De mythe van de Missile Gap

De massahysterie over de bommenwerpers was nog niet afgelopen, toen het tijdperk van de ruimtevaart begon. De Sovjet-Unie lanceerde in oktober en november 1957 twee kleine satellieten. Deze Spoetniks stelden technisch nog niet zoveel voor, maar in de VS ging een schokgolf door de gelederen. Was er nu behalve de bomber gap ook een achterstand op het gebied van raketten – een missile gap – ontstaan, met daarachter nog verborgen achterstanden op de gebieden van technologie en van onderwijs? De latere president Lyndon Johnson, toen nog leider van de Democratische meerderheid in de Senaat, belegde hoorzittingen en vergeleek de volkomen verrassing door de Spoetniks met de plotselinge Japanse aanval op Pearl Harbor.

President Eisenhower kreeg een maand later weer een rapport van de wetenschappelijke adviescommissie. Dit rapport werd genoemd naar de voorzitter van de commissie Gaither en was zeer onheilspellend en alarmerend van toon. Geen wonder: de redactie was (weer) gevoerd door Paul Nitze, die ook NSC 68 voor zijn rekening genomen had; hij was niet te overtreffen in de combinatie van knappe analyse en het de stuipen op het lijf jagen van de mensen. Er moesten volgens het Gaither-report onmiddellijk tegenmaatregelen genomen worden; over twee jaar zou het te laat zijn en zou het raketten op de VS kunnen regenen. Ook dit rapport lekte uiteraard uit en het werd in december 1957 al uitgebreid in de pers besproken. Het gaf aanleiding tot veel speculatie. Eisenhower was het niet eens met de conclusie van het rapport: hij heeft meer dan vijftig keer in alle toonaarden ontkend dat er een missile gap was. Op de U-2 foto’s was immers geen spoor te vinden van massaproductie van raketten. Ook andere bronnen (geheime agenten, overlopers) gaven geen aanwijzingen voor een plotselinge voorsprong van de Sovjet-Unie. De raketten waren dus uit de lucht gegrepen.

Eisenhower kon deze argumenten echter niet in het openbaar gebruiken. Hij wist dat de Sovjets slechts zes lanceerinstallaties hadden, die slechts één keer gebruikt konden worden. Omdat de raketten met vloeibare brandstof geladen moesten worden (een gevaarlijke procedure die twintig uur kostte) zouden de Amerikaanse bommenwerpers de lanceerinrichtingen na een eerste lancering moeiteloos kunnen vernietigen. Hoeveel kernraketten de SovjetUnie ook had: er waren er altijd slechts zes operationeel. De speculatie werd echter erger omdat bronnen in de regering elkaar tegen begonnen te spreken. Wat had de regering te verbergen? Had zij in ruil voor een sluitende begroting de nationale veiligheid in de uitverkoop gedaan? Een minderheidsstandpunt van de luchtmacht concludeerde dat de Sovjets in 1965 wel 800 intercontinentale raketten zouden hebben. In plaats van een dissidente voetnoot in een regeringsrapport nam het standpunt van de luchtmacht een hoge vlucht als voorpaginanieuws.

Er moesten dus kostbare tegenmaatregelen komen. Zouden de Amerikaanse bommenwerpers nog wel voldoende tijd krijgen om op te stijgen, of zouden zij al binnen enkele minuten door een aanval met kernraketten op de grond vernietigd worden? Zou er vervolgens wel voldoende tijd zijn om de nucleaire strijdkrachten van de Sovjet-Unie te vernietigen, of zouden de Sovjets hun raketten al gelanceerd hebben zodat de bommenwerpers slechts lege lanceerinstallaties zouden raken? SAC (Strategic Air Command) begon te werken aan een ground alert van maximaal vijftien minuten: binnen die tijd moesten de bommenwerpers, die nu permanent kernwapens aan boord hadden, opgestegen zijn. Ook moesten er meer vliegbases en uitwijkvliegvelden komen, zodat de bommenwerpers niet in één klap uitgeschakeld konden worden. Er werden grote investeringen gedaan in het ontwikkelen van C3I (Command, Control, Communication, Intelligence) systemen gedaan, waaronder het ontwikkelen van de eerste computers. In Canada, Groenland, en in het Verenigd Koninkrijk werden grote radarstations aangelegd. En omdat telefoonlijnen door een kernaanval onbruikbaar konden raken, ontwikkelde men de techniek van het verzenden van kleinere blokken informatie over een veelheid van verbindingen. Hier ligt de oorsprong van het latere internet.

De massale hysterie riep een koortsachtige activiteit in het leven, waar de defensie-industrie garen bij spon. De activiteit riep weer nieuwe onrust op. De dreiging moest serieus zijn, want er werd gebouwd. Technici ontwikkelden een nieuwe generatie kernwapens: geschikt voor massaproductie, kant-en-klaar voor gebruik, en onderhoudsarm. SAC ontwikkelde het systeem van airborne alerts, waarbij altijd een aantal met kernwapens geladen bommenwerpers in de lucht was, klaar om onmiddellijk koers te zetten naar de Sovjet-Unie om aan te vallen. Met dit systeem zijn grote ongelukken gebeurd, die echter niet tot kernexplosies hebben geleid. In januari 1966 stortte een B-52 na een botsing met een tankvliegtuig neer bij Palomares in Spanje. Naar de vier waterstofbommen moest een massale speurtocht worden ondernomen (een van de bommen was in zee terecht gekomen). Twee jaren later verongelukte een B-52 bij Thule in Groenland. De kernwapens konden worden geborgen, maar er was radioactieve verontreiniging ontstaan.

Senator Jack Kennedy koos de missile gap als een van de speerpunten in zijn campagne voor de presidentsverkiezingen. De mythe werd als politiek wapen ingezet. Daarover de volgende keer.

Gepubliceerd door dsdiederik

Emeritus predikant met liefde voor geschiedenis. Muzikaal taalkunstenaar. Schrijft over Koude Oorlog.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: