On the Beach…

Hoe hebben de gewone mensen de Koude Oorlog, de wapenwedloop en de atoomdreiging beleefd? Literatuur, fictie en film lichten een tipje van de sluier op. De Amerikaanse onderzoeker Paul Brians heeft 1.400 romans en boeken over de nucleaire dreiging geanalyseerd. Een van de eerste boeken die tijdens de Koude Oorlog veel aandacht trokken, was On the Beach (1957) van de naar Australië geëmigreerde Britse auteur Nevil Shute. Het is een keurig boek dat eigenlijk alleen maar gaat over de zich onverbiddelijk naar Australië uitbreidende fall-out van een kernoorlog op het noordelijk halfrond. Het gevaar van deze radioactieve neerslag was in 1954 ontdekt en een jaar lang geheim gehouden. Ondanks het keurige boek waren de lezers diep geschokt. De schok was echter slechts tijdelijk. Was het resignatie, verdringing, of compartiment-denken? Ook de film The Day After (1983) veroorzaakte een schokgolf. Maar de film maakte alleen maar zichtbaar wat al decennia bekend kon zijn: er werd o.a. gebruik gemaakt van oude filmbeelden van kernproeven.

In het genre van de science fiction is de verschuivende rol van de wetenschap opvallend. De traditionele formule in dit genre was: stel een (toekomstig) probleem aan de orde en vind de technische of wetenschappelijke oplossing ervan. Brians’ analyse toont aan hoe de formule langzaam maar zeker omgekeerd wordt: stel een wetenschappelijk-technische ontwikkeling aan de orde, schets het probleem dat hierdoor is ontstaan, en vind met touw, elastiek en gezond verstand een oplossing. De vroegere utopie wordt vervangen door dystopie. De rollen worden omgekeerd. Native Americans zetten bijvoorbeeld de na een kernoorlog in reservaten levende withuiden zo onder druk dat zij terugkeren naar Europa, waar zij ooit vandaan kwamen.

De schuilkelder vormt een belangrijke metafoor voor de valkuil of de grafkelder. De kernoorlog blijkt niet met technologische middelen te beheersen of op te vangen zijn. In de schuilkelder worden mensen hun eigen krijgsgevangenen en alle conventies gaan overboord. Seksualiteit speelt een grote rol: de bedreigden en de overlevenden copuleren dat het een lieve lust is. Het nuttige – het bewaren van genetisch materiaal – wordt met het aangename verenigd. De rol van religie wordt vaak als negatief afgeschilderd. De kernoorlog zelf wordt nauwelijks beschreven; daarvoor duurt hij ook te kort. Stralingsziekte en kanker krijgen weinig aandacht. De totale ondergang komt zelden voor; altijd is er weer een uitweg, zelfs na een nucleaire winter. Ook de light versie van de beheersbare en maakbare kernoorlog gaat een rol spelen: in de boeken over de derde wereldoorlog van generaal Hackett (verschenen in 1978 en 1983) gaat iedereen na de vernietiging van Birmingham en Minsk kennelijk gewoon thee zetten. Anderen waren minder optimistisch. In 1957 verscheen in Duitsland Keiner Kommt Davon van de bekende Duitse romanschrijver Hans Hellmut Kirst. Het boek beschrijft de rampzalige gevolgen van een kernoorlog voor Duitsland en Europa. Niemand zou de dans ontspringen. De titel van de officiële Duitse brochure over Zivilverteidiging uit 1961, Jeder hat eine Chance, moet haast wel een reactie zijn op het boek van Kirst. Het tijdschrift Der Spiegel heeft de Duitse brochure op 23 mei 1962 zeer kritisch besproken: een troostende brochure die suiker over de atoombom gooide en valse hoop bood in plaats van reële voorlichting te geven.

Met de dood kan niemand leven, en de slachting van een kernoorlog is niet meer voor te stellen. De gewone burger wist niet veel. De elite die volledig op de hoogte was, was klein. Maar een onheilspellend vermoeden hadden de gewone mensen wel. En wat kon men daarmee doen? In 1958 begonnen in Groot-Brittannië onder leiding van de filosoof en Nobelprijswinnaar Bertrand Russell bij Aldermaston de jaarlijkse demonstraties tegen kernwapens. In 1960 werden de eerste kernwapens op Nederlands grondgebied geplaatst. Het ging tamelijk geruisloos; er was, voor zover men op de hoogte was (of wenste te zijn) een maatschappelijke consensus. Die consensus en geruisloosheid werden in de jaren zeventig verleden tijd. De plaatsing van nieuwe kernwapens (“kruisraketten”) werd voorwerp van maatschappelijke discussie en aanleiding tot de grootste demonstraties die ooit in Nederland zijn gehouden. De polarisatie gierde door de samenleving. In de kerken stond het Interkerkelijk Vredesberaad (IKV) lijnrecht tegenover het Interkerkelijk Comité voor Tweezijdige Ontwapening (ICTO). Zou men het aandurven om een eerste stap terug te zetten of kon dat alleen maar gelijktijdig? Mensen hadden in elk geval voor de eerste keer het gevoel dat ze iets te kiezen hadden.

Maar er was ook de mogelijkheid van het ontkennen, of het verdringen, of het denken in compartimenten: je kon wel idealen hebben, maar iemand moest toch op de winkel passen, en politiek is nu eenmaal de kunst van het haalbare. Kortom: het zand kan een zegen zijn voor de struisvogel. En natuurlijk was er de mogelijkheid van ironie en satire. Dr Strangelove kwam al langs. En de wiskundige/satiricus Tom Lehrer (een Amerikaanse evenknie van Jules de Corte) zong onder vlot en opgewekt pianospel over moeder, die zich over haar ten strijde trekkende zoon geen zorgen hoeft te maken, omdat de oorlog binnen anderhalf uur zal zijn afgelopen. En niemand hoefde meer naar een begrafenis toe, want: we gaan allemaal tegelijk dood, we worden allemaal tegelijk gebraden.

De overgrote meerderheid van de gewone mensen probeerde te overleven, zo goed en zo kwaad als dat ging. Zij knipten de werkelijkheid in stukjes en dachten in compartimenten. Het alternatief was ondenkbaar en onleefbaar. Geleefd moest er worden; en wat was daar eigenlijk mis mee? Feiten liegen, en cijfers ook. De gewone mensen worden het slachtoffer. Feiten horen in een samenhangende betekenis, in een verhaal. Cijfers gaan zonder bijpassend rationeel verhaal een eigen leven leiden. En de gewone mensen hadden geen enkele bescherming. Zij werden tot zelfbescherming gedwongen door de werkelijkheid op te delen in behapbare delen. Zij wisten niet wat hen boven het hoofd hing. Het was geheim. Of zij wilden het niet weten. Dat was nog meer geheim.

Daarmee rond ik een serie vingeroefeningen over de Koude Oorlog af. Maar het verhaal gaat verder. Hoe kwamen we aan de Bom? Werd met Hiroshima een grens overschreden, of gebeurde dat al bij de bombardementen op Londen, Hamburg en Dresden? Een nieuwe serie bijdragen over de Bom en de bommen.

Gepubliceerd door dsdiederik

Emeritus predikant met liefde voor geschiedenis. Muzikaal taalkunstenaar. Schrijft over Koude Oorlog.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: