De lotgevallen van de hoofdpersonen na de oorlog

De Bom en de bommen (11 en slot)

Was Robert Oppenheimer, de wetenschappelijke leider van het Manhattan Project, een Brit geweest, dan was hij waarschijnlijk in de adelstand verheven. De geschiedenis is anders gelopen. In Amerika raakte hij na de oorlog zijn security clearance kwijt. Hij was wetenschappelijk adviseur van de Atomic Energy Commission en had zich negatief uitgesproken over het ontwikkelen van de waterstofbom. President Eisenhower had de zakenman Strauss aangezocht als voorzitter van de AEC. Deze was voorstander van draconische veiligheidsmaatregelen (en was zelfs tegen de nucleaire samenwerking met de Britten). Strauss accepteerde de benoeming onder de voorwaarde dat hij Oppenheimer mocht uitrangeren. Oppenheimer was in 1949 al eens verhoord door het Un-American Activities Committee (HUAC) van het Huis van Afgevaardigden, waarover later meer. In september 1953 vroeg Strauss aan Hoover, directeur van het FBI, om Oppenheimer onder bewaking te stellen. Hij liet de staf van de AEC een waslijst van aanklachten tegen Oppenheimer opstellen en schorste hem aan de hand van die aanklachten in december. Strauss stelde ontslag voor, maar Oppenheimer vroeg een hearing. Deze kreeg hij in april/mei 1954 voor een Personnel Security Board van de AEC. Daar kwamen oude verdenkingen weer boven: Oppenheimer zou een spion zijn voor de Sovjet-Unie zijn. Er was geen fair play, want de gesprekken tussen Oppenheimer en zijn advocaten werden afgeluisterd. Veel wetenschappers getuigden voor Oppenheimer.

Edward Teller getuigde negatief. Hij vond Oppenheimer verward en gecompliceerd in zijn beslissingen en in dat opzicht een risico voor de nationale veiligheid. Teller schoof Oppenheimer de vertraging van de ontwikkeling van de H-bom in de schoenen. Deze vertraging was echter door een rekenfout van Teller zelf ontstaan. Teller verklaarde later dat hij zijn verklaring niet negatief bedoeld had – maar met zulke vrienden heeft iemand geen vijanden meer nodig. Teller werd in wetenschappelijke kringen persona non grata. Oppenheimer verloor zijn security clearance. Deze zou een dag later gewoon verlopen zijn. Men had het certificaat ook niet kunnen verlengen, maar wilde kennelijk bloed zien omdat Oppenheimer zich nogal nonchalant had uitgelaten over het “rode gevaar”. Hij werd door president Kennedy gerehabiliteerd: hij kreeg de Enrico Fermi Award, die na het overlijden van Kennedy door zijn opvolger Johnson werd uitgereikt. Teller had de prijs een jaar eerder gekregen. Strauss kreeg een koekje van eigen deeg voorgeschoteld. Hij werd door Eisenhower voorgedragen als minister van commerce, maar de Senaat weigerde met de voordracht in te stemmen. Dat was sinds 1925 niet meer gebeurd.

Teller bleef binnen het systeem werken. Hij werd de kwade genius achter Project Chariot, een plan van de AEC uit 1958 om op de noordkust van Alaska door middel van vijf kernexplosies een kunstmatige haven aan te leggen. Het plan ging uit van in totaal 2,4 megaton; gelijk aan 40% van het totaal van de in de oorlog gebruikte explosieven. In volgende versies werd het plan teruggeschroefd naar 460 en naar 280 kiloton. Het testen van kernwapens in de atmosfeer kwam in die dagen steeds moeilijker te liggen en het nieuwe plan leek voor Teller een goede mogelijkheid om het nuttige en het nodige met elkaar te kunnen verenigen. Ook al zou de haven een groot deel van het jaar dichtgevroren zijn, toch zou het een rendabele onderneming zijn omdat in de buurt liggende kolenmijnen nu geëxploiteerd konden worden. De streek was onbewoond, en Alaska kon wel een economische injectie gebruiken.

Over dat “onbewoond” dachten de op 30 mijlen van de geplande explosies wonende native Alaskans, die men pas als laatsten inlichtte, toch anders. Uit onderzoek bleek dat in hun voedselketen al veel radioactiviteit aanwezig was. Radioactieve neerslag uit atoomproeven had zich vastgezet in korstmossen. Deze werden door de rendieren gegeten. De Native Alaskans aten het vlees van de rendieren. Ondanks alle verzekeringen ervan dat de in hun achtertuin geplande explosies veilig waren, kwamen zij in actie, daarbij geholpen door de biologen van de universiteit. Teller beloofde de inwoners van Alaska desnoods bergen te verzetten en nodigde hen uit om betrokken te worden in het naar de hand zetten van de geografische omstandigheden. Er ontstond felle polarisatie in Alaska. De leiding van de Epicopaalse Kerk blokkeerde een discussie van het plan in de Raad van Kerken van Alaska. Er stonden voor het achtergebleven gebied te grote economische belangen op het spel. Leidinggevende biologen van de universiteit verloren hun baan. Uiteindelijk is toen voor het eerst een milieu-effect-rapportage gebruikt. De AEC schortte de uitvoering van het plan op; uit prestige-overwegingen werd het plan niet ingetrokken. Dat gebeurde pas toen het Plowshareprogram van 27 nucleaire explosies met vreedzame doeleinden in 1973 werd beëindigd. Het charmeoffensief van de AEC met de atoombom als vriend had toch te riskante bijwerkingen. Teller, de Megaton Man, bleef onder zijn wetenschappelijke collega’s omstreden. Bij rechtse Republikeinen was hij echter geliefd. Tijdens het presidentschap van Reagan was hij een graag geziene gast op het Witte Huis. Toen Reagan zijn Strategic Defense Initiative (ook wel bekend als Star Wars) aankondigde, was Teller onder de genodigden. Maar bij een andere gelegenheid weigerde Gorbatsjov op een receptie Tellers hand te schudden.

Paul Harteck, die de brief aan het Reichswehrministerium geschreven had, is aan het eind van de oorlog gevangen genomen en is tot januari 1946 in Engeland geïnterneerd geweest. Van 1948 tot 1950 was hij rector van de universiteit van Hamburg. In 1951 emigreerde hij naar de Verenigde Staten. Hij werkte daar aan het Renselaer Polytechnic Institute in Troy in de staat New York. Het is mij niet bekend of hij na de oorlog de schrijvers van de soortgelijke brieven aan de Amerikaanse regering ooit ontmoet heeft en wat er in dat geval toen besproken is.

In het Verenigd Koninkrijk kreeg het debat na de oorlog een kristallisatiepunt in de rol van Bomber Command en specifiek in de figuur van Arthur Harris. Bomber Command kreeg als enige onderdeel van de geallieerde strijdkrachten geen campaign medal. Daarom weigerde Harris een adellijke titel en was hij de enige van de Britse opperbevelhebbers die niet meteen na de oorlog in de adelstand verheven werd. Pas in 1953 accepteerde hij op aandringen van Churchill, die toen weer prime minister was, de titel van baronet. Maar “Sir Arthur Harris” bleef een zich op Bismarck beroepende omstreden figuur. Bismarck moet gezegd hebben dat de Balkan nicht die Knochen eines einzigen pommerschen Grenadiers wert was. Harris schreef in 1945: I do not personally regard the whole of the remaining cities of Germany as worth the bones of one British Grenadier”.

Een van de veteranenorganisaties van de RAF heeft ervoor gezorgd dat er in 1992 een standbeeld voor Harris is opgericht. Dit gebeurde ondanks protesten uit Engeland en uit Dresden. Het standbeeld werd door de koningin-moeder onder “boe-geroep” vanuit het aanwezige publiek onthuld en kort daarna voor het eerst met rode verf besmeurd. Het monument moest maandenlang bewaakt worden. Twintig jaar later is in het Londense Green Park het Bomber Command Memorial opgericht ter nagedachtenis van de ruim 55.000 omgekomen bemanningsleden. Hitchens, een bekend journalist, schreef dat Bomber Command dit monument verdiende, maar dat het standbeeld voor Harris nu wel verwijderd kon worden (The Mail on Sunday, 30 juni 2012). Zaken zijn nu eenmaal abstracter dan personen. Personen worden een zichtbaar kristallisatiepunt. Harris heeft het door de Britse regering vastgestelde beleid uitgevoerd. Hij heeft echter niets nagelaten om te vermijden dat hij kristallisatiepunt is geworden. Hij heeft het door anderen vastgesteld beleid zonder enige afwijking te accepteren uitgevoerd en luidruchtig verdedigd.

Rondom Curtis LeMay is geen controverse ontstaan, zoals rond Arthur Harris. LeMay werd commandant van de VS-luchtmacht in Europa en gaf leiding aan de opzet van de luchtbrug naar Berlijn. Daarna werd hij de commandant van de strategische luchtstrijdkrachten, het Strategic Air Command (SAC). Hij maakte hiervan een goed getrainde, professionele organisatie, die op elk moment binnen een paar minuten inzetbaar was. Toen hij afgelost werd, telde SAC 224.000 mensen, bijna 2.000 bommenwerpers, en 800 tankvliegtuigen die de bommenwerpers in de lucht konden bijtanken. In 1960 werd hij chef-staf van de United States Air Force (USAF). Tijdens de Cubacrisis bepleitte hij het bombarderen van de Russische raketinstallaties op het eiland. President Kennedy zei van LeMay dat deze bij een aanval wel in het voorste vliegtuig mocht zitten, maar niet aan de rode knop mocht komen. McNamara, die als ondergeschikte van LeMay de bombardementen tijdens de oorlog evalueerde, werd later onder Kennedy als minister van defensie LeMay’s politieke baas.

Stanley Kubrick’s film Dr Strangelove or: How I Learned to Stop Worrying and Love the Bomb maakt in de figuren van brigadegeneraal Jack D. Ripper, commandant van Burpelson Air Force Base, en generaal Buck Turgidson, voorzitter van de Verenigde Chefs van Staven, trekjes van LeMay zichtbaar. Karikaturen zijn soms zeer levensecht. LeMay raakte later omstreden door bij de presidentsverkiezingen in 1968 als running mate op te treden van de conservatieve zuidelijke presidentskandidaat Wallace. Hij werd geassocieerd met Wallace’s rassenscheiding, maar LeMay had als militair altijd gepleit voor integratie. Het ging Wallace en LeMay erom orde op zaken te stellen in de verschuiving van de cultuur en de rellen van die tijd. Tijdens de campagne werd hij steeds weer achtervolgd door zijn uitspraak tijdens de Vietnamoorlog, dat Noord-Vietnam (als het niet inbond) terug naar het Stenen Tijdperk moest worden gebombardeerd. LeMay zei later dat hij indertijd niet zoveel last had gehad van het doden van Japanners. Hij veronderstelde, dat als hij (!) de oorlog verloren had, hij als oorlogsmisdadiger berecht zou zijn…

Gepubliceerd door dsdiederik

Emeritus predikant met liefde voor geschiedenis. Muzikaal taalkunstenaar. Schrijft over Koude Oorlog.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: