werd het klimaat bepaald door een apocalyptisch anticommunisme. Frankrijk wist daar gebruik van te maken en tilde het lokale conflict op naar het mondiale Oost-West niveau. De “derde wereld” werd gevangen en geïnterpreteerd in de kaders van de strijd tussen de grootmachten. De Amerikanen gingen uit van het slechtst denkbare scenario: een communistische overwinning in Indochina zou de strategische balans in Zuidoost-Azië verstoren. Bovendien zou een Franse nederlaag in Vietnam ook gevolgen voor Europa kunnen hebben: de val van de Franse regering en een communistische machtsgreep in Frankrijk. Rechtstreekse Amerikaanse betrokkenheid bij de koloniale oorlog was er nog niet; maar met wederzijds stilzwijgend goedvinden werd de Amerikaanse economische hulp aan Frankrijk gebruikt om de oorlog te financieren.

De oorlog verliep voor Frankrijk niet gunstig. De militaire commandant van de Viet Minh, generaal Giap, kreeg van China de beschikking over de op Tsjangs nationalistische leger buitgemaakte wapens (later gebeurde dit ook met tijdens de oorlog in Korea buitgemaakte wapens). De Fransen zagen geen kans om het land onder controle te krijgen. Stelselmatig overschatten zij hun eigen capaciteiten en onderschatten zij de mogelijkheden van de tegenstander. Hun strijdkrachten vormden een gemengd gezelschap, en de Algerijnse militairen in de troepenmacht waren mentaal al bezig met hun eigen bevrijdingsoorlog tegen de Fransen. Een strategische terugtocht was voor de Franse bevelhebber, generaal Navarre, niet bespreekbaar. Terugtrekken zou de offers van de gesneuvelde kameraden nutteloos maken: in 1953 stierven er in Vietnam meer dan 600 Franse officieren, meer dan een complete jaargang afgestudeerden aan de militaire academie bij St. Cyr. De Viet Minh weigerde te vechten onder voor haar ongunstige omstandigheden. De Fransen waren outgunned, outclassed and outmanoeuvered. Zij begonnen te dromen van een beslissende veldslag.

Een maand na de Russische en Chinese erkenning van de regering van Ho erkende de VS de door de Fransen in het zadel geholpen Vietnamese koloniale regering. In mei 1950 begon de VS aan de Fransen financiële steun te verlenen. Meteen na het uitbreken van de oorlog in Korea stuurde president Truman een militaire missie naar Vietnam. De Rubicon was gepasseerd: Vietnam was nu een officieel strijdtoneel in de Koude Oorlog geworden. Dit kon alleen maar tot escalatie van het conflict leiden, omdat de Viet Minh op haar beurt ook meer hulp kon vragen aan haar bondgenoten.

Stond Indochina op dat moment op instorten en bedreigde het rode gevaar heel Azië? Nee. Stalin bleef afstand houden van Indochina. De VS zag spoken. Maar deze perceptie was wel een feit, ook al was zij niet op de werkelijke stand van zaken gebaseerd. Eisenhowers opmerkingen over de dominostenen die achter elkaar om konden vallen was representatief voor deze perceptie. Er speelden echter ook binnenlandse politieke overwegingen een rol. Truman werd al op zijn huid gezeten door de China lobby, die hem verweet China aan de communisten cadeau te hebben gedaan. Daarom had hij er belang bij om elders in de regio een vuist te maken. Eisenhower werd door de Republikeinse oude garde gewantrouwd omdat hij de overwinning in Korea voor een wapenstilstand had ingeruild. Kortom: niets doen in Vietnam was voor de VS geen optie. De VS hielp Frankrijk met geld en goederen. In 1952 kwam 40% van de kosten van de oorlog voor rekening van de Amerikaanse belastingbetaler; in 1954 was dit opgelopen tot 80%. De personele inzet bleef beperkt: er waren nog geen Amerikaanse gevechtstroepen in Vietnam. Dat kwam pas bij de tweede ronde.

Op de achtergrond speelde nog een ander Amerikaans belang mee. De VS had Frankrijk nodig om tot een regeling van de Duitse kwestie te kunnen komen. Voor de veiligheid van Europa tegenover de overmacht van de Sovjets was een herbewapening van Duitsland nodig. Er waren – op Frans initiatief – plannen ontwikkeld voor een European Defense Community (EDC). Dit verbond zou supranationaal zijn met een gezamenlijk Europees leger. Binnen dat gezamenlijke kader mochten de Fransen, zo meende Dulles, geen bezwaar hebben tegen een herbewapening van Duitsland. Dulles verrekende zich. In Frankrijk voelde het parlement niets voor het hele idee en voor de ratificatie van het in mei 1952 gesloten verdrag. De EDC, bedoeld om de Duitsers onder de duim te houden, zou immers ook inbreuk maken op de Franse soevereiniteit. Daarom kwam Frankrijk steeds met nieuwe voorwaarden en paste het een vertragingstactiek toe. Daarmee had Frankrijk een hefboom in handen om de VS onder druk te zetten. Dulles begon bijvoorbeeld de Britten om steun te vragen voor de EDC, eventueel in ruil voor een Amerikaanse veiligheidsgarantie voor Hong Kong. Om de steun van de Fransen voor de EDC te krijgen, heeft hij de mogelijkheid van een Amerikaanse interventie in de Franse crisis in Vietnam tot op het laatste moment open willen houden.

Voor een eigen Vietnamees perspectief en een eigen agenda was dus geen ruimte. Voor Ho Chi Minh was er geen alternatief dan gewapende strijd. Het hoogtepunt daarvan werd de Franse nederlaag in Dien Bien Phu. Daarover de volgende keer.

Gepubliceerd door dsdiederik

Emeritus predikant met liefde voor geschiedenis. Muzikaal taalkunstenaar. Schrijft over Koude Oorlog.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: