Rupsje Nooitgenoeg

De luchtmacht in de VS had haar Strategic Air Command (SAC). De andere krijgsmachtonderdelen gunden de jongste zus haar monopolie niet en gingen zelf op het nucleaire pad. Het leger begon een arsenaal van tactische kernwapens aan te leggen en experimenteerde met raketten in tunnels onder het Groenlandse ijs (het ijs bewoog teveel). De marine werkte aan nucleaire onderzeeërs die kernraketten konden afvuren: de Submarine Launched Ballistic Missile (SLBM). Deze raketten zouden veel minder kwetsbaar zijn voor een verrassingsaanval van de Sovjet-Unie. De onvindbaarheid van de onderzeeërs zou een wapenwedloop in beton (het versterken van de raketsilo’s op het vasteland) overbodig maken. De luchtmacht wilde hier echter niets van weten en eiste één strategisch commando, waaronder voortaan ook de marine en het leger met hun kernwapens zouden vallen. Er ontstond een institutionalisering van de wapenwedloop, ook tussen de krijgsmachtonderdelen onderling.

In 1959 werd vastgesteld dat 300 van de 2.400 doelwitten met overlappingen te maken hadden. De JCS trokken de conclusie dat er een nieuwe, centrale planning nodig was. Zij konden echter niet tot een gezamenlijk oordeel komen hoe deze planning er uit zou moeten zien. Op 11 augustus gaf president Eisenhower de opdracht om te komen tot een Single Integrated Operational Plan (SIOP). Hij wilde zijn opvolger niet opzadelen met een nucleaire rommelzolder. Bij het werk aan het nieuwe SIOP zou SAC het voortouw nemen en het leger en de marine zouden een adviserende rol hebben. Eisenhower wilde de voortgang van het proces bewaken en liet zijn wetenschappelijk adviseur in Omaha poolshoogte nemen. SAC was zozeer een eigen wereld geworden dat het de adviseur van de president de grootste moeite kostte om toegang te krijgen. Nadat hij de vereiste medewerking had weten los te peuteren, schreef hij uiteindelijk een rapport voor Eisenhower dat er niet om loog. De beweringen van SAC over computermodellen klopten niet, beslissingen werden volstrekt willekeurig genomen en er was sprake van een enorme overkill. De maximumoptie was een aanval met 3.500 kernwapens, de minimumoptie een van 1.400 kernwapens met een totaal van 2.100 megaton. Er werd geen onderscheid gemaakt tussen de Sovjet-Unie en haar satellietstaten. Het plan van SAC ging uit van de hoeveelheid beschikbare wapens en niet van doelstellingen (capabilities in plaats van objectives). Volgens de in het plan gehanteerde criteria zou Hiroshima nu met 300-500 kiloton bestookt moeten worden, in plaats van de 16 kiloton van de eerste bom.

Eisenhower was geschokt. De poging om tot één plan te komen was ontaard in een onverzadigbaar mechanisme, een irrationeel Rupsje Nooitgenoeg van nucleair formaat. De VS had nu ruim 18.000 kernwapens maar geen goed plan voor de inzet ervan. In dit stadium kon Eisenhower weinig meer doen dan het hele dossier over te dragen aan zijn opvolger. Had hij als bij uitstek deskundige (hij was voorzitter van de JCS geweest) niet eerder moeten ingrijpen zodat er een meer aanvaardbaar resultaat op tafel lag? De militairen waren de tel kwijt. De cijfers waren een eigen leven gaan leiden zonder dat er een bijpassend rationeel verhaal was. Een integraal operatieplan: waanzin blijft waanzin, ook als men deze bundelt. Er vond een verschuiving van paradigma plaats: in plaats van oplossing werden wetenschap en technologie nu zelf tot een probleem.

In zijn afscheidstoespraak op 17 januari 1961 gaf Eisenhower het zelf aan. De VS had nooit een eigen wapenindustrie gehad. Fabrikanten van ploegscharen schakelden in oorlogstijd over op de productie van zwaarden. In de Koude Oorlog kon de VS niet meer op dit improvisatievermogen vertrouwen en schiep zij een eigen wapenindustrie. Defensie verschafte nu werk aan 3,5 miljoen mensen. Er was een militair-industrieel complex ontstaan, dat grote invloed dreigde te krijgen op politieke beslissingen. Bij de bomber gap en bij de missile gap werd het zichtbaar: de aanjagers van de schijnbare crisis waren de industrieën die een bijdrage wilden leveren aan de oplossing van de crisis. De wapenwedloop kreeg ook een economisch motief. Er ontstond een national security state, een complexe structuur voor nationale veiligheid, waarin ook het Congres werd meegezogen: elke senator wenste voor de eigen thuisstaat wel een nieuwe fabriek, scheepswerf of luchtmachtbasis. Is het een wonder dat de gewone burger afhaakte of de gevaren verdrong, omdat het niet meer mogelijk was om op dit complex invloed uit te oefenen? Als zelfs de president al moest toegeven dat het uit de hand gelopen was…

Op 13 september 1961 kregen president Kennedy en zijn minister van defensie een briefing over het nieuwe SIOP-62. Ze waren er niet tevreden over. Niet omdat er teveel in stond, maar te weinig. Zij wilden meer opties. Daarover de volgende keer.

Gepubliceerd door dsdiederik

Emeritus predikant met liefde voor geschiedenis. Muzikaal taalkunstenaar. Schrijft over Koude Oorlog.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: